Dinsdag 18 december 2018 om 20:17

Download at: 11-3-2020 15:43:25

$i: Index | $pi: Padded Index | $an: Album Name | $d: Date | $dc: Date Compact
$c: Caption | $fc: Caption (First line) | $fw: Caption (First word)
$t: Tag | $ft: First Tag | $o: Original file name

Preview:


Filter Photos By:

Caption:
Tag:
Comment:

2018-12-18 20:12:07

Buddy Holly, Ritchie Valens en Big Bopper
3 februari 1959

The day the music died
(te vertalen als “de dag dat de muziek stierf”) is een naam die wordt gebruikt om te verwijzen naar een vliegtuigongeluk dat op 3 februari 1959 plaatsvond nabij Clear Lake in de Verenigde Staten. Bij dit ongeluk kwamen drie Amerikaanse rock-"n-rollmuzikanten om het leven: Buddy Holly, Ritchie Valens en J.P. "The Big Bopper" Richardson.
De naam werd bedacht door Don McLean, die de naam gebruikte in zijn lied "American Pie".

Gebeurtenissen voor het ongeluk
Begin 1959 waren Holly, Valens en Richardson samen met Holly’s band bezig met een concerttour genaamd "The Winter Dance Party", waarbij ze in drie weken 24 steden in het midwesten van de Verenigde Staten aan zouden doen. Een probleem hierbij was dat de vele reizen die de groep moest maken slecht waren geregeld. De tourbus die de groep moest vervoeren was niet gebouwd voor de winterse weersomstandigheden. Zo ging de verwarming kapot vlak voor de tour begon, waardoor Holly’s drummer, Carl Bunch, een ernstig geval van bevriezing opliep.
Omdat tijdens de tour de groep op 2 februari nog een dag vrij had, besloten de promotors deze dag op te vullen met een extra concert in de Surf Ballroom in Clear Lake. Na hun aankomst in de Surf Ballroom had Buddy Holly het duidelijk gehad met de tourbus, en stelde zijn band voor om na dit concert te proberen een vliegtuig te charteren voor hun vervoer naar de volgende locatie: Moorhead.
Holly charterde het vliegtuig bij Roger Peterson, een lokale piloot van de Dwyer Flying Service in Mason City. Hij kreeg een Beechcraft Bonanza met vliegtuigregistratienummer N3794N toegewezen, die echter maar plek bood aan drie passagiers. Aanvankelijk zouden Holly en twee leden van zijn band, Waylon Jennings en Tommy Allsup, met het vliegtuig gaan. Omdat Richardson tijdens de tour ziek was geworden en zich niet in staat achtte nog langer in de tourbus te reizen, stond Jennings zijn plek in het vliegtuig aan hem af. Ritchie Valens, die nog nooit in een klein vliegtuig had gevlogen, tosste met Allsup om de derde stoel, en won. Dion DiMucci van Dion & The Belmonts, kreeg ook een plek in het vliegtuig aangeboden, maar sloeg die af.

Ongeluk

Kort na 1 uur ’s nachts lokale tijd, op 3 februari, vertrok het vliegtuig vanaf Mason City Municipal Airport. Rond 1.05 uur zag de eigenaar van Dwyer Flying Service de lichten van het vliegtuig richting de grond gaan.
De piloot werd geacht om zijn vluchtroute door te geven na het opstijgen, maar Peterson nam geen contact op met de toren. Dwyer probeerde herhaaldelijk contact met het vliegtuig te krijgen, maar tevergeefs. Rond 3.30 uur, toen ook Hector Airport in Fargo geen contact kon krijgen met het vliegtuig, werd het toestel als vermist opgegeven.
Rond 9.15 uur in de ochtend vertrok Dwyer in een ander vliegtuig richting Moorhead. Hij vloog hierbij precies dezelfde route die Peterson de nacht ervoor zou hebben gevlogen. Niet veel later zag hij het wrak van het vliegtuig in een maïsveld 8 kilometer ten noordwesten van het vliegveld. De lichamen van de inzittenden waren tijdens de crash uit het vliegtuig geslingerd, en lagen rondom het wrak. Carroll Anderson, de manager van de Surf Ballroom, werd erbij gehaald en identificeerde de lichamen bij het verongelukte vliegtuig als die van Holly, Valens en Richardson.

