Maandag 30 december 2019 om 22:32

Download at: 11-3-2020 15:42:39

$i: Index | $pi: Padded Index | $an: Album Name | $d: Date | $dc: Date Compact
$c: Caption | $fc: Caption (First line) | $fw: Caption (First word)
$t: Tag | $ft: First Tag | $o: Original file name

Preview:


Filter Photos By:

Caption:
Tag:
Comment:

2018-08-23 20:19:36

Allerheiligen- Halloween

Allerheiligen (Sollemnitas Omnium Sanctorum in het Latijn) is een christelijk feest dat op 1 november valt en gevierd wordt onder Rooms-katholieken en anglicanen. In de Rooms-Katholieke Kerk is het een hoogfeest. Ook de Oosters-Orthodoxe Kerk kent het feest, maar op de eerste zondag na Pinksteren, mogelijk in navolging van de Lemuria, gevierd op 13 mei. De feestdag viert de nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren.
De volgende dag wordt Allerzielen gevierd. Het is aannemelijk dat men tijdens de kerstening van Europa het feest van Allerheiligen is gaan vieren rond de periode van een oorspronkelijk heidens feest Samhain dat ter nagedachtenis van de doden werd gehouden. In 837 riep paus Gregorius IV 1 november uit als de katholieke gedenkdag.
Allerheiligen is ook een merkeldag en hierbij hoort de weerspreuk: Allerheiligen is een waterken of een winterken.
Allerheiligen is een nationale feestdag in vele landen, waaronder Andorra, België, Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Oostenrijk, Polen, Portugal, San Marino, Slowakije, Slovenië, Spanje en delen van Duitsland en Zwitserland. In Zweden en Finland wordt Allerheiligen gevierd op de zaterdag tussen 31 oktober en 6 november. In Nederland werd deze vrije dag door kardinaal Alfrink al in 1968 veranderd in de eerste zondag na 1 november. De allerheiligenmarkten worden echter nog wel steeds georganiseerd. De grootste allerheiligenmarkt van Nederland, met tachtig- tot honderdduizend bezoekers, vindt jaarlijks plaats in het Oost-Groningse Winschoten.
In de beeldende kunst is Allerheiligen een voorstelling van heiligen om de drie-eenheid, volgens de tekst in Openbaring 5 en 7.Het bekende schilderij Aanbidding van de Drie-eenheid door de Civitas Dei van Albrecht Dürer bevindt zich in het Kunsthistorisches Museum te Wenen.
Aan de vooravond van Allerheiligen wordt Halloween gevierd, oorspronkelijk als herdenking van de doden

2018-08-23 20:19:36

Consultatiebureau

1901 Eerste consultatiebureau in Den Haag
Jeugdgezondheidszorg: van medische preventie tot opvoedingsadvies en risicodetectie

Tot het einde van de negentiende eeuw bereikte een vijfde van de zuigelingen de eerste verjaardag niet. De verzorging van baby’s gebeurde op basis van traditie, bakerpraatjes en allerlei vormen van bijgeloof. Om de kindersterfte tegen te gaan moest aan die irrationele praktijken een einde komen, besloten vooruitstrevende medici. In de tweede helft van de eeuw gingen artsen en (vanaf 1875) kruisverenigingen zich dan ook intensiever bemoeien met de zorg voor baby’s en vooral met de hygiëne. In 1899 ontstond zo de eerste ‘moedercursus’ in Broek op Langedijk. In 1901 begon dokter B.P.B. Plantenga in Den Haag het eerste Consultatiebureau voor zuigelingen.
Zijn praktijk was bedoeld voor ‘on- en minvermogenden’, eigenlijk vooral voor moeders die geen borstvoeding konden geven. Ze kwamen dagelijks om hun kind te laten wegen en de dosis melk voor de volgende 24 uur op te halen. De vuile luiers dienden als bewijs dat de zuigeling daadwerkelijk de voorgeschreven hoeveelheid had gedronken. Plantenga betrok de babymelk van speciaal geselecteerde koeien ‘welke des zomers op apart uitgezochte weiden grazen en des winters uitsluitend met hooi, lijnkoeken en zemelen worden gevoed’. Hij steriliseerde de melk volgens een uren durend proces met behulp van ‘apparaten van Soxhlet’, zo schreef hij in een verslag van zijn pionierswerk. De moeders, van wie hij er in twee uur tijd vijftig zag, namen zijn voedingsadvies graag ter harte.

2018-08-23 20:19:36

Hotpantsverkiezing miss hotpants Nederland 1971

2018-08-23 20:19:36

Brigitte Bardot-look-a-like verkiezing ter gelegenheid van de première van "Voulez-vous danser avec moi". De winnares: Ingrid van Ooijen (derde van links) uit De Bilt. City-theater, Kleine Gartmanplantsoen, Amsterdam, 29 april 1960

2018-08-23 20:19:36

Op 10 oktober 1995 kreeg iedere huistelefoon een 10-cijferig nummer.

2018-08-23 20:19:36

Pokkenspuit
Pokken: de enige uitgeroeide infectieziekte

De mensheid heeft zeker 3000 jaar met de infectieziekte pokken te maken gehad. Deze ziekte kwam in epidemieën voor en veel mensen stierven er aan. Degenen die overleefden waren voor hun leven verminkt. Tegenwoordig komt deze ziekte niet meer voor, nadat een langdurige vaccinatiecampagne ervoor gezorgd heeft dat de wereld in 1980 vrij van pokken kon worden verklaard. Het is de enige infectieziekte ooit die uitgebannen werd, dankzij de moderne wetenschap.

