Maandag 17 februari 2020 om 22:36

Download at: 11-3-2020 15:33:48

$i: Index | $pi: Padded Index | $an: Album Name | $d: Date | $dc: Date Compact
$c: Caption | $fc: Caption (First line) | $fw: Caption (First word)
$t: Tag | $ft: First Tag | $o: Original file name

Preview:


Filter Photos By:

Caption:
Tag:
Comment:

2018-08-27 22:36:39

Abe Lenstra

Abe Minderts Lenstra (Heerenveen, 27 november 1920 – aldaar, 2 september 1985) was een Nederlands voetballer. Hij wordt ook wel ús Abe (onze Abe) genoemd. Abe Lenstra wordt in het algemeen gezien als een van de grootste Nederlandse voetballers aller tijden. In zijn carrière maakte hij zo"n 700 doelpunten in ongeveer 730 wedstrijden.

Lenstra werd geboren als zoon van handelsreiziger Mindert Jans Lenstra en Janke Suierveld. Abe was de middelste geborene uit het gezin met drie kinderen. Naast een goede voetballer was Lenstra ook een getalenteerd schaatser en atleet, hij behoorde bij het schaatsen tot de top van Noord-Nederland en schaatste meer dan 50 wedstrijden, waarin hij onder andere Overijssels kampioen werd.[3] Toch koos hij uiteindelijk voor het voetbal. Zijn voetbaltalent werd ontdekt door de leiding van Heerenveen en zo kwam hij al snel in de jeugd van de club te spelen. Als 15-jarige maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van Heerenveen. Ook zijn broer Jan speelde in de hoofdmacht van Heerenveen.
Op zijn negentiende speelde hij voor het eerst in het Nederlands voetbalelftal, op 31 maart 1940 in Rotterdam maakte hij zijn debuut tegen Luxemburg. De wedstrijd ging met 5-4 verloren, maar Lenstra was wel eenmaal trefzeker.
In totaal zou hij 47 keer voor het Nederlands elftal spelen. Voor Oranje scoorde hij in totaal 33 keer, evenveel als later Johan Cruijff. In tegenstelling tot Cruijff is Lenstra wél topscorer geworden (1958-1959). Hij volgde Beb Bakhuys op, op 23 april 1958. In die vriendschappelijke wedstrijd tegen Curaçao, kwam overigens Wilkes in de 20ste minuut nog op gelijke hoogte met zowel Lenstra als Bakhuys, die toen alle drie op 28 doelpunten stonden. Drieëntwintig minuten later maakte Lenstra zijn 29ste en scoorde ook nog zijn 30ste doelpunt in die wedstrijd.[5] Op 4 november 1959 passeerde Faas Wilkes hem met zijn 34ste doelpunt. Het Gouden Binnentrio was de benaming voor het drietal Abe Lenstra, Faas Wilkes en Kees Rijvers, dat het hart van de Nederlandse aanval vormde in de jaren vijftig. Lenstra speelde onder meer voor Oranje op de Olympische Spelen 1948, op een wereldkampioenschap was Nederland in die tijd niet present.
De bekendste interland die Lenstra speelde was de 1-2-overwinning op regerend wereldkampioen West-Duitsland in 1956. Hij tekende voor de beide Nederlandse goals, de Duitse was een eigen goal van Cor van der Hart. Voor het Nederlandse volk was dit een erg emotionele overwinning, het was de eerste interland na de Tweede Wereldoorlog tegen de Duitsers. Lenstra was met zijn twee doelpunten de gevierde held.
De laatste interland die hij speelde was tegen België in 1959, de wedstrijd eindigde in 2-2, hij scoorde in deze wedstrijd zijn laatste doelpunt voor Nederland.

Op 2 september 1977 werd Lenstra getroffen door een hersenbloeding. Het echtpaar Lenstra verhuisde daarop terug naar Heerenveen. De laatste acht jaar van zijn leven bracht deze veelzijdige sportman in een rolstoel door. Hij overleed plotseling op 64-jarige leeftijd te Heerenveen en hij werd op 6 september 1985 gecremeerd in het crematorium te Goutum. Het tijdstip van zijn overlijden is opmerkelijk, omdat op 4 september, twee dagen na zijn dood, het Nederlands elftal in Heerenveen een oefeninterland zou spelen tegen Bulgarije. Heerenveen mocht van de KNVB deze interland als gastheer fungeren als "ode" aan Abe Lenstra.
Na zijn dood werd Lenstra niet vergeten. Toen Cruijff in 2000 een "Oranje van de Eeuw" mocht samenstellen ter gelegenheid van een benefietwedstrijd was Lenstra de enige speler, die ondanks zijn overlijden toch werd geselecteerd. Een blijvende herinnering is het in 1994 opgeleverde stadion van sc Heerenveen, dat ter nagedachtenis van de beste voetballer die de club ooit gekend heeft, het Abe Lenstra Stadion is genoemd en waar een standbeeld van hem de hoofdingang siert.

2018-08-27 22:36:39

Ard Schenk

(Anna Paulowna, 16 september 1944) is een Nederlands voormalig langebaanschaatser. Hij werd driemaal wereldkampioen allround bij de amateurs en eenmaal bij de profs. Daarnaast won hij drie gouden olympische titels en werd hij even vaak Europees kampioen bij de amateurs en een keer bij de profs.
De jaren dat Schenk zijn schaatssuccessen vierde, gaan door als het tijdperk van "Ard en Keessie". Met Keessie wordt Kees Verkerk bedoeld, zijn belangrijkste Nederlandse rivaal op het ijs. Schenk en Verkerk waren tijdens hun schaatsloopbaan immens populair in Nederland en werden beschouwd als ware volkshelden.

Ard Schenk werd geboren als zoon van de boer Klaas Schenk, die later coach van de Nederlandse schaatsploeg zou worden, en Elisabeth Bakker.
Hij maakte deel uit van een zeer sterke lichting, die in de jaren zestig opkwam. In 1965 debuteerde hij onder leiding van coach Anton Huiskes met een derde plaats bij de WK allround. Het jaar daarna werd hij Europees kampioen in dezelfde discipline, en aan het eind van het seizoen stond hij eerste op de wereldranglijst.
Aanvankelijk werd Schenk in Nederland overklast door Verkerk, die in 1966 wereldkampioen werd en in 1967 zowel het EK als het WK op zijn naam schreef. Ook kwam Schenk nog weleens ten val, zoals in 1967 bij de EK, in 1969 bij de WK en in 1972 bij de Olympische Spelen.
Vanaf 1970 was hij drie jaar achter elkaar "s werelds beste schaatser bij de amateurs. In 1970 en 1972 combineerde hij de wereldtitel met de Europese. In 1971 werd hij wereldkampioen met winst op drie van de vier afstanden en reed hij dat seizoen op de 1500 meter in Davos voor het eerst onder de twee minuten, in 1972 won hij ze allemaal.
Bij de Olympische Spelen van 1972 in Sapporo vergooide hij met een val zijn kansen op de 500 meter, maar was daarna van zeldzame klasse: hij won het goud op de drie overige afstanden. Bij de 10.000 meter werd op aandringen van trainer Leen Pfrommer de startvolgorde gewijzigd, zodat Verkerk in plaats van Schenk als eerste zou starten. Verkerk had tot Schenk op het ijs verscheen op dat moment de beste tijd neergezet.[1]
Schenk grossierde in wereldrecords: hij reed er achttien gedurende zijn carrière. Aan het eind van het seizoen 1970-1971 stonden alle records, behalve die op de 500 meter, kleine vierkamp en sprintvierkamp op zijn naam (1000, 1500, 3000, 5000, 10.000 meter, grote vierkamp).
Hij was ook de eerste die onder de vijftien minuten reed op de 10.000 meter en de 1500 meter binnen de twee minuten.
Aan het eind van het seizoen 1972 stapte hij, samen met een dozijn andere topschaatsers, over naar het nieuw opgestarte profcircuit van de International Speed Skating League en werd daar een keer wereldkampioen. Tot 1976 stond Schenk bovenaan de wereldranglijst aller tijden, de zogenaamde Adelskalender.
Na zijn actieve loopbaan was Schenk kort schaatsverslaggever bij Studio Sport. Later trad hij op als chef de mission van de Nederlandse afvaardiging bij de Olympische Winterspelen van 1992, 1994 en 1998. Sinds 1 november 2012 is hij ambassadeur van het schoonrijden.[2] Van beroep was hij fysiotherapeut in Purmerend.
Hij verkocht zijn medailles en besteedde dit geld aan verschillende vakanties waaronder het maken van een trip door Amerika met een Ford Galaxie, die hij uiteindelijk aan de jeugd van New York heeft geschonken.

Precies vijftig jaar geleden werd in Nederland een nieuw schaatstijdperk geboren. Op 22 en 23 januari 1966 werd in een zinderend Deventer IJsselstadion het Europees kampioenschap gehouden, het eerste internationale schaatskamoioenschap op een Nederlandse kunstijsbaan. De triomf van Ard Schenk, met Kees Verkerk op de tweede plaats, betekende het begin van het "Ard&Keessie-tijdperk". Feitelijk duurt dat tijdperk nog steeds voort. In een speciale uitzending blikte het programma "De Avond van" in 2003 in bijna anderhalf uur terug op dat unieke schaatstijdperk. A.s. zondag in Andere Tijden Sport staat Kees Verkerk centraal, de man die als eerste Nederlandse schaatser sinds Jaap Eden in 1967 zijn wereldtitel wist te prolongeren.

2018-08-27 22:36:39

Jan Janssen schrijft geschiedenis door als eerste Nederlander in 1968 de Tour de France te winnen.

Jan Janssen

Johannes Adrianus (Jan) Janssen (Nootdorp, 19 mei 1940) is een Nederlands voormalig beroepswielrenner. Hij was als zodanig actief van 1962 tot 1973. In zijn loopbaan won hij onder meer de Ronde van Frankrijk (1968), Ronde van Spanje (1967) en het wereldkampioenschap (1964).