Waarschijnlijke oorzaak

Onderzoekers concludeerden dat het vliegtuig moest zijn neergestort vanwege de slechte weersomstandigheden en fouten van de piloot.
Peterson was nog onervaren met nachtvluchten en vluchten onder slechtzichtomstandigheden, waarbij de piloot moet vertrouwen op de instrumenten van het vliegtuig in plaats van op zijn eigen gezichtsvermogen. Volgens de Civil Aeronautics Board had Peterson zijn training voor "instrumentvliegen" gevolgd in vliegtuigen met een andere soort kunstmatige horizon dan die van de Bonanza.De gyroscoop van de Bonanza gaf de stand van het vliegtuig weer op een manier die tegenovergesteld was aan die van de kunstmatige horizon waar Peterson mee had leren werken. Dit leidde tot de conclusie dat Peterson waarschijnlijk gedesorienteerd is geraakt tijdens de vlucht in slechte zichtomstandigheden, en dat dit de aanleiding is geweest tot het ongeval.

Onderzoek in 2007[
In 2007 liet Richardsons zoon een autopsie uitvoeren op het lichaam van zijn vader om de bevindingen van het originele onderzoek nog eens te verifiëren. Dit was deels omdat twee maanden na het ongeluk Holly’s pistool werd teruggevonden in het maïsveld, waardoor de vraag ontstond of een per ongeluk afgevuurde kogel wellicht bij had gedragen aan het ongeluk. William M. Bass leidde het onderzoek, en bevestigde het rapport van de patholoog-anatoom Ralph Smiley die de lichamen in 1959 had onderzocht.

2018-12-18 20:17:29

De Muur in juni 1989

2018-12-18 20:12:07

Bouw van de Muur 1961

Berlijnse Muur

Onder de Berlijnse Muur (Duits: Berliner Mauer) verstaat men de tot 100 meter brede constructie van opeenvolgende obstakels die van 13 augustus 1961 tot 9 november 1989 West- en Oost-Berlijn van elkaar scheidde. De totale grens rond West-Berlijn was een onderdeel van de Duits-Duitse grens en was 167,8 km lang, waarvan 45,1 km werd gevormd door de Berlijnse Muur. De Berlijnse Muur was het bekendste symbool van de Koude Oorlog en de deling van Duitsland. Tijdens vluchtacties bij de Berlijnse Muur zijn minstens 138 mensen om het leven gekomen.