Inleiding
Pokken is een zeer besmettelijke infectieziekte, die eeuwenlang vele slachtoffers heeft gemaakt en die werd veroorzaakt door het pokkenvirus. De officiële naam van de ziekte is Variola, in het Engels smallpox. Pokken werd vroeger ook wel de kinderziekte genoemd, omdat het meestal jonge kinderen waren die er slachtoffer van werden. Iemand die de pokken overleefde was daarna voor de rest van zijn leven immuun.

Het is de enige ziekte die ooit door de wetenschap werd uitgeroeid; dit dank zij een wereldwijde, langdurige vaccinatiecampagne. In 1977 werd de laatste persoon "in het wild" (in Somalië) geïnfecteerd door pokken. In september1978 kreeg Janet Parker, fotografe aan de Universiteit van Birmingham, Engeland, pokken en overleed aan de ziekte: in het gebouw waar zij werkte was een onderzoeksproject bezig betreffende het pokkenvirus. Voor zover nu bekend is zij het laatste ziektegeval geweest. In 1980 werd door de WHO de wereld vrij van pokken verklaard.

Het pokkenvirus
Het pokkenvirus heeft alleen de mens als gastheer; het komt dus niet bij dieren voor en kan ook niet via dieren worden overgedragen. Dit is de belangrijkste reden waardoor het mogelijk was om het uit te roeien via de wereldwijde campagne.
Er zijn twee soorten pokkenvirus: Variola minor, die een stuk milder ziekteverloop heeft maar veel minder voorkwam en Variola major, die de meeste slachtoffers maakte. De laatste heeft verschillende varianten, waaronder het hemorrhagisch type, ofwel de "zwarte pokken", de variant waarbij inwendige bloedingen ontstaan en die bijna altijd dodelijk is.

De ziekteverschijnselen
Bij iemand die besmet wordt met het pokkenvirus ontstaan de volgende verschijnselen: na de incubatieperiode (de periode tussen moment van besmetting en het uitbreken van de ziekteverschijnselen) - in dit geval gemiddeld 12 dagen - gaat de geïnfecteerde zich grieperig voelen en krijgt de volgende ziekteverschijnselen:
koorts, een paar dagen meer dan 38,5 graden
hoofdpijn
vermoeidheid
spier- en gewrichtspijn
misselijkheid en braken

Korte tijd hierna ontstaat er rode uitslag op de tong en in de mond, hieruit ontwikkelen zich blaasjes, die opengaan en ook de mond- en keelholte gaan bedekken. Vervolgens verspreidt de uitslag zich binnen een etmaal over het gezicht en in de 24 tot 36 uur daarna over het hele lichaam, waarna ook hier blaasjes met vocht uit ontstaan. Dit is op de 3e dag van de ziekte. Er kan nu een tijdelijke verlaging van de koorts optreden.

In de volgende dagen, de 5e - 7e dag van de ziekte, wordt het vocht in de blaasjes pusachtig troebel en stijgt de koorts meestal weer, waarbij de patiënt zich weer zieker gaat voelen. De blaasjes zien er nu allemaal hetzelfde uit, voelen stevig aan en liggen een beetje verheven vergeleken met de huid eromheen, met soms een deukje in het midden. Dit worden pokken genoemd. Het is het moment van het ziektebeeld dat duidelijk laat zien dat het om de ziekte pokken gaat. In de tweede week (10e -14e dag) gaan de blaasjes langzaam uitdrogen en ontstaan er korstjes op, die er later afvallen en littekens kunnen achterlaten: de pokdalige huid. Mensen die de pokken overleefden hadden de rest van hun leven te maken met deze littekens en niet zelden was ook het gezichtsvermogen aangetast en sommige gewrichten beschadigd.

Verspreiding en besmetting
Het pokkenvirus wordt verspreid door praten, hoesten en niezen, waarbij het via kleine druppeltjes in de lucht bij andere mensen terechtkomt. Overdracht van het virus kan ook plaatsvinden door het aanraken van de pokken of de korsten, en via kleding en beddengoed van een besmet persoon. Iemand is besmettelijk voor anderen vanaf het moment dat de koorts optreedt tot en met het moment dat het korstje van het laatste blaasje is verdwenen.

Vaccinatie
Voor pokken bestaat geen behandeling en ongeveer 30% van de geïnfecteerden overlijdt aan de ziekte. Het enige middel dat ingezet kan worden is vaccinatie; hiermee kan voorkomen worden dat besmetting plaatsvindt. Vaccineren geeft bescherming als het wordt gedaan binnen 4 dagen na contact met een besmettingsbron. Als het wordt gedaan tussen de 4 en 7 dagen na het contact is er een kans dat de ziekte minder ernstig zal verlopen. Degene die het vaccineren voor het eerst toepaste was de Engelse plattelandsarts Edward Jenner, hij gebruikte daarvoor het koepokvirus.

Zie hiervoor ook: Vaccinatie: ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling.