Jan Janssen was aanvankelijk een redelijke sprinter, maar ontwikkelde zich al snel tot een veelzijdig coureur. Hij stond bekend om zijn vermogen om beestachtig af te zien, waarmee hij een tekort aan aanleg compenseerde en toch de top wist te halen.
Hij won vele van de belangrijkste wielerwedstrijden. Hij werd wereldkampioen in 1964 (Sallanches), won Parijs-Roubaix in 1967, schreef nog datzelfde jaar - als eerste Nederlander - de Ronde van Spanje op zijn naam en was het jaar nadien ook de eerste Nederlander die de Ronde van Frankrijk wist te winnen. Zijn veelzijdigheid blijkt ook uit de eerste plaats in de eindstand van de Super Prestige (1967).
In de Ronde van Frankrijk van 1968 leidde Herman Van Springel nog het algemeen klassement voor de laatste etappe, een tijdrit. Aangezien Janssen nog nooit een belangrijke tijdrit had gewonnen gaven weinigen hem een kans. Hij reed echter de race van zijn leven en won de etappe en het eindklassement, met slechts 38 seconden voorsprong op Van Springel. Dit was tot dan het kleinste verschil ooit, tot Greg LeMond het scherper stelde in 1989 door de Ronde van dat jaar te winnen met slechts 8 seconden verschil op Laurent Fignon, eveneens na een slottijdrit.
In 1968 werd nog in landenploegen gereden, waardoor Janssen verplicht was met Nederlandse renners samen te werken die anders voor een andere sponsor reden. Het pleit voor zijn koersmentaliteit en koersinzicht (en dat van ploegleider Ab Geldermans) dat hij desalniettemin de Tour kon winnen, temeer daar hij slechts drie ploegmaats over had in Parijs : Arie den Hartog, Eddy Beugels en Evert Dolman.
In totaal won Jan Janssen 7 Touretappes. Ook won hij drie keer de groene trui.
Ook op de baan was Janssen succesvol. Hij won bijvoorbeeld driemaal de zesdaagse van Antwerpen. Tijdens zijn carrière vielen hem de nodige onderscheidingen ten deel: in 1968 werd hij gekozen tot Sportman van het jaar en hij kreeg vijf jaar op rij de Gerrit Schulte Trofee.
Tijdens zijn carrière kwam de vijf jaar jongere Eddy Merckx op. Merckx bleef hem in 1967 voor in Gent-Wevelgem en op het wereldkampioenschap op de weg. In 1969 nam Merckx definitief de leiding over en werd Janssen tiende in de Tour de France (en tweede in het puntenklassement). Overigens zag Merckx eerder dan bijvoorbeeld Kees Pellenaars de grote potentie van Janssen in. In "67 zei hij: "Jan Janssen kan de Tour de France winnen, omdat hij een compleet renner is! Hij kan tijdrijden, bergop rijden, sprinten en zelfs een zesdaagse rijden."
Na zijn actieve wielercarrière begon Janssen in 1972 een fietsenfabriek waar (race)fietsen onder de naam "Jan Janssen" worden geproduceerd. In Wageningen wordt jaarlijks de Jan Janssen Classic verreden.
In augustus 2014 werd bij Janssen de ziekte kanker geconstateerd, maar hij herstelde.Voorafgaand aan de start van de Ronde van Frankrijk 2015 in Utrecht kregen hij en Joop Zoetemelk de belangrijkste Franse nationale onderscheiding, het Legioen van Ee

2018-08-27 22:36:39

Johan Cruijff

Hendrik Johannes (Johan) Cruijff (Amsterdam, 25 april 1947 – Barcelona, 24 maart 2016) was een Nederlands profvoetballer en voetbalcoach.
Cruijff wordt wereldwijd erkend als een van de beste voetballers aller tijden.[1In 1999 werd hij door de IFFHS verkozen tot Europees voetballer van de twintigste eeuw. Bij de IFFHS-verkiezing van Wereldvoetballer van de twintigste eeuw eindigde hij als tweede achter Pelé. De voormalige aanvaller en spelverdeler werd met name geroemd vanwege zijn techniek, startsnelheid, handelingssnelheid en spelinzicht. Driemaal werd hij verkozen tot Europees voetballer van het jaar en ook won hij drie keer de Europacup I. Dit laatste deed Cruijff met Ajax, waar hij gold als de leider en ster van het elftal. In 1974 bereikte Cruijff als aanvoerder van het Nederlands elftal de finale van het WK, waarin met 1-2 werd verloren van West-Duitsland.
Na een twintigjarige carrière als voetballer, waarin hij als prof voor clubs in Nederland, Spanje en de Verenigde Staten speelde, legde Cruijff zich in 1985 toe op het trainerschap. Zonder de benodigde diploma"s werd de oud-speler trainer bij Ajax en met de Amsterdammers won hij twee KNVB bekers en de Europacup II. Nadat Cruijff begin 1988 ontslag nam bij Ajax, werd hij trainer bij zijn voormalige werkgever FC Barcelona. Daar formeerde hij een elftal dat de geschiedenisboeken inging als het Dream Team. Hoogtepunt tijdens zijn verblijf bij de Catalanen was de winst van de Europacup I in 1992. Daarmee werd Cruijff de derde voetballer in de geschiedenis die dit toernooi als speler én als trainer won, na Miguel Muñoz en Giovanni Trapattoni. Na zijn ontslag in 1996 beëindigde Cruijff zijn trainerscarrière, maar bleef hij invloedrijk bij zowel Ajax als Barcelona. Hij richtte diverse maatschappelijk betrokken instellingen op, die zich met name richten op jongeren en sport. Daarnaast bleef hij bij het voetbal betrokken, onder andere als analyticus, ambassadeur, adviseur en columnist.In 2009 besloot Cruijff het trainerschap opnieuw op te pakken toen hij werd benaderd voor het bondscoachschap van Catalonië. Deze functie vervulde hij tot en met 2013.[7] Daarnaast had Cruijff van juni 2011 tot april 2012 zitting in de raad van commissarissen van Ajax.

Johan Cruijff werd op vrijdag 25 april 1947 geboren in het Burgerziekenhuis in de Linnaeusstraat te Amsterdam. Hij was de tweede zoon van Hermanus Cornelis Cruijff en Petronella Bernarda Draaijer, die hem vernoemden naar de opa van moeders kant: Hendrik Johannes Draaijer. Johan, die door zijn moeder "Jopie" werd genoemd, groeide op in de Akkerstraat in de wijk Betondorp, op een steenworp afstand van het toenmalige Ajax-stadion De Meer. Vader Manus en moeder Nel kwamen beiden uit de Jordaan. Na de oorlog waren ze in een woonwinkelpand een groentezaak begonnen, genaamd Cruijffs Aardappelenhandel. Nel werkte op vrijwillige basis ook af en toe als hulp in de kantine van het Ajax-stadion.
Samen met zijn tweeënhalf jaar oudere broer Henny voetbalde "Jopie" veel op straat. Later speelden ze ook samen in de jeugd van Ajax.


Johan Cruijff in 1965
Toen Johan twaalf jaar oud was verhuisde het gezin naar een benedenwoning in de Weidestraat. Op de avond van 8 juli 1959, terwijl "Jopie" Cruijff afscheid nam van de Groen van Prinstererschool aan de Zaaiersweg, overleed zijn vader, 45 jaar oud, aan de gevolgen van een hartaanval. Het overlijden van zijn vader was het grote drama uit Johans leven. Nog jarenlang zou hij denkbeeldige gesprekken met hem voeren. Nel kon de groentezaak niet in haar eentje voortzetten en daarom werd de winkel gesloten. Nel was op dat moment enig kostwinner van het gezin en ging als huishoudster bij Ajax-trainer Vic Buckingham werken. Ajax bood het gezin Cruijff ook uitkomst door Nel voortaan te betalen voor de werkzaamheden bij de club. Enkele jaren later hertrouwde ze.
Na de lagere school ging Johan vanaf september 1959 naar de Frankendaal-Ulo. Tussen de middag at hij geregeld bij zijn moeder en het gezin Buckingham. Hier maakte hij voor het eerst kennis met de Engelse taal.De school werd geen succes. Johan bleef tweemaal zitten en verliet na enkele jaren de Ulo zonder diploma. Via Ajax kreeg hij een baantje als winkelbediende bij Perry van der Kar aan de Ceintuurbaan. Na Johans huwelijk, in 1968, verwaterde het contact met zijn broer. Na de dood van hun moeder, in december 2007, hadden zij geen contact meer.



Johan Cruijff en Danny Coster op hun huwelijksdag
Op de bruiloft van ploeggenoot Piet Keizer, op 13 juni 1967, ontmoette Cruijff zijn toekomstige vrouw Danny Coster. Ze kregen verkering en op 2 december 1968 traden ze in het huwelijk. Ze gingen in Vinkeveen wonen en kregen drie kinderen: Chantal (16 november 1970), Susila (27 januari 1972) en Jordi (9 februari 1974). Jordi werd vernoemd naar de Catalaanse beschermheilige Sant Jordi. Hoewel het gezin Cruijff op het moment dat hun zoon in een Amsterdams ziekenhuis werd geboren, al in Spanje woonde en het Franco-regime deze naam verboden had om het Catalaanse nationalisme de kop in te drukken,[21] kon de Spaanse burgerlijke stand de aangifte niet weigeren omdat Jordi in Nederland was geboren

2018-08-27 22:36:39

Johan Neeskens

Johannes Jacobus (Johan) Neeskens (Heemstede, 15 september 1951) is een Nederlands oud-profvoetballer en huidig voetbaltrainer. Hij speelde onder andere bij Ajax en FC Barcelona. Als speler was hij internationaal erg succesvol. Met Ajax won hij driemaal de Europacup I, tweemaal de UEFA Super Cup, eenmaal de wereldbeker en met FC Barcelona eenmaal de Europacup II. Met het Nederlands elftal werd hij tweemaal WK-finalist en eenmaal derde op het EK.

Neeskens werd geboren in Heemstede. Op de lagere school, de Heemsteedse Dreefschool, ontpopte hij zich tijdens de jaarlijkse schoolsportdagen tot de schrik van andere sportieve leerlingen. Neeskens bleek van alle sportieve markten thuis te zijn. In de zomermaanden speelde hij honkbal bij RCH (Racing Club Heemstede). Hij zat direct in het Nederlands Juniorenteam, waarmee hij deelnam aan de Europese Kampioenschappen.
Neeskens begon ook zijn voetballoopbaan bij RCH, waar hij in 1968 in het eerste team debuteerde en het honkbal vaarwel zei. Na twee seizoenen werd hij door AFC Ajax ontdekt. Met Ajax won hij drie keer de Europacup I, twee keer de Nederlandse beker, werd twee keer landskampioen en won ook de wereldbeker voor clubteams. Met het Nederlands elftal behaalde hij twee keer zilver op het WK (1974 en 1978). In totaal speelde hij 49 interlands, waarin hij 17 keer scoorde. Hij werd befaamd om zijn strafschoppen, die hij zonder aarzelen met de punt van zijn kicks genadeloos hard en hoog in het doel joeg, vaak door het midden. Hij stond bekend om zijn hardheid, zijn "jagen op de bal" en zijn hoge incasseringsvermogen.
Na de periode bij Ajax speelde hij van 1974 tot 1979 bij FC Barcelona, waar hij naast Johan Cruijff speelde, vandaar zijn bijnaam "Johan Segundo", dat "Johan de Tweede" betekent. Met Barcelona won hij een Spaanse Beker en een Europacup II. Hij werd Spaans speler van het jaar in 1976. In datzelfde jaar haalde hij met het Nederlands elftal ook het brons op het EK 1976. Na zijn tijd bij Barcelona, heeft hij nog zes seizoenen bij New York Cosmos gespeeld. Met Cosmos behaalde hij in 1982 het landskampioenschap. Na Cosmos speelde hij verrassend bij FC Groningen aan het eind van het seizoen 1984/1985. Dat liep echter uit op een deceptie, ondanks een onverwachte en sensationele 1-3 zege uit tegen kampioen Ajax en een 5e plaats in de eindklassering. Hij speelde maar zeven wedstrijden waarin hij niet scoorde. Hierbij dient te worden aangetekend dat hij op de positie "laatste man" speelde, terwijl Neeskens van origine een (verdedigende) middenvelder was. In 1986 speelde hij bij Fort Lauderdale Sun, bij Lowenbrau, nog drie seizoenen bij FC Baar als speler/trainer. Zijn laatste seizoen als speler was bij FC Zug in 1990/1991. Hij was toen veertig jaar. Daarna was hij twee seizoenen coach bij FC Zug, Ook werd hij onder andere assistent-coach bij het Nederlands Elftal en hoofdtrainer bij NEC. Bij die laatste club werd hij in 2004 ontslagen na een dienstverband van bijna vijf jaar.
Neeskens was tijdens het WK 2006 assistent van Guus Hiddink bij Australië. Na het WK trad hij in dienst van FC Barcelona als assistent-trainer naast Frank Rijkaard. Vervolgens werd hij een jaar de bondscoach van het Nederlandse B-elftal en vanaf het seizoen 2009/10 was hij opnieuw de assistent van Rijkaard; dit keer bij het Turkse Galatasaray SK, tot oktober 2010. Medio 2011 werd hij trainer bij het Zuid-Afrikaanse Mamelodi Sundowns. Dat werd geen succes, hij is meerdere malen bedreigd door zijn eigen fans, begin december 2012 is hij ontslagen

2018-08-27 22:36:39

Kees Verkerk

is opgegroeid in Puttershoek waar zijn ouders een café hadden, "t Veerhuys.