Voorgeschiedenis

Verdeling van Duitsland en Berlijn in bezettingszones
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 werd Duitsland, volgens afspraken gemaakt tijdens de Conferentie van Jalta, opgedeeld in vier bezettingszones. De geallieerde machten (de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) kregen elk een deel van het land toegewezen dat zij bezetten en voorlopig zouden besturen. Analoog hieraan werd ook de voormalige hoofdstad van het Derde Rijk verdeeld in vier sectoren. Het gebied dat Berlijn omringde behoorde evenwel in zijn geheel tot de Sovjet-zone, waardoor de Berlijnse sectoren van de overige geallieerde staten een enclave in door de Sovjet-Unie bezet gebied vormden.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog had intussen het begin van de Koude Oorlog tussen "het Westen" en "het Oosten" ingeluid. Berlijn ging door de bijzondere politiek-territoriale verhoudingen een centrale plaats innemen in de strijd tussen de oostelijke en westelijke inlichtingendiensten. In 1948 kwam de Koude Oorlog met de Blokkade van West-Berlijn door de Sovjet-Unie tot een eerste hoogtepunt. Op 23 mei 1949 gingen de westelijke bezettingszones op in de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland); op 7 oktober van hetzelfde jaar werd de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) gesticht op het grondgebied van de Sovjet- zone. Formeel bleef Berlijn een aparte status houden als van Duitse zijde gedemilitariseerde viersectorenstad, onafhankelijk van de twee Duitse staten. In de praktijk functioneerde West-Berlijn echter steeds meer als een deelstaat van de Bondsrepubliek en werd Oost-Berlijn zelfs tot Hoofdstad van de DDR uitgeroepen.
Reeds in de zomer van 1945 werd de grens tussen de bezettingszones in Berlijn afgebakend. Op sommige plekken plaatste men slagbomen en wit-gele houten palen, daarnaast werden felle kleurmarkeringen op bomen gebruikt. Om de zonegrens te overschrijden had men toestemming nodig; alleen voor pendelaars en boeren werd een zogenaamd klein grensverkeer ingevoerd. Op bevel van het Sovjet- militaire bewind werd een grenspolitiemacht opgebouwd, die op 1 december 1946 voor het eerst in actie kwam. Voor de grenspolitie werden er richtlijnen voor het gebruik van vuurwapens ingesteld. Voor reizen tussen de oostelijke en de westelijke sectoren moest men voortaan over een interzonepas beschikken. De eerste grensafzettingen werden aangelegd: in bosgebieden betrof dit vooral prikkeldraadbarrières, op wegen en straten werden barricades opgeworpen.
Sinds de oprichting van de DDR nam een steeds groter aantal burgers uit het oosten zijn toevlucht tot de Bondsrepubliek. In 1952 begon men de Duits-Duitse grens van DDR-zijde af te sluiten met hekken, bewakingsposten en alarminstallaties. Langs de grens werd een vijf kilometer brede verboden zone ingericht, die men alleen mocht betreden met speciale toestemming, die vooral aan lokale bewoners werd verleend. Aan de grenszijde werd dit gebied afgesloten met een 500 meter brede bufferzone, gevolgd door een tien meter brede zwaarbewaakte strook direct aan de grens.
De dwars door dichtbevolkt gebied lopende sectorgrens tussen Oost- en West-Berlijn bleef echter relatief open, aangezien deze nauwelijks te bewaken was. Via de lekkende grens verlieten tussen 1949 en 1961 zo"n 2,6 miljoen mensen de DDR en Oost-Berlijn; van hen vluchtten er 47.433 nog in de laatste twee weken voor de bouw van de Muur. Ook voor vele Polen en Tsjechen was (West-)Berlijn een poort tot het Westen. Aangezien het daarbij grotendeels hoogopgeleide jonge mensen betrof, vormde deze uittocht een serieuze bedreiging voor de economie van de DDR en zou uiteindelijk zelfs het voortbestaan van het land in gevaar kunnen komen. Ongeveer 50.000 Oost-Berlijners werkten in West-Berlijn, terwijl ze onder financieel gunstige voorwaarden in Oost-Berlijn of de voorsteden in de DDR woonden. Op 4 augustus 1961 verplichtte het Oost-Berlijnse stadsbestuur de sectorforensen zich te registreren en hun huur voortaan in West-Duitse marken te betalen.
Reeds voor de bouw van de Muur controleerde de Oost-Duitse Volkspolizei de naar het westen van de stad lopende straten intensief op verdachte republiekvluchtelingen en smokkelaars. Veel West-Berlijners en in West-Berlijn werkende Oost-Berlijners konden in Oost-Berlijn goedkoop inkopen doen met de op de zwarte markt gunstig om te wisselen Oost-Duitse mark. Dit betekende een verdere verzwakking van de planeconomie van de DDR. De afgrendeling van de grens door middel van de Muur moest ervoor zorgen dat de leegloop van zowel middelen als personen uit de socialistische arbeiders- en boerenstaat definitief een halt toe werd geroepen.
De toenemende verwijdering tussen het Oosten en het Westen uitte zich op politiek gebied met een verscherping van de Koude Oorlog (wapenwedloop) en een constante diplomatieke strijd; op economisch gebied stelde het Westen een embargo op technologisch hoogwaardige producten (CoCom) tegen het Oostblok in. De grens was hierdoor meer dan een territoriale scheiding, hij was verworden tot een grens tussen tegenover elkaar staande politiek-ideologische, economische en culturele machtsblokken en invloedssferen.