Mensen worden meestal niet ziek van het koepokvirus. In Nederland zijn mensen geboren voor 1976 meestal als kind gevaccineerd voor pokken. In dat jaar is men in ons land al gestopt met vaccineren omdat pokken toen bijna was uitgeroeid.

Niet ongevaarlijk
Vaccineren is echter niet ongevaarlijk gebleken. Bij vaccineren ontstaat op de plaats van injectie een rode plek, die een week later een blaasje met pus wordt. Het blaasje droogt uit, er komt een korstje op dat er in de derde week na de vaccinatie afvalt. In het vaccin zit levend koepokvirus, dat zich na toediening van de injectie kan verspreiden in het lichaam. Er kunnen daardoor klachten optreden, zoals hoofdpijn en uitslag. En ook het koepokvirus kan worden overgedragen via het korstje dat ontstaat bij de vaccinatie. In het verleden kwamen bij duizend op de miljoen mensen die gevaccineerd werden deze bijwerkingen voor. Enkele tientallen kregen last van ernstige bijwerkingen, en voor één à twee per miljoen gevaccineerden was dat met dodelijke afloop.

Bij mensen met een verminderde afweer is de kans op bijwerkingen van het vaccin groter, te denken valt aan bijvoorbeeld mensen die een transplantatie of chemotherapie hebben ondergaan, mensen met AIDS, enzovoorts. Toch is ook voor hen de vaccinatie te verkiezen boven een infectie met het gevaarlijke pokkenvirus. Er bestaan immunoglobulinen, dit zijn "kant-en-klare" antistoffen tegen - in dit geval - het pokkenvirus, die kunnen worden gebruikt om ernstige bijwerkingen te behandelen. Bij mensen die (opnieuw) gevaccineerd zijn kunnen deze antistoffen uit het bloed worden gehaald voor dit doel.

Pokken in de geschiedenis
De mensheid heeft al op zijn minst 3000 jaar met het pokkenvirus te maken. Het oudste slachtoffer dat we kennen is de Egyptische farao Ramses V, die overleed in 1157 voor Christus. Aan de huid van zijn gemummificeerde hoofd is nog te zien dat hij een pokdalig uiterlijk had: men gaat ervan uit dat dit werd veroorzaakt door de pokken.

Door de eeuwen heen zijn er vele epidemieën geweest van pokken, waarbij tenminste een derde van de mensen overleed aan de ziekte. Het verloop van de geschiedenis van hele volkeren is bepaald geweest door de pokken. Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw naar Zuid-Amerika voeren namen ze ook het pokkenvirus mee. Via een besmette soldaat raakten in de gevechten de Azteken besmet. Een jaar later was er een grote epidemie geweest, waarbij het grootste deel van de Azteken het niet had overleefd. Degenen die nog in leven waren konden zich niet meer verdedigen omdat zij te zeer verzwakt waren.

Ook de Inca"s werden het slachtoffer van de pokken; door de ziekte overleed uiteindelijk 60 tot 90% van deze bevolkingsgroep aan de ziekte. Ook hier redde een kleine groep overlevenden het niet: zij stierven verzwakt aan andere oorzaken. Het virus verspreidde zich ook naar Noord-Amerika waarbij onder de inheemse bevolking, de Indianen, een ware slachting werd aangericht.
De verspreiding van het pokkenvirus gebeurde in Pennsylvania, Verenigde Staten, zelfs opzettelijk; voor meer hierover zie:
Pokken: het pokkenvirus als biologisch wapen

In de 18e eeuw was de kindersterfte hoog en veertig procent hiervan werd veroorzaakt door pokken. Rond het jaar 1900 was er voor de laatste keer een landelijke pokkenepidemie in Nederland. Hierna kwam het nog wel voor, maar dan ging het om plaatselijke ziektegevallen. In 1929 was er nog een uitbraak in Rotterdam, en in 1954 was het voor het laatst dat er in Nederland pokken voorkwam.

In Europa deed zich de laatste epidemie zich voor in Joegoslavië, in 1972. Hierbij raakten 175 mensen besmet, waarvan er 35 overleden.

Op elk continent op aarde hebben zich natuurlijke epidemieën voorgedaan. Men heeft een schatting gemaakt waaruit bleek dat 10% van alle mensen die de afgelopen 3000 jaar heeft geleefd is overleden aan het pokkenvirus.

2018-08-23 20:19:36

Een schoolarts

is een arts die screeningsonderzoeken verricht bij de schoolgaande jeugd.
Vroeger werden de leerlingen om de twee jaar onderzocht. Nu wordt het aantal onderzoeken verminderd (omdat men nog weinig "nieuwe" pathologieën vindt bij een vijfde of zesde onderzoek), en wordt het werkterrein verruimd naar preventieve gezondheidszorg en -voorlichting, veiligheid en hygiëne op school.

2018-08-23 20:19:36

Tupperware

is de merknaam van een productlijn van voornamelijk kunststofproducten voor huishoudelijk gebruik.[1] Tupperwareproducten worden geproduceerd door de firma Tupperware Brands Corporation, een multinational met vestigingen over de hele wereld. De Tupperwarefabriek voor de Benelux-landen bevindt zich in Aalst.