Verkerk maakte deel uit van een zeer sterke lichting, die in de jaren zestig opkwam. Zijn specialiteit was de 1500, 5000 en de 10.000 meter. Op de 500m was hij traag.
Doordat de winter van 1962/1963 streng was, konden in het Zuid-Hollandse "s-Gravendeel de provinciale kampioenschappen gehouden worden. Verkerk deed voor het eerst mee, werd derde en kreeg vervolgens een uitnodiging voor de Nederlandse kampioenschappen, waar hij vierde werd. Dat leidde ertoe dat hij opgenomen werd in de nationale kernploeg. Een jaar later al won hij op de Olympische Winterspelen in Innsbruck zilver op de 1500 meter met een tijd van 2:10.6 minuten.
In 1966 en 1967 werd hij wereldkampioen en in 1967 tevens Europees kampioen. Tijdens de Olympische Winterspelen in Grenoble van 1968 won hij goud op de 1500 meter in 2:03.4 en zilver op de 5000 meter in 7:23.2 - nota bene een wereldrecord, maar in de volgende en laatste rit streefde de Noor Fred Anton Maier hem alsnog voorbij. In 1972 werd Verkerk op de Winterspelen van Sapporo op de 10.000 meter tweede in 15:04.70, zijn derde vice-olympische titel.
Verkerk brak tijdens zijn carrière vele records: in 1963 (7:45.3), 1967 (7:45.3), 1968 (7:36.6) en 1969 (7:24.1) verbeterde hij het Nederlands record op de 5000 m en in 1966 (16:01.0), 1967 (15:32.2), 1968 (15:28.7) en 1969 (15:03.6) op de 10.000 m. Vooral de laatste prestatie was groots, want daarmee verbeterde hij het wereldrecord van Per Willy Guttormsen met twaalf en een halve seconde. Die rit in Inzell behoort tot de meest legendarische in de Nederlandse schaatshistorie.[1]
In later jaren werd hij als Nederlands beste overvleugeld door Ard Schenk. Schenk en Verkerk kwamen voor het eerst tegen elkaar uit in Graft op 17 februari 1963. Zij troffen elkaar op de 10 kilometer. Schenk won die afstand, maar Verkerk het eindklassement. Na die wedstrijd werden zij beiden voor het eerst toegevoegd aan de nationale kernploeg.
In 1973 en 1974 was hij samen met Schenk en een dozijn anderen professional bij de International Speed Skating League. Tot in 1980 was hij vijf seizoenen bondscoach van het Zweedse herenteam.
Verkerk trouwde in 1972 met een Noorse. Hij woont bij Kristiansand in Noorwegen en heeft daar een recreatiebedrijf. In 2010 werd hij benoemd tot erelid van de KNSB.

Kees Verkerk wordt eerste in het algemeen eindklassement tijdens de nationale schaatskampioenschappen 1972.
Cornelis Arie (Kees) Verkerk (Maasdam, 28 oktober 1942) is een Nederlands oud-langebaanschaatser. Hij werd tweemaal wereldkampioen, eenmaal olympisch kampioen, eenmaal Europees kampioen en viermaal nationaal kampioen. Verkerk behoort niet alleen tot de allerbeste schaatsers die Nederland gekend heeft, maar was ook een van de meest populaire. Hij wordt in Nederland beschouwd als een nationale volksheld.
De jaren van zijn schaatssuccessen staan bekend als het tijdperk van "Ard en Keessie". Ard staat voor Ard Schenk, zijn grootste concurrent. Na zijn schaatscarrière vestigde Verkerk zich in Noorwegen waar hij samen met zijn Noorse echtgenote een kampeer- en recreatiewoningpark exploiteert bij Hamresanden in Kristiansand.

2018-08-27 22:43:17

Nederlands elftal 1974

Nog tot het begin van het toernooi, zijn er weinig mensen die de verrichtingen van Oranje iets kan schelen. Nederland speelt voor het toernooi een oefenwedstrijd tegen Argentinië en Arie Haan spreekt zijn verbazing uit op televisie: ‘Als ik zeg tegen mensen: “Zondag is de wedstrijd tegen Argentinië, dan weet niemand waar ik het over heb”’. Kaartverkoper Han Stork heeft de ontwikkeling van de gekte van dichtbij meegemaakt. Het reisbureau waarvoor hij werkt is door de KNVB aangewezen tot officiële kaartverkooppunt voor het WK 1974. Naarmate de Nederlanders verder komen in het toernooi, neemt de belangstelling voor kaarten toe. Voor het toernooi is er nog weinig aan de hand, maar Stork komt al snel in de problemen. De vraag naar kaarten overstijgt het aanbod vele malen. Bussen vol supporters, uitgedost met oranje petjes, maar wel met de stropdas nog om, staan te wachten aan de grens (er is dan nog grenscontrole tussen Nederland en Duitsland). Met oranje vlaggen versierde treinen, afgeladen met uit het raam hangende supporters vertrekken van de Nederlandse stations. Het is voor het eerst dat het volk zo massaal achter het elftal aanreist.

Van tevoren zijn de verwachtingen erg laag. Wel een beetje vreemd, als je bedenkt dat de Nederlandse clubs het in het begin van de jaren ’70 goed doen: Feyenoord wint in 1970 de Europacup voor landskampioenen en de wereldbeker, Ajax in 1971, 1972 en 1973 de Europacup en in ’72 de Europese Supercup en de wereldbeker. Het is dus niet zo dat de Nederlanders niet kunnen voetballen, maar het nationale team heeft tot dan toe nog nooit iets gepresteerd. ‘Niemand wist toch wat er te verwachten was’, zegt Eddy Poelmann, die zijn eerste WK als journalist bijwoonde. ‘Hoewel de Europacups van Ajax en Feyenoord achter de rug waren, had niemand enig idee over de internationale verhoudingen’, aldus Poelmann.

Het is voor het eerst sinds 1938 dat Nederland meedoet aan een eindronde van het Wereldkampioenschap. Niemand verwacht eigenlijk dat ze zullen presteren. Maar het curieuze voetbal dat Nederland speelt, maakt indruk op iedereen. Wat Nederland onder leiding van trainer Rinus Michels en aanvoerder Johan Cruijff laat zien, is op dit niveau niet eerder vertoond. Totaalvoetbal, waarbij niet alleen de aanvallers meeverdedigen en de verdedigers ineens in de voorhoede kunnen opduiken, maar waarbij iedere speler op elke plek uit de voeten moet kunnen om daarmee een zo groot mogelijke verwarring te stichten bij de tegenstander.

Die tegenstander weet inderdaad niet wat hij aanmoet met dit Nederlandse spel. Onbevangen als het is, speelt Nederland een ijzersterk toernooi. Onbevangen en onervaren, omdat deze generatie voetballers geen ervaring heeft met dit soort toernooien. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitsers, die in 1966 in de finale stonden en in 1970 derde werden. Zij weten hoe je met de spanningen van een groot toernooi omgaat, voor de Nederlanders is alles nieuw. Goed, mannen als Johan Cruijff, Ruud Krol, Johan Neeskens, Wim van Hanegem, Wim Jansen, Arie Haan en Wim Rijsbergen hebben met hun clubs de voorgaande jaren al het een en ander beleefd, maar op een groot toernooi hebben ze nog nooit samen gespeeld.

Oranje speelt het beste voetbal van het toernooi, daar is iedereen het over eens. Siegfried Drach, die als Duitse sportjournalist het Nederlands Elftal volgt, verbaast zich over het gemak waarmee de Nederlanders lijken te spelen. ‘Ook bij de training. Dan werd er wel een spelvorm geoefend, maar vervolgens werd er gelachen en dan lag de training weer vijf minuten stil. Of ze gingen schoten op doel oefenen, maar dan ineens gingen ze wedden hoe vaak Willem van Hanegem op de paal kon schieten. Dat was zo anders dan we bij het Duitse elftal meemaakten, dat was zo extreem voorbereid en dit was zo speels en elegant’, herinnert Drach zich. Het totaalvoetbal was een vondst van Michels, aldus voetbaldichter Chris Willemsen. ‘Hij liet het aan de spelers over om het te interpreteren. Dat wil zeggen: je moet allemaal kunnen verdedigen, allemaal kunnen opbouwen, allemaal kunnen afmaken en aanvallen. En dat deden ze dus allemaal’, zo stelt Willemsen die een groot aantal van de wedstrijden van het Nederlands elftal op dat WK bezocht.

De wereld kijkt met verbazing naar wat de Nederlanders op de mat leggen. Wie zijn deze voetballers, hoe komt het dat we deze voetballers niet eerder hebben gezien op een groot toernooi? En wat presteren ze goed: in de eerste ronde wint Nederland van Uruguay en Bulgarije en speelt het gelijk tegen Zweden. In de tweede ronde ontmoet Oranje Argentinië, de DDR en Brazilië. In de stromende regen van Gelsenkirchen declasseert Oranje voetbalreus Argentinië. Met een 4-0 achterstand weten de Argentijnen niet meer hoe ze het hebben. Daarna wordt de DDR aan de kant gezet en volgt wereldkampioen Brazilië. Volgens Willemsen stelden de tegenstanders in de tweede ronde zich na het zien van het spel van Oranje in die eerste ronde anders op. ‘Veel defensiever, waar we in de eerste ronde nog wel eens veel ruimte kregen tegen Bulgarije en Uruguay. Maar in die tweede ronde werd strak verdedigd: heel stevig door een onsympathieke mandekking’. Vooral in de wedstrijd tegen Brazilië toont Oranje dat het niet alleen mooi voetbal, maar ook hard voetbal kan spelen. Beide teams maken zich veelvuldig schuldig aan aanslagen.