Tupperware werd ontwikkeld in 1946 door Earl Tupper in de Verenigde Staten. Het betrof kunststof bakjes waarin voedsel luchtdicht kon worden bewaard.
De firma Tupperware gebruikte als verkoopstrategie huisvrouwenbijeenkomsten ten huize van een van hen, de zogenaamde tupperwareparty. Dit is een vorm van multi-level marketing. Brownie Wise (1913-1992), een voormalig verkoopagente, ontwikkelde deze strategie. Begin jaren 1950 nam de verkoop en populariteit enorm toe. In 1958 werd Wise ontslagen door Earl Tupper vanwege een meningsverschil over de bedrijfsactiviteiten.
Tupperware breidde in de jaren 1960 de activiteiten uit naar Europa en vervolgens over de rest van de wereld. Tupperware wordt anno 2016 verkocht in bijna 100 landen.

Een tupperwareparty is een verkoopevenement waarbij een tupperwareconsulent uitleg geeft over de producten aan de hand van de catalogus in het huis van een gastvrouw of gastheer die vriendinnen, vrienden, familie en/of buren te gast heeft. Afhankelijk van de hoogte van de omzet ontvangt de gastvrouw of gastheer als beloning gratis producten. Ook eventuele vervolgafspraken die door gasten kunnen worden gemaakt om een party te geven worden beloond met gratis producten. De gastvrouw of gastheer kan ook kiezen voor een zogenoemde kookstudio in plaats van de traditionele party. Tijdens deze kookstudio gaan de potentiële kopers zelf aan de slag met de tupperwareproducten.
Voor de verkoop wordt in sommige landen ook gebruikgemaakt van kiosken in winkelcentra of kunnen producten online worden gekocht.

2018-10-06 00:05:40

Borstrok met maria medallion

Een borstrok
ook hemdrok, wambuis, kamizool of doublet genoemd, is een extra warm kledingstuk dat in koude periodes gedragen wordt. De borstrok wordt over het hemd gedragen, maar onder het overhemd of de trui. Volgens een bron uit 1894 werd het zowel door mannen als door vrouwen gedragen.
Uiterlijk

Qua uiterlijk lijkt een borstrok het meest op een extra lang hemd dat tot over de billen doorloopt. Soms heeft de borstrok korte mouwen. Ze zijn meestal gebreid van wol of Jaeger, een mix van wol en katoen.

Het dragen van wollen borstrokken werd in het algemeen als onprettig ervaren omdat wol zo kriebelt, al had je een gewoon hemd eronder. Vooral kinderen hadden niets te kiezen en kregen een borstrok aan zodra het buiten begon te vriezen. Vaak werd dan ook een wollen of Jaeger onderbroek tevoorschijn gehaald, al dan niet met pijpen.
Meisjes leerden van huis uit om borstrokken en wollen onderbroeken te breien. Om extra warmte te geven, werden borstrokken vaak gebreid in de gerstekorrelsteek. Deze steek kost veel breigaren, waardoor er meer materiaal verwerkt wordt. De grotere dikte van het resultaat isoleert nog beter.
Omdat het om wol gaat, moest het voorzichtig worden gewassen, want anders krimpt het en wordt het kledingstuk hard en viltig. Wollen of Jaeger kledingstukken moeten in handwarm water met de hand gewassen worden. Men waste vroeger alleen als het nodig was en het is daarom niet vreemd dat borstrokken weken achter elkaar werden gedragen voordat ze gewassen werden. Wol stoot vuil af en ook borstrokken werden niet gauw vies.
Tegenwoordig wordt nog nauwelijks in koude geleefd door centraal-verwarmde huizen en er zijn modernere isolerende materialen beschikbaar voor sportdoeleinden. Jaeger ondergoed is vrijwel verdwenen. De merknaam Jaeger bestaat nog steeds, als Engels modehuis.