De Hollanders vallen niet alleen op door hun goede spel. De spelers onderscheiden zich ook uiterlijk van de andere landen. ‘Het mooie aan Oranje was de onverschilligheid. Spelers liepen erbij met lang haar en ongeschoren koppen, shirt uit de broek met een houding van: “Wie maakt ons wat?”. Jullie zijn een braaf en netjes voetballand, maar wij gaan iets bijzonders doen. En we trekken ons nergens wat van aan. Dat was te zien in het spel, maar ook in het gedrag’, zo beweert Willemsen. Voetbalhistoricus Simon Kuper ziet maar één vergelijkbaar land: Duitsland. ‘Dat stond te boek als strak, gedisciplineerd. Maar dat was niet helemaal zo in 1974. Een man als Breitner gaf zich uit als maoïst, had een baard, zei opmerkelijke dingen. Beckenbauer zei ook intelligente dingen. Van andere landen zoals de DDR en Uruguay kon je dat niet verwachten’, zegt Kuper in een Parijs café.

Willemsen ziet wel een verband tussen het losse Nederlandse elftal en de Nederlandse samenleving van toen. ‘Ik denk dat het één niet zonder het ander kan; het voetbal is ook een spiegel van de samenleving’. Ook Drach ziet die parallel. ‘Ik was altijd al een fan van Amsterdam, omdat die stad voor mij de meest multiculturele stad was. En dit team deed me heel veel denken aan Amsterdam omdat ze speelde zoals men zich het leven en de levensvreugde in Amsterdam voorstelt’, zegt Drach die nog elke zes weken naar Nederland reist. Voor Simon Kuper markeert 1974 het begin van het zelfvertrouwen van de Nederlander. ‘Niet dat je alles aan het voetbal moet vastmaken, maar Nederland was een land met een ontluikend zelfvertrouwen. Nederland was een perfecte democratie. Nederland kreeg bij het buitenlands beleid de functie van gidsland en wilde dat de wereld laten zien. Het idee van morele superioriteit ontstond en in het voetbal had je dat ook: dat wij het puurste, mooiste, aanvallendste voetbal speelden en dat andere landen dat maar over moesten nemen’, zo meent Kuper.

Berucht zijn de verhalen over de festiviteiten die zich afspelen in het hotel waar de Nederlanders tijdens het toernooi verblijven: het Waldhotel in Hiltrup, niet ver van Munster. Historicus Auke Kok beschrijft in zijn boek 1974. Wij waren de besten uitvoerig hoe het er aan toeging in het Waldhotel, waar de spelers de zes weken van het toernooi verblijven. Wat vooral opvalt is de grote hoeveelheid drank en sigaretten die erdoor gaat. Niet alleen de spelers maken het ’s nachts laat, ook de meegereisde bondsbestuurders kunnen er wat van. Kok beschrijft de spelers als een soort popsterren, haast sekssymbolen, die doen wat hen goeddunkt en zich gedragen hoe het ze uitkomt. Trainer Rinus Michels is vaak weg; zijn club Barcelona speelt op hetzelfde moment in het toernooi om de Spaanse beker.

2018-08-31 13:09:15

Piet van der Kruk

Pieter (Piet) van der Kruk (Delft, 13 augustus 1941) is een voormalige Nederlandse gewichtheffer en kogelstoter, die zijn grootste successen heeft gekend in de periode 1960-1969. Hij werd vijfmaal Nederlands kampioen gewichtheffen en viermaal Nederlands kampioen kogelstoten. Bekendheid verwierf hij vooral door zijn deelname als gewichtheffer aan de Olympische Spelen van Mexico-Stad in 1968. Daar behaalde hij een negende plaats in de zwaargewichtklasse.
In zijn jeugd deed Van der Kruk aan turnen bij de Christelijke Gymnastiek Vereniging Excelsior in Delft. Op veertienjarige leeftijd ontdekte hij zijn kracht en stapte hij over naar de Delftse Krachtsportvereniging Sandow. Daar ging hij gewichtheffen en Grieks-Romeins worstelen. Twee keer werd hij jeugdkampioen van Nederland bij het gewichtheffen en één keer bij het worstelen. Enkele jaren later, als zestienjarige, werd hij bovendien lid van de Delftse Atletiekvereniging AV "40. Hier legde hij zich toe op de werpnummers kogelstoten en discuswerpen. Ook in deze tak van sport, op kogelstoten, veroverde hij twee nationale jeugdtitels.

Carrière als gewichtheffer[bewerken]
Van der Kruk kwam reeds als kind in aanraking met gewichtheffen. Zijn vader, een vroegere gewichtheffer, nam hem namelijk al op jonge leeftijd mee naar wedstrijden. Zo was hij in 1949 toeschouwer bij de wereldkampioenschappen gewichtheffen in het Circusgebouw in Scheveningen.


Piet van der Kruk, de gewichtheffer
Zijn eerste wedstrijd tilde Van der Kruk op 29 januari 1956, zijn laatste op 16 maart 1969. In 1957 en 1958 werd hij jeugdkampioen van Nederland in het zwaargewicht. Vervolgens veroverde hij vijfmaal de nationale titel in deze klasse bij de senioren. Tussen 1964 en 1969 verbeterde hij in het zwaargewicht 32 keer een Nederlands record. Toen hij stopte waren de Nederlandse records op zijn naam: drukken 168 kg, trekken 143 kg, stoten 187,5 kg en totaal 487,5 kg. Tussen 1956 en 1969 tilde Van der Kruk als gewichtheffer 96 wedstrijden, waarvan 9 landenwedstrijden.
Zijn militaire dienstplicht vervulde Van der Kruk van 1961 tot 1963 bij de Koninklijke Marine. Hij kreeg daar voldoende faciliteiten om aan zijn conditie te werken en om kogel te stoten. Mogelijkheden voor krachttraining waren er niet. Zijn ontwikkeling als gewichtheffer stond daardoor twee jaar stil. Na vervulling van zijn dienstplicht werd hij in 1963 lid van de Haagse Krachtsportvereniging Simson-KDO. Hier vond hij in de persoon van Kees Koolhoven zijn juiste trainingsmaat en maakte hij grote voortgang.
Op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico werd Van der Kruk bij het gewichtheffen in de klasse zwaargewicht negende, met een totaal van 487,5 kg (drukken 160,0 kg; trekken 140,0 kg; stoten 187,5 kg). Zelf woog hij toen 127,5 kg.
Nadat hij gestopt was als gewichtheffer werd Van der Kruk bondscoach van de nationale gewichthefselectie en begeleidde hij tussen 1975 en 1992 vertegenwoordigende teams naar vele internationale wedstrijden.

Atletiekloopbaan

Van der Kruk kwam in 1956 in aanraking met atletiek. Dat gebeurde tijdens een tocht met zijn vrienden door de polders rond Delft. AV’40 had een trainingsveld aan de rand van de stad. Vanuit de polder kwam hij letterlijk via de achterdeur bij deze atletiekaccommodatie terecht. Van der Kruk en zijn vrienden werden door de trainende atleten uitgenodigd om mee te trainen. Al gauw bleken de werpnummers hem beter te liggen dan lopen en springen. Hij begon deel te nemen aan wedstrijden en stak vrijwel direct met kop en schouders boven zijn leeftijdsgenoten uit.
In 1957 en 1958 werd Van der Kruk jeugdkampioen van Nederland. Ook verbeterde hij het Nederlandse jeugdrecord: op 28 augustus 1960 bracht hij dit tijdens een landenwedstrijd in Den Haag tegen de jeugd van Duitsland met de 6 kg-kogel op 16,07 m. Van 1959 tot 1961 nam hij zes keer deel aan een jeugdlandenwedstrijd.
In 1959 werd Van der Kruk door de Rotterdamse discuswerper Cees Koch uitgenodigd om samen met hem te komen trainen. De atletiekaccommodatie aan het Lange Pad in Rotterdam en het Kralingse Bos werden hun trainingsterrein. Het koppel trainde en stimuleerde elkaar tot ver in de jaren zestig, slechts onderbroken door de militaire dienst van Van der Kruk (1961-1963). In die periode trainde hij in Den Helder met de discuswerper Gerard Verhalle, toen korporaal/sportinstructeur bij de Mariniers. Veel later zou Verhalle teammanager worden van het Nederlandse volleybalteam.
Tussen 1959 en 1970 nam Van der Kruk als kogelstoter deel aan 34 interlandwedstrijden en veroverde hij vier nationale titels. Tijdens een vierlandenwedstrijd in 1967 in het Østerbro Stadion in Kopenhagen verbeterde hij het Nederlandse record kogelstoten. Hij bracht het op 17,09 m en stootte daarmee als eerste Nederlander verder dan 17 m. Het record stond negen jaar op zijn naam.

Autodidact

Van der Kruk trainde zichzelf, een eigen atletiektrainer heeft hij nooit gehad. Voor technische aanwijzingen liet hij zich graag adviseren door Jan de Lange, een aan het CIOS afgestudeerd sportleraar. Deze was ook lid bij AV "40 in Delft en hielp daar diverse atleten, omdat er bij deze vereniging destijds geen deskundige instructeurs rondliepen. Zo ook adviseerde hij tevens Ria Stalman om te gaan discuswerpen en werd deze binnen een maand Ned. juniorkampioene op dit nummer. Vooral bij problemen met de timing en uitstoot wist deze hem vaak met twee of drie aanwijzingen 60 tot 80 cm verder te laten stoten. Door te kijken, te luisteren en te lezen maakte hij zich de kogelstoottechniek eigen. Heel veel werd tijdens de trainingen uitgeprobeerd. "Als kogelstoter heb ik wel deel mogen nemen aan de zogenaamde Centrale Trainingen van de KNAU. De KNAU liet een bekende, vrijwel altijd Duitse trainer voor een weekend over komen en liet die los op de vaderlandse top. Zo heb ik een aantal jaren winterse weekendtrainingen gehad in een klein groepje met Cees Koch en Eef Kamerbeek. Meestal werpen in Den Haag op de A-baan aan de Laan van Poot. In de duinen en op het strand werden we fysiek afgeknepen."
Van krachttrainingen moest de KNAU in die tijd nog helemaal niets hebben. Sportscholen met halters en andere hulpmiddelen had je toen nog niet. Van der Kruk en Koch fabriceerden hun halters zelf. "Cees zorgde voor hout waarvan we zelf onze hulpmiddelen (bankjes, blokken, etc.) maakten. Cees had met zijn vader en broer een rijwielgroothandel, de fietsen werden in houten kratten afgeleverd. Had na gebruik geen waarde meer, dat hout gebruikten wij. Ja,ja, dat waren nog eens tijden."
Bij het gewichtheffen was het eigenlijk niet anders. "Je keek van oudere gewichtheffers af hoe het moest. Van trainingsschema’s had in Nederland nog nooit iemand gehoord. Ik was de eerste gewichtheffer in Nederland die systematisch ging trainen. Gebruikte daar het handboek van de Russische coach Vorobiev voor. Later heb ik nog een aantal keren enkele weken doorgebracht in het trainingskamp van de Duitse gewichthefbond. Een uitzonderlijk privilege dat men mij als eenling uit Nederland wel gunde

2018-09-07 12:53:59

Jack Middelburg

Jack Middelburg (Naaldwijk, 30 april 1952 – Groningen, 3 april 1984) was een Nederlands motorcoureur.
Zijn beste seizoen was dat van 1981, toen hij de Britse Grand Prix won en als beste privérijder op de zevende plaats in de 500cc-klasse van het wereldkampioenschap wegrace eindigde. Zijn mooiste overwinning was wellicht die van de TT van Assen in het seizoen 1980.