2018-10-21 17:08:42

Kroontjespen en inkt

2018-10-21 17:08:42

Kroontjespen en inktlap

2018-10-21 17:08:42

Lavet

2018-10-21 17:08:42

Wasteilen

2018-10-21 17:08:42

Poepdoos

2018-11-20 21:12:16

Avondvierdaagse Delft

2018-11-20 21:12:16

Badmuts

2018-11-20 21:12:16

Blind typen

2018-11-20 21:12:16

Boeken kaften

2018-12-09 18:33:20

Brood met speculaas

2018-12-09 18:33:20

Brood snijden op schoot

2018-12-09 18:33:20

Voor de Tweede Wereldoorlog bood de PTT de Radiodistributie aan, later Draadomroep geheten. Dit systeem bood vier radiostations via telefoonkabels. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd dit systeem uitgefaseerd.
Snel na de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending in 1951 ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden antennes omwaaien en schade veroorzaken. In dichtbebouwde gebieden was een goede ontvangst van ethertelevisie bovendien zeer moeizaam. Om aan deze situatie een eind aan te maken werden de eerste centrale antenne-inrichtingen (cai) aangelegd. Deelnemende huishoudens werden door een coaxkabel verbonden met een gemeenschappelijke antennemast die per huizenblok, wijk of gemeente op centraal gelegen punten werden opgesteld. Aanvankelijk was de aanleg van deze centrale-antennesystemen in strijd met de Telegraaf- en Telefoonwet: de PTT had het wettelijk monopolie op de distributie van omroepsignalen. In de praktijk werd de aanleg van particuliere cai gedoogd.
Doordat de centrale antennemast hoger geplaatst werd dan menige particuliere antenne, konden zelfs afgelegen zenders ontvangen worden. Zo waren de Duitse televisiezenders in West-Nederland beschikbaar.
In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de CASEMA (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de Tweede Kamer weggestemd.
In plaats daarvan kon vanaf 1970 een machtiging worden aangevraagd voor de aanleg en exploitatie van een gemeenschappelijke antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor een kleine groep woningen, gai) of voor de aanleg en exploitatie van een centrale antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor wijken, plaatsen of hele gemeenten, cai). Een dergelijke machtiging kon verkregen worden als aan technische en administratieve voorwaarden werd voldaan. Een gai mocht in principe niet groter zijn dan 100 aansluitingen en na het kruisen van een weg mocht het signaal niet meer worden versterkt. Een cai was beperkt tot de gemeentegrens. Gedurende de jaren 70 en 80 werden in vrijwel alle gemeenten een of meer kabelnetten aangelegd; maar per aansluitgebied werd slechts één machtiging aan een woningcorporaties of bedrijf verleend. Geleidelijk aan kwamen de kabelnetten in exploitatie bij gemeentelijke diensten. Vaak doordat woningcorporaties hun gais overdroegen aan gemeenten. Later werden de regels verruimd en mochten de kabelnetten van gemeenten worden gekoppeld en konden ze samen van één ontvangstation gebruikmaken.
In de jaren 70 en 80 kwamen de eerste signalen op de kabel die niet ook via de ether werden uitgezonden of te ontvangen waren: lokale omroepen, BRT 1 en 2, BBC 1 en 2 en commerciële (satelliet)omroepen (Sky Channel was de eerste) werden doorgegeven. Vanaf 1985 zond de eerste betaal-tv-zender (FilmNet) via de kabel uit. In 1992 werden gemiddeld 19 (analoge) televisiezenders via de kabel doorgegeven.[2]
Na de Europese liberalisering van de telecommunicatiesector halverwege de jaren 90 verdween het systeem van machtigingen. In hoog tempo werden kabelnetwerken onderling verbonden via glasvezel. De meeste gemeentelijke netwerken werden overgenomen door private kabelbedrijven, die de verouderde netwerken moderniseerden en verglaasden tot HFC-netwerken. Hierdoor kon de kabel zich ontwikkelen van broadcast-infrastructuur tot een volwaardige infrastructuur waarop ook tweeweg communicatie mogelijk werd (internettoegang en telefonie via de kabel). Het gemiddeld aantal analoge zenders dat eind jaren 90 werd doorgegeven groeide naar 30.
Eind jaren 90 introduceerden de meeste kabelbedrijven digitale kabeltelevisie. De kabelbedrijven geven sindsdien naast analoge signalen digitale radio- en televisiesignalen door.
In 2004 volgde de introductie van hdtv-uitzendingen, in 2007 de introductie van video on demand en in 2010 volgden de eerste uitzendingen van stereoscopische televisie.

2019-09-18 20:30:42

Prinsjesdag 1945

2019-11-20 23:01:27

Het afwegen

2019-11-20 23:01:27

Delfts Blauw
Het Delfts Blauw is aardewerk met blauwe decoratie, dat in Delft wordt gemaakt. Het Delfts Blauw kwam halverwege de 17e eeuw op de markt als goedkoop alternatief voor het blauw-witte Chinese porselein. Het Delfts Blauw vond dan ook in redelijk wat landen aftrek. Tegen het einde van de achttiende eeuw nam de populariteit van het Nederlandse aardewerk weer af door de opkomst van het nog goedkopere aardewerk uit o.a. Engeland. Van de ongeveer honderd aardewerkfabrieken die in de zeventiende eeuw in Delft stonden zijn er nog maar enkele over. Delfts Blauw is vooral een souvenir geworden.
De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM schenkt aan hun passagiers de zogenaamde KLM-huisjes. Dit zijn Delfts Blauwe huisjes die gebaseerd zijn op monumentale Nederlandse huizen en gebouwen. De huisjes zijn gevuld met jenever. Op routes naar landen waar geen alcohol mag worden ingevoerd worden er lege huisjes weggeschonken. Onder (zaken)reizigers die regelmatig in business class reizen met KLM is het een sport om de huisjes te verzamelen. Een lange rij met huisjes op je kantoor wordt wel eens gezien als een statussymbool, omdat je aangeeft dat je veel (dure) vluchten in de business class van KLM gemaakt hebt.

2019-11-20 23:01:27

Dia's kijken

2019-12-05 15:15:44

Sinterklaas

Sinterklaas (ook Sint-Nicolaas, Sint of de Goedheiligman) is de hoofdpersoon van het Sinterklaasfeest dat op 5 december in Nederland (en in enkele voormalige Nederlandse koloniën), en op 6 december in België wordt gevierd. Sinterklaas is gebaseerd op de bisschop Nicolaas van Myra, die in de derde eeuw na Christus in Klein-Azië leefde. Het personage van Sinterklaas is een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel. Hij rijdt op een schimmel, en heeft een of meer helpers, Piet(en).

Oorsprong en geschiedenis
De moderne vorm van het Nederlandse sinterklaasfeest komt waarschijnlijk voort uit het prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) van de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863), maar het feest heeft een veel oudere oorsprong. In veel landen in Europa wordt Sint-Nicolaasdag gevierd, maar de invulling van de folklore varieert per land en streek.