Jack Middelburg was kassenbeglazer van beroep. Aanvankelijk had hij de bijnaam "Den Briet", naar zijn grootvader, die briketten verkocht. Vanwege zijn onbesuisde rijstijl kreeg Middelburg al jong de bijnaam "Jumping Jack" (misschien afgeleid van het nummer Jumpin" Jack Flash van The Rolling Stones).

Carrière
Hij kwam in contact met de motorsport tijdens een motortoertocht met enkele vrienden. Toen ze op zondag 27 mei 1973 in het Brabantse Liessel kwamen was daar een NMB-race bezig. Jack dacht dat hij binnen niet al te lange tijd net zo snel zou kunnen zijn als de deelnemers en meldde zich de volgende dinsdag bij de NMB. De volgende donderdag (Hemelvaartsdag) mocht hij - nog zonder startlicentie - deelnemen aan een NMB-race in Woudrichem. Hij werd met zijn gewone Honda CB 750 zesde in deze eerste race.

In 1974 werd hij, gesteund door Henk Rekers Motoren uit Heerlen en hun monteur Harry Klaus met een Egli-Honda NMB-kampioen in de Superklasse, tweede in de 350cc-klasse en derde in de 500 cc-standaardklasse. Hij had aan het einde van het seizoen een supportersclub met ruim 100 leden, die een 354cc-Yamaha TZ 350[1] voor hem kocht. Aan het eind van 1974 stapte Jack over van de NMB naar de KNMV.

Op 1 april volgde de kampioensrace in Tolbert, waarbij ook Boet aan de start kwam, zij het op een reservemachine van Rob Punt [2]. Het was zo koud, dat de eerste trainingen uitgesteld moesten worden door sneeuw op het circuit. Van Dulmen waarschuwde Punt dan ook voorzichtig te zijn omdat zijn banden niet warm genoeg zouden worden. Zelfs Jack was zich bewust van het gevaar. Nog geen uur voor de start van de 500cc-race had hij de in de 250cc-race gevallen Mar Schouten geholpen en gezegd: "Je moet hier echt rustig aan doen". In tegenstelling tot de 250cc-klasse, die twee opwarmronden had gekregen, kreeg de 500cc-klasse er maar één, volgens wedstrijdleider Jo Zegwaard omdat de 250cc-coureurs daarom gevraagd hadden en de 500cc-rijders niet.
In de tweede ronde probeerde Jack Middelburg Rob Punt door een buitenbocht in te halen, waarbij zijn voorwiel wegschoof. Jack én zijn Honda werden door de strobalen teruggekaatst op de baan. Punt was al voorbij en enkele coureurs wisten om de ravage heen te rijden, maar Boet van Dulmen reed tegen de Honda van Middelburg en Peter Lemstra raakte Jack. Peter Smetsers en John Schreuder reden vervolgens tegen de brandende Suzuki van Van Dulmen. Jack werd onmiddellijk naar het Academisch ziekenhuis in Groningen gebracht, waar hij tot elf uur "s avonds werd geopereerd. Hij had open hoofdwonden, hersenbeschadigingen en diverse inwendige verwondingen. Twee dagen na het ongeval, op 3 april, overleed hij.
Al in juni 1984 verscheen het boek "Jack Middelburg, te snel aan de finish", geschreven door Jaap Timmer, Henk Keulemans, Hans van Loozenoord en Jan Heese.
In mei 2000, 16 jaar na zijn dood, werd Jack in "s-Gravenzande uitgeroepen tot ‘Westlander van de Eeuw’.
De Motorrijders Actie Groep (MAG), belangenvereniging voor motorrijders, heeft ervoor gezorgd dat op 10 april 2004 de nieuwe motorontmoetingsplek in Assen als officiële naam Jack Middelburgplein kreeg. De onthulling vond plaats in het bijzijn van nabestaanden en vrienden, waarbij zijn zoon Jacky de originele motor bereed waarmee Jack de TT won.

2018-09-20 11:56:51

Jan Lammers (Zandvoort, 2 juni 1956) is een Nederlands autocoureur, wiens bijnaam Jantje luidt.

Als kind werkt Lammers op de anti-slipschool van de tijdens zijn leven al legendarische autocoureur Rob Slotemaker. Al snel mag Lammers als baanspuiter en autowasser zijn kunsten vertonen op de gladde baan naast het circuit van zijn woonplaats. Slotemaker ziet het talent van zijn pupil, die uitgroeit tot het boegbeeld van de school. Hoewel hij amper boven het stuur uitkomt, wint Lammers in 1972 de racecursus van Zandvoort en is hij klaar voor zijn debuut in de autosport.

Als 16-jarige, nog zonder rijbewijs, rijdt Lammers zijn eerste race en is hij direct succesvol. Hij wint met de Simca van mentor Slotemaker in de Groep 1 toerwagens.

Naast de Formule 1 en de Sportcars heeft hij nog heel veel andere klassen succesvol gereden.

Lammers debuteert als regerend Europees Formule 3 kampioen in 1979 op 22-jarige leeftijd in de Formule 1. Zijn beste resultaat in 1979 in een race is zijn 9e plaats op Montréal. In 1980 rijdt Lammers in de ATS-Ford naar de vierde startplaats voor de Grand Prix van Amerika op Long Beach, echter na 100 meter racen is het in Amerika over voor Lammers door een gebroken steekas. Later dat seizoen moet Lammers plaatsmaken voor de weer fitte Marc Surer en gaat nog rijden voor Ensign, maar omdat hij daar in een slechte auto rijdt, kan hij zich slechts drie keer kwalificeren voor de race.

In 1981 komt Lammers bij hetzelfde team niet echt uit de verf en ziet in San Marino ineens een nieuwe teamgenoot aan zijn zijde - ABBA-drummer Slim Borgudd - die later ook het kopmanschap bij het team zal overnemen, waarna Lammers het veld moet ruimen. Hij keert tijdens de Grand Prix van België terug in de Formule 1, maar stapt noodgedwongen opnieuw in een kansloze auto. In het turbulente jaar 1982 lijkt Lammers" carrière een nieuwe wending te krijgen als Renault-rijder Alain Prost zich bij een crash op Monaco blesseert. De eventuele vervanging van de Fransman door Lammers vindt geen doorgang als deze in Detroit met zijn Theodore in de muur smakt en daarbij zelf een duim breekt. Lammers rijdt dat jaar op Zandvoort zijn laatste Grand Prix.

In 1992 gebeurt iets unieks: Lammers" comeback in de Formule 1, tien jaar na zijn laatste Grand Prix. Dat is nog steeds een absoluut record in de Formule 1. Twee dagen voor de eerste race van het F1 seizoen van 1993 raakt het noodlijdende March-team in de problemen als Ilmor weigert het team motoren te leveren. Lammers staat langs de kant en het team gaat uiteindelijk failliet.

2018-10-18 17:45:30

Enith Brigitha

Enith Sijtje Maria Brigitha (Curaçao, 15 april 1955) is een Nederlands voormalig zwemster. Tegenwoordig is zij zweminstructrice op Curaçao en Bonaire[1].
Biografie[bewerken]
Brigitha is geboren op Curaçao en leerde zwemmen in zee. Ze kwam op vijftienjarige leeftijd naar Amsterdam met haar moeder en vier broers. Daar ging ze werken als verkoopster in een Amsterdams warenhuis en zwemmen bij zwemvereniging Het Y.
In 1972 was ze de eerste Nederlandse zwemster die de 100 meter vrije slag aflegde binnen een minuut. Van 1972 tot en met 1979 was ze zonder twijfel de beste zwemster van Nederland. Ze was overigens niet alleen een vrijeslagzwemster; ze blonk ook uit op rugslag, vlinderslag en wisselslag. In totaal veroverde ze 21 nationale zwemtitels.
Ook internationaal kon ze goed meekomen met de besten. Bij de Wereldkampioenschappen zwemmen in 1973 en 1975 haalde ze in totaal eenmaal zilver (op de 200 meter rugslag) en viermaal brons. Steeds moest ze daarbij zwemsters uit Oost-Duitsland voor zich dulden, waarvan later zou blijken dat die doping hadden gebruikt om hun topprestaties te kunnen leveren.[2]
Brigitha deed namens Nederland mee aan de Olympische Zomerspelen van 1972 (in München) en die van 1976 (in Montreal). Bij de Spelen in Montreal haalde ze bronzen medailles op de 100 meter en 200 meter vrije slag; Kornelia Ender uit Oost-Duitsland behaalde op beide afstanden het goud. Brigitha beschouwde de derde plaats op de 100 meter (in 56.65 sec.) als de mooiste prestatie uit haar carrière. Ze was de eerste gekleurde zwemmer die olympische medailles won.[3]
Brigitha werd in 1973 en 1974 uitgeroepen tot Sportvrouw van het jaar. In 1979 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In september 2017 verscheen haar levensverhaal in boekvorm: Enith Brigitha. Zwemmen in de schaduw van doping

2018-10-18 17:45:30

Erica Terpstra

Erica Georgine (of Georgina) Terpstra (Den Haag, 26 mei 1943) is een Nederlands presentatrice en voormalig zwemkampioene, sportjournaliste, staatssecretaris en Tweede Kamerlid. Eind 2003 werd zij gekozen tot voorzitter van de sportkoepel NOC*NSF. Zij stopte hiermee op 18 mei 2010. Zij studeerde sinologie aan de Rijksuniversiteit Leiden van 1962 tot 1966 (geen afsluitend examen).

Omdat haar vader in 1949 naar het toenmalige Nederlands-Indië werd uitgezonden om les te geven aan de Politieschool in Soekaboemi (Java), vertrok het gezin Terpstra voor twee jaar naar dit voormalige overzeese rijksdeel. Hier bezocht Erica de lagere school en kreeg ze op aanraden van de arts van het gezin, die haar "te iel" vond, haar eerste zwemlessen in het zwembad "Prana" (in 2016 na grondige renovatie heropend), waar de kiem werd gelegd voor haar latere zwemsucces. In 1951 keerde het gezin vanwege de politieke onrust in het land terug naar Nederland.
Begin jaren zestig was Terpstra een in Nederland gerenommeerd zwemster, gespecialiseerd in de 100 meter vrije slag. Ze deed tweemaal mee aan de Olympische Spelen, in Rome (1960) en in Tokio (1964). Bij haar laatste olympische optreden won Terpstra, lid van zwemvereniging HZ&PC uit Den Haag, de zilveren medaille op 4x100 meter wisselslag en de bronzen op de 4x100 meter vrije slag, samen met Pauline van der Wildt (startzwemster), Toos Beumer (tweede zwemster) en Winnie van Weerdenburg (derde zwemster). Ook was ze Europees kampioen in 1962 en meerdere malen Nederlands kampioen.
Na haar sportcarrière begon Terpstra als lerares. Ze doceerde Nederlands aan Chinezen. Later werd zij (sport-)journaliste. In 1977 kwam ze in de Tweede Kamer voor de VVD via een op het laatste moment toegekende restzetel. Ze zou tot 15 december 2003 Kamerlid blijven, met een onderbreking van vier jaar (1994 - 1998) waarin zij staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport was in het kabinet-Kok I. Terpstra was op het moment van haar afscheid het langstzittende Kamerlid. Ze werd keer op keer gekozen met een groot aantal voorkeurstemmen (in 1994 ruim 311.000).
Op 21 oktober 2003 werd Terpstra gekozen tot voorzitter van NOC*NSF. In een verkiezing tussen twee personen versloeg ze de mede-kandidaat Ruud Vreeman, die door het bestuur was voorgedragen.
Als voorzitter van NOC*NSF reikte Terpstra in 2005 de nieuwe sportprijs de Fanny Blankers-Koen Trofee uit, vernoemd naar de legendarische atlete Fanny Blankers-Koen. Terpstra deed dit op 9 december in de nieuwe ijshal in Turijn, waar een aantal maanden later de Olympische Winterspelen 2006 plaatsvonden. De ontvangers waren judoka Anton Geesink, kunstrijdster Sjoukje Dijkstra, roeier Nico Rienks en schaatser Ard Schenk. Ook voetballer Johan Cruijff won een FBK Trofee. Hij was echter niet aanwezig omdat hij diezelfde dag een rol had bij de loting van het Wereldkampioenschap voetbal 2006 in Leipzig. Terpstra trad in mei 2010 officieel af als voorzitter van NOC*NSF. In 2010 trad Erica Terpstra toe als lid van de Raad van Toezicht van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen.

Gezondheid

In juli 2014 werd Terpstra opgenomen in het ziekenhuis vanwege een te hoge bloeddruk en een onregelmatige hartslag. In december van hetzelfde jaar werd Terpstra wederom in het ziekenhuis opgenomen, ditmaal met een infectie aan haar been die werd veroorzaakt door een onbekende bacterie. In maart 2015 begon zij aan een revalidatie

2018-10-18 17:45:30

Fanny Blankers-Koen

Francina Elsje (Fanny) Blankers-Koen (Lage Vuursche, 26 april 1918 - Hoofddorp, 25 januari 2004) was een Nederlandse atlete. Ze verwierf wereldfaam tijdens de Olympische Spelen van 1948 in Londen. Op liefst vier disciplines (100m, 200m, 80m horden en 4 x 100m) behaalde ze goud.
Blankers-Koen was in die tijd al getrouwd met haar trainer Jan Blankers en had al twee kinderen met hem. Dat ze als moeder topsport bedreef en talloze internationale wedstrijden won, leverde Fanny de titels "De vliegende huisvrouw" en "The Flying Dutchmam" op.

2018-12-12 20:21:35

Ada Kok (1968)

Aagje (Ada) Kok (Amsterdam, 6 juni 1947) is een Nederlands oud-zwemster en olympisch kampioen die in de jaren zestig behoorde tot de wereldtop op het onderdeel vlinderslag.
Carrière
Haar internationale opmars begon in 1962, toen ze als vijftienjarige in Leipzig de Europese titel op de 100 meter vlinderslag veroverde. Ook maakte ze deel uit van de zilveren medaille verdienende 4x100 meter wisselslagploeg. Twee jaar later bij de Spelen van Tokio werd ze op beide nummers tweede. Dat ze ook op de vrije slag goed mee kon, bleek uit haar tweede plaats op de 400 meter bij de Europese kampioenschappen van 1966 in Utrecht. Ook bij dat toernooi won ze de 100 m vlinderslag en de 4x100 meter wisselslag.
Haar hoogtepunt beleefde Kok, lid van A.Z. & P.C. (Amstelveense Zwem & Poloclub) De Futen uit Amstelveen, bij de Spelen van 1968 in Mexico. Op het nieuwe nummer bij de vrouwen, de 200 meter vlinderslag, won zij de gouden medaille in een tijd van 2.24,7. Daarmee was zij één tiende seconde sneller dan de Oost-Duitse Helga Lindner. De 100 meter vlinderslag in Mexico draaide uit op een grote teleurstelling. Kok was niet fit en werd slechts vierde.
Inmiddels had ze tussen 1963 en 1967 op de 100 meter en 200 meter vlinderslag (pas later ingevoerd) negen keer een wereldrecord gezwommen.
Kok werd driemaal verkozen tot Sportvrouw van het jaar: in 1965, "66 en "68.

Kok is getrouwd en heeft twee dochters. Koks zus, de drie jaar oudere Gretta, was eveneens een talentvol zwemster. Gretta nam ook twee keer deel aan de Olympische Spelen (Rome 1960 en Tokio 1964).

2018-12-12 20:21:35

Anky van Grunsven,
Dressuuramazone - 1996
Theodora Elisabeth Gerarda (Anky) van Grunsven (Erp, 2 januari 1968) is een Nederlandse dressuuramazone. Zij is drievoudig olympisch kampioen en de Nederlander die in totaal (goud, zilver en brons) de meeste olympische medailles op de zomerspelen in de Nederlandse sportgeschiedenis heeft behaald.

Biografie
Anky van Grunsven begon met rijden op zesjarige leeftijd. Na het behalen van haar havo-diploma op het Zwijsen College in Veghel, besloot Van Grunsven om professioneel te gaan rijden.
Prisco was haar eerste eigen paard. In 1980 reed Anky van Grunsven met hem haar eerste dressuurwedstrijd in de L-klasse. In 1982 promoveerde ze naar de Z-klasse. In 1990 werd ze voor het eerst Nederlands kampioen. Met Bonfire waarmee zij in 1991 voor de tweede keer Nederlands dressuurkampioen werd, won ze in totaal negenmaal de nationale dressuurtitel.
In 1994 werd Anky van Grunsven in Den Haag wereldkampioene op het onderdeel Kür op Muziek. Ze won zeven keer de Wereldbekerfinale, waarvan vijf keer met Bonfire: de eerste keer in 1995 in Hollywood, waarbij “Bonfire’s Symphony” als kürmuziek een grote rol speelde; in 1996 in Göteborg; in 1997 in ’s-Hertogenbosch; in 1999 in Dortmund; en in 2000 wederom in ’s-Hertogenbosch. Daarna won Anky van Grunsven nog tweemaal de Wereldbekerfinale met Keltec Salinero: in Düsseldorf (2004), en in Las Vegas (2005).

Onderscheidingen

In 1993, 1994, 1995, 1996, 1998, 2000 , 2004 en 2008 werd Van Grunsven uitgeroepen tot “Ruiter van het jaar”. Tevens werd zij in 1994 geëerd als sportvrouw van het jaar. In 2001 werd zij uitgeroepen tot “Ruiter van de eeuw”. Van Grunsven is ook benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Paardrijden en alles eromheen is voor Van Grunsven een fulltime bezigheid geworden. Ze geeft ook regelmatig les. Het niveau varieert van landelijk Z tot en met Grand Prix. Daarnaast geeft ze ook vaak clinics in binnen- en buitenland.

2018-12-12 20:21:35

Anton Geesink

Anthonius Johannes (Anton) Geesink (Utrecht, 6 april 1934 – aldaar, 27 augustus 2010) was een Nederlandse judoka, wereld- en olympisch kampioen judo en lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).
Carrière-Als sportman
De eerste leraar van Anton Geesink was Jan van der Horst, een judopionier die een judoschool in Utrecht had. In 1949 nam Geesink deel aan de Nederlandse Kampioenschappen. In 1951 werd hij nationaal kampioen en in 1953 Europees kampioen alle categorieën. Vanaf 1956 trainde hij op uitnodiging van de Japanse bondscoach jaarlijks enkele maanden in Japan. De 1,98 m lange en 120 kilo zware Anton Geesink wist in 1961 in Parijs als eerste niet-Japanner de wereldtitel te behalen in de judoklasse alle categorieën. In 1960 kwalificeerde hij zich als worstelaar voor de Olympische Spelen in Rome, maar hij werd door het NOC geweigerd omdat hij geld verdiende als judoleraar. In 1964 zou dat weer gebeurd zijn bij zijn kwalificatie als judoka, als prins Bernhard niet had ingegrepen.In 1964 won Anton Geesink tijdens de Olympische Spelen in Tokio goud in de open categorie. Judo stond toen voor het eerst op het programma als demonstratiesport en tot ontzetting van het thuispubliek versloeg hij in de finale hun favoriet Akio Kaminaga. In 1965 werd hij in Rio de Janeiro opnieuw wereldkampioen, dit keer in het zwaargewicht. Geesink heeft een recordaantal van 21 Europese judotitels, maar werd in 1957, 1958, en 1959 ook nog Nederlands kampioen Grieks-Romeins worstelen. Hij werd tevens vier keer verkozen tot Sportman van het jaar. In 1967 stopte Geesink met de wedstrijdsport.
Na zijn sportcarrière
Geesink bleef als coach en wedstrijdbegeleider met de sport verbonden. Hij publiceerde een grote hoeveelheid stukken en lesmateriaal over judo. Als eerste Europeaan ontving hij in 1986 de 9e dangraad. In oktober 1997 verkreeg hij de 10e dan, waarmee hij een van de hoogst gegradueerde judoka"s ter wereld werd: hij is een van de achttien mensen aan wie tot dan toe de 10e dan werd toegekend, en een van de drie judoka"s buiten Japan met deze kwalificatie. De Wereldjudobond IJF nam hem in 2004 op in de Hall of Fame.
Al vanaf 1958 liet Geesink weten dat hij zich wilde inzetten binnen het IOC. In 1987, tijdens het IOC-congres in Istanboel, werd hij als kandidaat voorgedragen door IOC-voorzitter Samaranch tegenover de twee officiële Nederlandse kandidaten, Henk Vonhoff en Ruud Frese. Geesink won, en hij veronderstelde dat dit voor het NOC een pijnlijke nederlaag moet zijn geweest, wat mogelijk de tegenwerking verklaart die hij gedurende zijn hele carrière ondervond.
Op zijn voorstel werd in het judo de gekleurde sportkleding ingevoerd (de in blauw geklede speler versus de witte) om voor de scheidsrechter en de kijker het spel duidelijker te maken.