Nicolaas van Myra

Nicolaas van Myra werd geboren in Patara te Lycië dat in Antalya, Turkije ligt, maar in het jaar 280 bij het toenmalige Romeinse Rijk hoorde. Later werd hij bisschop van Myra, de hoofdplaats van Lycië. Hij stierf op 6 december 342. Eeuwen later, na de inval van de moslims in het gebied, werden de stoffelijke resten van de heilige in 1087 gestolen en naar Bari gebracht uit angst voor vernietiging door de Seldsjoeken.
Als heilige in het oosters christendom werd Nicolaas aanvankelijk alleen in het oosten van Europa geëerd, in het bijzonder in Griekenland en Rusland. Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was, kreeg hij ook in de West-Europese kustnaties een grote aanhang. In de 13e eeuw werd zijn naamdag vastgesteld op 6 december. Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa.


Sinter Claes en de drie jongens, die hij tot leven zou hebben gebracht. 16e-eeuwse afbeelding op de Dam. St.-Nicolaas is de patroon van Amsterdam
Verschillende legendes staan ten grondslag aan Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er een Noord-Franse legende over twee of drie kinderen of leerling-priesters die door een herbergier worden gedood en in een pekelvat gestopt, waarna Sint-Nicolaas de slachtoffers weer tot leven wekt en de herbergier en diens vrouw vergeving schenkt als ze berouw tonen. Een andere legende verhaalt van drie arme dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas kunnen trouwen zonder dat ze daarvoor hoeven te vervallen tot prostitutie. Er is ook nog een legende over het kind dat in het bad door Sint-Nicolaas wordt behoed voor verbranding.

Viering in de middeleeuwen
In de middeleeuwen werd op Duitse en Noord-Franse kloosterscholen het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Tijdens een mirakelspel verscheen de heilige voor de kinderen, en hij beloonde de ijverige leerlingen en vermaande de luie. De Sint-Nicolaasviering liep samen met het kinderbisschopsspel (ca. 1300 - ca. 1600). Op 6 december werd in die tijd een kinderbisschop met aanhang gekozen. Zij werden tot 28 december (Onnozele Kinderen) van voedsel en geschenken voorzien. Andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren. De waarschijnlijk oudste vermelding daarover komt uit Dordrecht, 1360: "op St. her Nyclaes dach I L. gr. aen die schoelers voer het oerlof". Aanvankelijk werd de kinderbisschop pas op de vooravond van 28 december gekozen, maar vanwege ongewenste vermenging met het Narrenfeest werd dit verlegd naar 6 december. In 1363 gaf de heer van Gouda, Jan van Blois, te Dordrecht "den scoelnaers tot hoere hoechtijt van St. Nyclaes en horen bisscop In 1403 is er sprake van het uitdelen van "honic, claescoeck en taert aen die kynders, op hunne patroen St. Nyclaes".[noten 3] Kinderen gingen in die tijd verkleed in een optocht door de straten en kregen bisschopsgeld van voorbijgangers (soortgelijke tradities komen nog voor in andere landen, zoals het Chlausjagen). In de Utrechtse Nicolaaskerk werd vanaf 1427 geld in kinderschoenen gedaan.

Sinterklaasmarkten en functie als huwelijksmakelaar
In de late middeleeuwen ontstonden de Sint-Nicolaasmarkten. Na het kerkbezoek kocht men op de markt de geschenken voor het Sint-Nicolaasfeest. De speculaasvrijer was een karakteristiek geschenk. Het was een speculaaspop die een jongen schonk aan een meisje. Als zij de klaaskoek aannam, was dat een goed teken voor een relatie. Deze gewoonte gaat mogelijk terug op de functie van Sint-Nicolaas als "hijlickmaker" (hijlick: huwelijk), in de legende waarin hij drie meisjes hun bruidsschat geeft. Het sinterklaasfeest werd in grotere steden een woelig volksfeest dat soms tot opstootjes en openbare dronkenschap leidde. Tot het begin van de 20e eeuw bestond in Nederland de gewoonte om elkaar rond de sinterklaastijd liefdeskaarten te sturen, waarin werd toegespeeld op een mogelijk huwelijk.
Protestantse bezwaren en contrareformatie


Bladzijde uit het Keurboek van Delft (1600) met het verbod op de Sinterklaasmarkt
Het sinterklaasfeest stuitte in Nederland na de Reformatie op protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering. Protestantse predikanten probeerden het feest af te schaffen, omdat zij het als een katholiek bijgeloof veroordeelden. Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden om deze feestdag te vieren en vaardigden sommige steden een verbod af op schoen zetten, of openbare verkoop van sinterklaaslekkernijen. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het sinterklaasfeest. Hij vond dat het geven van geschenken meer paste bij het kerstfeest. Onder invloed van deze weerstand veranderde het sinterklaasfeest in Nederland van een religieus feest naar een volksfeest. In België bleef het religieuze karakter langer behouden. Vanaf de Contrareformatie daalde ook in rooms-katholieke kringen het aanzien van Sint Nicolaas. De traditie was echter zo populair dat deze nooit helemaal uitdoofde, zelfs niet bij het strengst protestantse volksdeel. Het feest verdween weliswaar voor een deel uit de straat, maar in huiselijke kring bleef het bestaan.
Nog in 1895 sprak de burgemeester van Sluis zich uit tegen de viering op openbare scholen, maar in de 20e eeuw kreeg het feest steeds meer de wind in de zeilen.
Van boeman tot kindervriend