In 1999 kwam het tot een relletje, toen Geesink door het IOC berispt werd wegens het aannemen van 5000 dollar van de Olympische organisatie van Salt Lake City, kandidaat voor de Winterspelen van 2002. In 1996 stortte Tom Welch, de toenmalige voorzitter van het bidcomité van Salt Lake City, dat bedrag op de rekening van de stichting Vrienden van Anton Geesink. Volgens Geesink betrof het slechts een terugbetaling van gemaakte reis- en verblijfkosten en is het geld niet bij hem persoonlijk terechtgekomen. "Puur technisch gezien is Geesink niet in overtreding geweest. Maar we willen dat ook de schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen, vandaar de berisping", zei de Canadees Richard Pound, voorzitter van de onderzoekscommissie. De zaak had verder geen gevolgen voor Geesinks functioneren.
Op 9 december 2005 kreeg Geesink uit handen van de voorzitter van NOC*NSF Erica Terpstra in de Oval Lingotto te Turijn samen met kunstrijdster Sjoukje Dijkstra, roeier Nico Rienks en schaatser Ard Schenk de eerste Fanny Blankers-Koen Trofee uitgereikt.
Geesink speelde enkele malen in films. Zo speelde hij een bijrolletje in de film Rififi in Amsterdam (1962) naar het boek van W.H. van Eemlandt. In het Italiaanse bijbelspektakel I Grandi Condottieri (1965) speelde hij een van de hoofdrollen, als de geweldenaar Samson.
Geesink overleed op 27 augustus 2010 op 76-jarige leeftijd na een kortstondig ziekbed in een ziekenhuis in Utrecht. Hij is op 1 september gecremeerd.
Op 21 augustus 2011 werd hij in Parijs tijdens een gala van de Internationale Judo Federatie verkozen tot "legende van het judo"

2018-12-12 20:21:35

Coen Moulijn

Coenraadt (Coen) Moulijn (Rotterdam, 15 februari 1937 - aldaar, 4 januari 2011)[1] was een Nederlands voetballer. Hij speelde vanaf midden jaren vijftig tot begin jaren zeventig als linksbuiten bij Feyenoord en het Nederlands elftal.

Moulijn debuteerde op zijn zeventiende voor de Rotterdamse club Xerxes, waar hij in zijn jeugd Faas Wilkes zag voetballen. Hij was 1 meter 72 lang en woog 62 kilo. De toenmalige linksbinnen toonde aan over talent te beschikken. In de zomer van 1955 kocht stadgenoot Feyenoord de dribbelaar voor 28.000 gulden, destijds een groot bedrag. Met dit bedrag kaapte de stadionclub de speler weg voor de neus van rivaal en stadgenoot Sparta.

Feyenoord

De thuiswedstrijd tegen MVV op 18 september 1955 was zijn eerste wedstrijd in het rood-witte tenue. Hij stond bekend om zijn spectaculaire en vaak onnavolgbare acties op de flanken, maar liet het verdedigen over aan zijn vriend Cor Veldhoen. De publiekslieveling trok tienduizenden mensen naar De Kuip. In zijn beginjaren kon Moulijn een wedstrijd haast in zijn eentje beslissen. Begin jaren zestig informeerde FC Barcelona of Moulijn te koop was, hij ging er niet op in en bleef in Rotterdam. Later liet hij weten dat hij daar spijt van had, als hij toen naar Barça was gegaan zou hij een stuk beroemder zijn geworden was zijn overtuiging.
Samen met Ove Kindvall was hij de publiekslieveling bij zijn club. In 1970 won hij met Feyenoord, als eerste Nederlandse club, de finale van de Europacup I ten koste van het Schotse Celtic. Enkele maanden later volgde op dit succes het veroveren van de wereldbeker door Estudiantes de la Plata te verslaan. In de latere jaren werd Moulijn afhankelijker van zijn ploeggenoten, maar bleef van waarde in de hoofdmacht. In totaal kwam Moulijn gedurende 17 seizoenen in totaal 487 keer uit in competitiewedstrijden van Feyenoord, waarmee hij de clublijst aanvoert. Moulijn won met Feyenoord vijf keer het Nederlands kampioenschap en heeft de Rotterdamse club zien uitgroeien tot Europese grootmacht. Nog tijdens zijn actieve voetbalcarrière begon hij in 1961 een dames- en herenmodezaak aan de Langenhorst in Rotterdam die hij een halve eeuw tot aan zijn dood dreef.
Nederlands voetbalelftal


Training van het Nederlands Elftal. Coen Moulijn en Miel Pijs (Eric Koch, 1965)
In het Nederlands elftal speelde Moulijn tussen 1957 en 1969 in zo"n veertien jaar tijd 38 interlands, waarin hij vier doelpunten wist te maken. Doordat de linksbuiten zijn krachten spaarde voor tien beslissende acties per wedstrijd, werd zijn speelstijl vaak verward met wisselvalligheid. Hierdoor twijfelden de bondscoaches vaak aan zijn waarde voor het Nederlands elftal.
Symbool
Coen Moulijn wordt beschouwd als een belangrijk symbool voor zowel sportclub Feyenoord als van Rotterdam. Door zijn rol in het eerste voetbalteam van Feyenoord droeg hij sterk bij aan de successen van de club. Hij groeide uit tot misschien wel de grootste vertegenwoordiger van de "handen uit de mouwen" mentaliteit van de naoorlogse wederopbouwstad.

Privé

Plaquette in de Bloklandstraat
Moulijn groeide op in de Bloklandstraat in het Oude Noorden van Rotterdam. Het muurtje waar hij in zijn jeugd eindeloos tegenaan had gevoetbald, was befaamd maar viel in de jaren zeventig ten prooi aan de stadsvernieuwing. In 1990 is elders in dezelfde straat een speelplaats voorzien van een (nep)"muur van Coen Moulijn", ontworpen door de kunstenaar Hans Citroen.
In 1971 ontsnapte Moulijn aan de dood, nadat zijn auto werd gegrepen door een rangeertrein. In april 1972 ontstond er een roddel dat Moulijn zelfmoord zou hebben gepleegd. De politie moest eraan te pas komen het gerucht te ontkrachten.
Coen Moulijn werd op nieuwjaarsdag 2011 getroffen door een herseninfarcten overleed drie dagen later op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen daarvan.

Eerbewijzen

Standbeeld Coen Moulijn voor het Feijenoord-stadion
In oktober 2009 verscheen een biografie van Moulijn. Ook werd een levensgroot standbeeld dat Tom Waakop Reijers maakte van de Rotterdamse volksheld opgesteld op het voorplein van De Kuip (het Stadion Feijenoord). Hij was tevens, sinds 30 april 1970, ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In zijn laatste jaren bekeek hij de wedstrijden van Feyenoord in De Kuip vanuit een skybox.
Feyenoord heeft woensdagavond 5 januari 2011 clubicoon Coen Moulijn eer bewezen door voorafgaand aan de wedstrijd om de Zilveren Bal een minuut stilte te houden en door de prijs te winnen. Bij de uitvaart werd de rouwstoet vanaf De Kuip door de binnenstad naar het crematorium gereden. Langs de route stonden door heel de stad Feyenoordsupporters die Moulijn de laatste eer bewezen met brandende fakkels en het zingen van Feyenoordliederen. Voor het stadhuis, waar de meeste Feyenoorders stonden, hing een spandoek met een foto van Moulijn met eronder de tekst Coen jij blijft de grootste.
De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb kondigde na het overlijden van Coen Moulijn aan met zijn familie te gaan overleggen over het vernoemen van een straat of plein. Moulijn staat volgens hem symbool voor het Rotterdamse motto "Geen woorden maar daden". In 2011 is ervoor gekozen om de aan De Kuip gelegen "Marathonweg" om te dopen tot Coen Moulijnweg.
Coen Moulijn Memorial Cup
De Coen Moulijn Memorial Cup is een voetbaltoernooi voor F-pupillen dat vanaf 2012 jaarlijks wordt georganiseerd om de naam van de overleden voetballer hoog te houden. Het wordt afwisselend gehouden op het sportcomplex van een van de twee de Rotterdamse voetbalverenigingen waar Moulijn ooit voor uitkwam. Ook de op dezelfde dag te spelen vriendschappelijke wedstrijd tussen XerxesDZB en SC Feyenoord is bedoeld ter herinnering en hommage aan mister Feyenoord die zijn sportcarrière bij Xerxes begon.

2019-02-01 20:55:37

Rudi Koopmans 1979 - 1999

Rudi Koopmans

Rudi Koopmans (Leeuwarden, 30 januari 1948) is een voormalig Nederlands bokser.
Koopmans bokste op 15 februari 1978 voor het eerst om de Europese titel in het halfzwaargewicht. Hij verloor van de Italiaan Aldo Travesaro. Ruim een jaar later, op 7 maart 1979, versloeg hij Travesaro wel. Tot 1984 bleef hij in tien partijen waarin hij werd uitgedaagd overeind. In 1984 verloor hij echter door opgave de titel aan de Fransman Richard Caramanolis.
Op 28 november 1980 bokste Koopmans om de wereldtitel tegen de Amerikaan Eddie Mustafa Muhammad. Het werd een kansloze missie. Al na drie ronden staakte de scheidsrechter de match omdat verder boksen voor Koopmans onverantwoord was, een zogenaamd "technisch knock-out". Volgens Koopmans had hij een kopstoot van zijn tegenstander gekregen.
Op 15 november 1982 won hij van landgenoot Alex Blanchard het gevecht om de Europese titel in het halfzwaargewicht in het Sportpaleis Ahoy Rotterdam.
Na het verloren duel in de strijd om de Europese titel, in het Parc Chanot in Marseille op 2 februari 1984, stopte Koopmans met zijn professionele carrière maar hij bleef actief in de sportschoolwereld. Hij was later bodyguard en ondernemer en was een zakenpartner van de in 2003 geliquideerde vastgoedhandelaar Bertus Lüske.[2]
Tegenwoordig woont hij in Rotterdam en in Brazilië. In 2015 werd hij benoemd tot erelid van de Nederlandse boksbond (NBB)

2019-02-01 20:55:37

Rudie Lubbers 1964 - 2018

Rudolfus Josefus Maria (Rudi) Lubbers (Heerhugowaard, 17 augustus 1945) is een voormalig bokser uit Nederland, die tweemaal deelnam aan de Olympische Spelen. Zijn olympisch debuut maakte hij in 1964 in Tokio, waar hij in het halfzwaargewicht (tot 81 kilogram) in de eerste ronde op punten werd uitgeschakeld. Vier jaar later, bij de Olympische Spelen in Mexico-Stad, reikte Lubbers in het zwaargewicht (tot 91 kilo) tot de kwartfinales.
Lubbers was achtmaal kampioen van Nederland, waarvan vier keer in het halfzwaargewicht en tweemaal in het zwaargewicht. Volgens kenners was hij technisch completer dan zijn oudere broer Jan, die eveneens actief was als bokser. Rudi Lubbers trad in 1970 toe tot de rijen der professionals, en was al snel kampioen van Nederland in het zwaargewicht.
In 1973 trad hij aan tegen Joe Bugner, met als inzet de Europese titel in het zwaargewicht. Bugner won de partij in Londen op punten, waarna Lubbers ruim twee jaar later opnieuw de kans kreeg in een Europees titelgevecht, ditmaal in het halfzwaargewicht. In Turijn was Domenico Adinolfi zijn tegenstander, en de Italiaan won door knock-out in de tweede ronde.
Lubbers" meest memorabele partij was die tegen Muhammad Ali, op 20 oktober 1973 in het voetbalstadion van Jakarta, Indonesië. Lubbers wist de gevaarlijke linkse van de Amerikaan redelijk te neutraliseren, bleef twaalf ronden lang overeind, maar verloor op punten.