Het boek van Sinterklaas
De figuur van Sinterklaas is in de loop der eeuwen geëvolueerd van een beschermheilige van de kinderen, via een boeman en hardhandige pedagoog, naar een folkloristische kindervriend. Omdat Sinterklaas niet alles kan onthouden heeft Sinterklaas de beschikking over het Grote Boek. In dit boek staan alle kindernamen geschreven met daarbij genoteerd de ondeugendheden van het afgelopen jaar. Het kind moet de goedheiligman beloven niet meer in herhaling te vallen.
In de loop der jaren transformeerde Sinterklaas in de Noordelijke Nederlanden tot een boeman of kinderschrik, die gebruikt werd om kinderen angst in te boezemen. Dit had waarschijnlijk te maken met het verbod dat in de protestante gewesten gold voor het uitbeelden van katholieke heiligen. Hij werd uitgedost als een afschrikwekkende zwarte man met kettingen aan zijn voeten of met narrenbelletjes. Deze sinterklaasgestalte gaf snoepgoed aan brave kinderen en intimideerde ongehoorzame kinderen om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. Als zodanig vormt hij in feite de voorloper van Zwarte Piet.
In de late 18e eeuw keerde men zich tegen het straatfeest van Sinterklaas en de leegloperij en ook tegen het beeld van de boeman. Het feest moest gebruikt worden om kinderen op een positieve manier gehoorzaamheid en ijver bij te brengen. Het sinterklaasfeest werd nu een onderdeel van de opvoeding en kreeg een volwaardige plaats in het onderwijs en het gezin. Nu de boeman was afgedaan, werd de traditionele bisschop teruggehaald.
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, wiens sporen weliswaar in de schoentjes op 6 december van zijn aanwezigheid getuigden, maar die verder niet zichtbaar was. Toch zijn er tot in de 20e eeuw nog sporen van de boeman die met kettingen rinkelde en zijn zwarte knecht die kinderen in een zak stopt. Voorheen heette het dat de zak van Sinterklaas diende om kinderen mee te nemen naar Spanje (zie ook man met de zak). Dit verhaal vindt wellicht zijn oorsprong in de marskramers die vanaf de late middeleeuwen met hun manden vol koopwaar van stad naar stad trokken.Nu dient deze zak uitsluitend om de geschenken in te vervoeren.
Band met Spanje


Sancte Claus, goed heylig man!
Trek uwe beste Tabaert aen,
Reiz daer mee na Amsterdam,
Van Amsterdam na Spanje,
Daer Appelen van Oranje,
Daer Appelen van granaten,
Die rollen door de Straaten.
Sancte Claus, myn goede Vriend!
Ik heb U allen tyd gedient,
Wille U my nu wat geven,
Ik zal U dienen alle myn Leven
— John Pintard, 1810

De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Waarom dat zo is, is onduidelijk. Soms wordt erop gewezen dat Zuid-Italië met Bari een deel van de Kroon van Aragón is geweest.
Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas zelf uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. Het oudst bekende voorbeeld waarin Sinterklaas en Spanje samen genoemd worden is het naaststaand pamflet. Sinterklaas reist daarin naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen. John Pintard, oprichter van de New-York Historical Society, liet het pamflet in 1810 drukken, maar het vers was waarschijnlijk al ouder. Pintard schreef in 1828 aan zijn dochter dat het in 1810 moeilijk was geweest om de tekst van het lied te achterhalen. Verschillende mensen herinnerden zich enkele regels. Alleen een mevrouw Hardenbrook, 87 jaar, kende het nog volledig.Het is in ieder geval gebaseerd op een veel ouder 4-regelig rijmpje uit 1655, waarin Spanje nog niet wordt genoemd:

Sinter Klaas, o Heil"ge Man. Trek je beste Tabbaart an; En wilje me dan wat geven, Zo dien ik je al men leven

Algemeen wordt aangenomen dat de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) de eerste was die Sinterklaas uit Spanje liet komen. Volgens hem was Sinterklaas de "Bisschop van Spanje".[19] Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten, en de stoomboot waarmee hij naar Nederland kwam. Nu nog steeds komt Sinterklaas tijdens de intocht per boot aan. Schenkman gebruikte in zijn prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht uit circa 1850 de zeer bekend geworden beginregels Zie, ginds komt de stoomboot/ Uit Spanje weer aan!. Schenkmans boekje was gewild, en de afbeeldingen zorgden er ook voor dat het uiterlijk van Sinterklaas - een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel - in de navolgende decennia als het enige echte werd aangenomen.
Aan het begin van de 20e eeuw bestonden nog veel verschillen tussen de stedelijke viering en de viering op het platteland. Het nu nog incidenteel voorkomende klaasjagen, sunteklaaslopen of andere lokale varianten waren op het platteland nog gebruikelijk, maar in steden was het feest al georganiseerd rond pakjesavond en het bezoek van Sinterklaas. Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het feest, dat hierdoor gaandeweg zijn huidige vorm kreeg.[4] De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen binnen de traditie. Volgens een enquête in 1943 van het Meertens Instituut werd het op dat moment nog maar sporadisch gedaan.