Na sportcarrière

Lubbers is in Portugal veroordeeld geweest tot gevangenisstraf voor het bezit van drugs.
In januari 2009 berichtte De Telegraaf dat Lubbers "aan lager wal geraakt" was en onder armzalige omstandigheden in een gammele caravan zonder kachel op een parkeerplaats in een bos bij Swalmen verbleef, met twintig "Portugese zwerfhondjes".
Maart 2009: Rudi Lubbers presenteert samen met Jean-Marie Pfaff de kick-off van de Paragames 2009. Rudi houdt een emotionele en zeer treffende speech. Hij is trots op wie hij is. Hij heeft sinds enkele weken een woning net over de grens in België en kondigt aan een boek te gaan schrijven over zijn carrière en leven.
Op zondag 27 januari 2019 besteedde het programma Andere Tijden Sport aandacht aan het gevecht tussen Ali en Lubbers. Speciaal voor de uitzending werd hij opgezocht en geïnterviewd. Lubbers blijkt dan al enige tijd in een busje in Bulgarije te wonen.[1] De uitzending leidde tot een hulpactie.

2019-02-01 20:55:37

SCHIPHOL-PRESENTATIE-ALI

1976-03-07 00:00:00 SCHIPHOL - Bokser Rudie Lubbers was aanwezig tijdens de presentatie van het boek "De Grootste" van Mohammed Ali. ANP PHOTO RUUD HOFF

2019-05-28 21:32:31

Erik Hulzebosch (Anerveen, 17 juni 1970) is een Nederlands oud-schaatser. In 1997 gold hij als de favoriet voor de Elfstedentocht, maar hij werd tweede. Tien jaar later won hij de finale van So You Wannabe a Popstar.

Levensloop
Hulzebosch komt uit een gezin van zes kinderen, van wie hij de vijfde is. Doordat hij op jonge leeftijd stotterde, behaalde hij slechte schoolresultaten, waarna hij op zijn veertiende van school ging. Hij werkte als bestekzoekeren kraanmachinist. Voordat hij zich op het schaatsen richtte, won hij meer dan 300 wedstrijden fietscross. In 1985 deed hij, onder de naam van zijn broer, mee aan de dertiende Elfstedentocht. Hierna richtte hij zich steeds meer op het marathonschaatsen en in 1987 won hij als B-rijder voor het eerst het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen op natuurijs en in 1990 won hij.

Elfstedentocht 1997
Hulzebosch was een publiekslieveling, maar was geen groot tacticus. Nadat hij twee grote klassiekers won, was hij in 1997 favoriet voor de eindzege van de vijftiende Elfstedentocht. Deze werd niettemin in de eindsprint gewonnen door Henk Angenent. Dat Hulzebosch tweede werd, legde hem toch geen windeieren. Zo had hij in hetzelfde jaar een carnavalshit. Willibrord Frequin vroeg hem daags na de Elfstedentocht Angenent alsnog te verslaan op de Bonkevaart. Terwijl Angenent daar roeide, streefde Hulzebosch hem vervolgens voorbij in een speedboat.
Sindsdien is Hulzebosch regelmatig present op radio en tv, en kan hij worden geboekt als spreker op bijeenkomsten. Naast het actief schaatsen heeft hij een eigen marathonschaatsploeg en vanaf 2005 deelneming in het bedrijf Maple Skate. Aan zijn schaatscarrière kwam op 27 januari 2010 officieel een eind.

Activiteiten als zanger

In 2007 won Hulzebosch het SBS6-programma So You Wannabe a Popstar. De single Extase (zonder jou), een Johnny Logan-achtige lyrische ballade met saxofoonsolo, kwam na afloop van de finale-uitzending als cd op de markt. In augustus kwam zijn single Geloof me uit en in oktober werd zijn album Zwart ijs uitgebracht.
Op 6 januari 2009 presenteerde Hulzebosch samen met een aantal Hardenbergse muzikanten live in theater de Voorveghter in Hardenberg zijn single Gun jezelf de ruimte. Dit werd geschreven door Jurren Schoonbeek (tekst) en Kees Kuiper (muziek) en is een ode aan de woongemeente van Hulzebosch.
RTV Oost
Hulzebosch kreeg op 24 juni 2009 een eigen tv-programma bij RTV Oost, Met Hulzebosch de hort op, waarin hij bekende Nederlanders opzoekt.

2019-05-28 21:32:31

Inge de Bruijn (Barendrecht, 24 augustus 1973) is een Nederlands voormalig topzwemster. Ze won op de Olympische Spelen van Sydney in 2000 drie gouden medailles op individuele nummers en een zilveren op de estafette. Bij de wereldkampioenschappen van 2001 in Fukuoka won ze driemaal goud. De Bruijn werd in 2001 door haar collega-topsporters uitgeroepen tot Nederlands sportvrouw van het jaar.

Loopbaan

Aanvankelijk leek een gebrek aan motivatie de carrièremogelijkheden van De Bruijn te hinderen. Hierdoor miste zij in 1996 deelname aan de Olympische Spelen in Atlanta.
De sprintster trainde lange tijd in Portland in de Verenigde Staten onder leiding van de ervaren zwemcoach Paul Bergen. Ook was ze lange tijd lid van de professionele PSV-zwemploeg onder trainer Jacco Verhaeren, die ook Pieter van den Hoogenband onder zijn hoede had.
Begin mei 2002 werd De Bruijns contract met Philips op verzoek van leden en medewerkers van deze zwemploeg verbroken. De Bruijns broer Matthijs is international van de Nederlandse waterpoloploeg.
Op de Olympische Spelen in 2004 behaalde ze de gouden medaille op de 50 meter vrije slag. Zilver was er op de "100 meter vrij", terwijl er brons was op de 100 meter vlinderslag en de 4 x 100 m vrije slag. Sinds deze Spelen was ze de succesvolste Nederlandse olympische sporter ooit, tot haar prestatie op de Olympische Winterspelen van Sotsji (2014) verbeterd werd door schaatsster Ireen Wüst.
Op 12 maart 2007 kondigde ze aan haar zwemcarrière te beëindigen. De Bruijn is sindsdien vertegenwoordiger van Stichting KiKa (Kinderen Kankervrij). Vanwege haar vrijwilligerswerk voor deze stichting kreeg zij op 5 februari 2010 de Oorkonde Nederland Positief uitgereikt in Huis ter Duin in Noordwijk. Uiteindelijk keerde De Bruijn in 2013 weer even terug in het zwemmen. Op de EK Masters in Eindhoven zette zij met 26,64 een all time Masters-record neer op de 50 meter.
Sinds het einde van haar zwemcarrière doet De Bruijn modellenwerk (in 2010 was zij te zien op posters en advertenties voor lingeriemerk SAPPH) en treedt zij regelmatig op in televisieprogramma"s. Eind 2004 presenteerde ze het programma Trends & Shopping op de Rotterdamse regionale televisiezender RNN7. In 2005 was De Bruijn deelnemer aan Dancing with the Stars, waar ze met danspartner Remco Bastiaansen derde werd. Ook reisde ze in 2006 als deelneemster aan In het Spoor van Peking Express naar China, won ze in 2009 het RTL 4-dansprogramma Let"s Dance en was er in 2011 de deelname aan Sterren Dansen op het IJs. In 2013 was De Bruijn te gast bij Frans Bauer in het programma Vive la Frans, terwijl ze in 2014 jurylid was bij het SBS6-programma Sterren Springen en deelneemster aan het EO-programma Op zoek naar God. Ze ging in 2017 naakt op partnerjacht in het RTL 5 programma Adam Zkt. Eva VIPS.
In 2008 werd aan De Bruijn de Fanny Blankers-Koen Trofee toegekend. Deze prijs werd aan haar in augustus 2009 overhandigd door de eerdere Nederlandse zwemkampioene Erica Terpstra, voorzitter van de NOC*NSF, tijdens het WK judo in Rotterdam.

2019-09-02 08:56:56

Ard Schenk en Kees Verkerk
1964-2019

2019-09-18 20:32:33

Fernando Ricksen

2020-02-13 23:28:30

Carlo de Leeuw 12 december 1960 - 13-2-2020+

Carlo, geboren op 12 december 1960 in Rotterdam IJsselmonde, groeide op met Feyenoord. Hij speelde in de jeugdopleiding op Varkenoord en haalde het eerste elftal, waarin de linksbuiten uiteindelijk tot 45 wedstrijden kwam. Hoogtepunt in zijn loopbaan was zijn doelpunt in de gewonnen bekerfinale van 1980 tegen Ajax.

Na zijn actieve voetbalcarrière keerde Carlo in 2000 terug bij Feyenoord als materiaalman van het eerste elftal. In die rol, die hij tot begin dit seizoen vervulde, was hij al snel niet meer weg te denken uit De Kuip.

2020-02-17 22:36:20

Barry Hulshoff
Bernardus Adriaan Hulshoff
Geboortedatum
30 september 1946
Geboorteplaats
Deventer, Nederland
Overlijdensdatum
16 februari 2020

Loopbaan
Hulshoff speelde van 1965 tot 1977 bij Ajax. Hij was, eerst naast Velibor Vasović en later naast Horst Blankenburg, een van de centrale verdedigers van "het Gouden Ajax", dat aan het begin van de jaren zeventig drie maal de Europacup I won. Op 9 januari 1966 maakte hij zijn debuut in een wedstrijd tegen Feyenoord.
Hulshoff werd door Rinus Michels opgesteld in de tweede mistwedstrijd tegen Liverpool op Anfield Road, op 14 december 1966 (2-2), als vervanger van de in de eerste wedstrijd geblesseerde Wim Suurbier. Na de Europacup-finale tegen AC Milan (1-4) in 1969 nam hij de plaats over van Ton Pronk. Hulshoff was een kopsterke verdediger, die ook herhaaldelijk scoorde. Niet alleen met het hoofd, maar ook met de voet. Hij speelde veertien wedstrijden voor het Nederlands elftal en scoorde daarin zes doelpunten.
Tegen het einde van zijn actieve carrière ging Hulshoff in Zuid-Limburg wonen. Hij speelde enkele jaren bij MVV en bouwde een huis in Eijsden.
Hij was in 1988 kortstondig assistent-trainer bij Ajax. Vervolgens werd Hulshoff trainer in België bij onder andere Wuustwezel, Lierse SK en Eendracht Aalst. Van 2004 tot 2012 was hij werkzaam als technisch directeur bij Ajax America in de Verenigde Staten. Vanaf juni 2012 was hij assistent-coach bij KVC Westerlo.
Op 14 december 2010 werd Hulshoff gekozen in de ledenraad van Ajax. Dit gebeurde na een oproep van Johan Cruijff om meer oud-voetballers in de ledenraad te krijgen. Hulshoff werd in 2016 zaakwaarnemer van Matthijs de Ligt en vervulde die rol sinds 2018 samen met Mino Raiola.
Barry Hulshoff overleed in 2020 op 73-jarige leeftijd na een kort ziekbed.