Introductie van Zwarte Piet

Sinterklaas had in Nederland tot de 19e eeuw waarschijnlijk geen vaste helper. Wel werd hij soms afgebeeld met zwarte duivels die hem begeleidden. Sinds Schenkmans boekje Sint Nikolaas en zijn knecht hebben drie zaken een vaste plaats gekregen in de sinterklaasfolklore: een donkere knecht van Sinterklaas, de intocht en de stoomboot. De knecht had in zijn boekje nog geen naam. Het was een gekleurde jongeman, gekleed als een page. Namen als Pieter met de Pooten (1749), Pietermansknecht (1833) en Pieter-me-Knecht (1850) waren echter al langer in zwang. Andere, meest regionale namen bleven nog een tijdlang in gebruik; zo heette hij bijvoorbeeld Jan de Knecht, Trappadoeli, Nicodemus, Assiepan, Sabbas, Hans Moef, Pikkie, Robbert, Krik-krak, Micheltje, Hansje van Vese (of Hansje van Kese), Jacques Jour (of Sjaak Sjoor). In 1895 was de naam Zwarte Piet echter al gangbaar.
Het bleef niet bij één Zwarte Piet; in 1880 traden al twee knechten op. Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten.Sindsdien wordt Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, vaak met voor ieder een eigen taak, onder leiding van een Hoofdpiet. Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is gebleven, gedragen de Pieten zich veelal als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.
Gaandeweg rezen er, in eerste instantie vooral vanuit andere landen en uit naam van de VN, steeds meer bezwaren tegen het traditionele zwarte uiterlijk van Zwarte Piet. Deze bezwaren werden ingegeven door de associaties met het slavernijverleden. In 2013 laaide de discussie hierover zover op dat er in Nederland een werkgroep in het leven werd geroepen die moest onderzoeken of de sinterklaastraditie inderdaad racistische elementen bevatte. Het sinterklaasfeest ging dat jaar echter gewoon door in zijn traditionele vorm. In augustus 2014 kwam het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed met een eerste alternatief, waarin enkele zaken waren aangepast. Zo zag Zwarte Piet er niet meer uit als een Moor, maar had hij zwarte vegen in zijn gezicht als van roet. In de daaropvolgende jaren is met name in de grote steden het uiterlijk van Zwarte Piet aangepast bij de intocht. In 2015 begon men ook in Vlaanderen het uiterlijk van Zwarte Piet aan te passen.

Kleding

De kleding van Sinterklaas is in hoofdlijnen gebaseerd op die van een bisschop, inclusief de pontificalia, maar vertoont enkele opvallende afwijkingen daarvan. Sinterklaas is daardoor duidelijk te onderscheiden van een echte bisschop. Opgemerkt dient te worden dat de kleding van Sinterklaas vaak om praktische redenen eenvoudiger is uitgevoerd dan hier beschreven.
Wat bij Sinterklaas doorgaans een tabberd of tabbaard wordt genoemd, is in de katholieke liturgie de soutane of toog/toga: een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is. De eigenlijke soutane heeft 33 knoopjes ("33" verwijst naar het aantal levensjaren van Christus), maar bij Sinterklaas is deze vaak eenvoudiger uitgevoerd. Wanneer de Sint gaat paardrijden, draagt hij vaak een tot broekrok vermaakte tabberd. Over de tabberd draagt de Sint een albe. De albe is met kant afgezet en eindigt tussen knieën en enkels. Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode stola. Om deze op zijn plaats te houden, draagt Sinterklaas vaak een cingel (koord met kwastjes aan het einde) om zijn middel.
Een van de grootste en opvallendste paramenten is de rode koormantel. Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee haakjes wordt vastgemaakt. De mantel van Sinterklaas is met goud en band versierd. De binnenkant is goudgeel of wit. De mantel heeft meestal ook nog een kap met gouden franjes eraan.
Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een rode mijter. Deze wijkt zowel qua vorm als kleur enigszins af van de mijters die bisschoppen thans dragen: rode mijters worden in de Katholieke Kerk niet gedragen. Meestal zijn ze wit of een andere basiskleur met een bij de gelegenheid passende versiering. Op de mijter kan een kruis, een enkele verticale streep, of een grote letter "S" van Sinterklaas voorkomen. Een kruis wordt ervaren als christelijk symbool waardoor de keuze bij gemeentes, scholen, en organisaties eerder ligt bij een neutrale mijter zonder kruis.
De kromstaf is van oorsprong een waardigheidsteken van een bisschop dat afkomstig was van de Etrusken. De staf van Sinterklaas heeft wel een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.
Verder draagt Sinterklaas meestal zwarte schoenen en lange witte of soms paarse handschoenen. Om zijn ringvinger draagt hij een gouden bisschopsring met een robijn erin. Deze hoort traditioneel om de rechterringvinger, maar vaak draagt Sinterklaas hem links zodat hij met het handen geven niet zo in de weg zit.
In het verleden droeg Sinterklaas ook wel andere kleding, zoals te zien is op afbeeldingen uit de betreffende periodes.
Sinterklaas draagt tot slot een groot aantekeningenboek bij zich. Hierin staan alle kindernamen geschreven met daarbij genoteerd hoe ze zich het afgelopen jaar hebben gedragen en wat hun cadeauwensen zijn.

2019-12-30 22:32:16

Oliebollen bakken