De bouw van de muur

In 1961 besloten Walter Ulbricht en de Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov een einde te maken aan de leegloop. In de nacht van 12 op 13 augustus werd begonnen met de bouw van de Berlijnse Muur. In enkele weken tijd werd een zwaarbewaakte betonnen hindernis opgeworpen rondom West-Berlijn. Er werden op zeven plaatsen doorgangsposten opengelaten. De Muur werd door de Oost-Duitse grenspolitie zwaar bewaakt. De strenge bewakers maakten van elke beweging een foto, soms zelfs van elkaar. De Muur was ook voorzien van prikkeldraad. De grenswachten hadden bevel om te schieten op mensen die probeerden de grens over te steken. Dit betekende overigens niet dat niemand meer probeerde te vluchten. Gedurende de bijna dertig jaar dat de Berlijnse Muur bestond, zijn talrijke pogingen ondernomen om uit de DDR te ontsnappen. Hierbij zijn naar schatting ongeveer tweehonderd doden gevallen. De eerste tweeënhalf jaar bleef de Muur potdicht, daarna ging hij langzamerhand op een kier voor bezoekers uit het Westen.
In de eerste paar jaren van zijn bestaan was de Muur nog lang niet perfect. Er zaten nog veel gaten en zwakke plekken, die snel door vindingrijke Oost-Berlijners werden gevonden. Aanvankelijk kon men eenvoudig naar het Westen vluchten via de ramen van de huizen die net op de grens stonden, met toestemming van de bewoners. Er werden in de loop der jaren vaak spectaculaire pogingen gedaan om over de Muur te klimmen, te vliegen, en eronderdoor te graven. De creativiteit groeide, zoals kisten onder, en onzichtbare bergruimtes in auto"s. Zo reed bijvoorbeeld een Oost-Berlijner met een shovel dwars door de Muur heen, en ook werden tunnels onder de Muur door gegraven. Toen de Muur steeds afschrikwekkender werd, konden sommige mensen het gevoel opgesloten te zijn moeilijk verdragen en kregen last van een syndroom dat Mauersyndroom, "muurziekte", werd genoemd.
Als propaganda-instrument wist het Westen de Muur echter op waarde te schatten; uiteraard maakten de West-Duitse media er het meeste werk van. In het zicht van de DDR-grenswachten werd een grote foto opgesteld van een hunner collega"s die de benen nam naar West-Berlijn. Aan de Muur werd een monument opgericht voor degenen die omkwamen bij hun vluchtpogingen, als Opfer des Stalinismus. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog bezocht de Amerikaanse president John F. Kennedy West-Berlijn op 23 juni 1963, waar hij zijn solidariteit met de inwoners van Berlijn betuigde door zijn beroemde woorden Ich bin ein Berliner. Later, op 12 juni 1987, riep president Ronald Reagan vanaf een platform met uitzicht op de Muur de Sovjet-president Michail Gorbatsjov op om de Muur neer te halen. Binnen tweeënhalf jaar zou het inderdaad zo ver zijn.

In de DDR-propaganda werd de Muur (net als trouwens de hele bewaking van de grens met de Bondsrepubliek) de ‘antifaschistischer Schutzwall’ (‘antifascistische beschermingsmuur’) genoemd. Die beschermingsmuur moest de DDR beschermen tegen ‘wegtrekken, infiltratie, spionage, sabotage, smokkel, uitverkoop en agressie uit het Westen’.

Loop van de Muur

De Berlijnse Muur stond in zijn geheel op grondgebied van de DDR. De arbeiders die de Muur bouwden, mochten immers niet op West-Berlijns grondgebied komen. Dit betekende in de praktijk dat als men vanuit het Westen naar de Muur liep, men feitelijk gezien al in de DDR was. Westerlingen trokken zich hier weinig van aan, getuige bijvoorbeeld de graffiti op de Muur. Een andere "liefhebberij" was het gooien van blikjes en ander afval over de Muur heen. Maar geheel zonder risico was het niet. Oost-Duitse grenswachten konden via poortjes in de Muur aan de westzijde van de Muur komen en de westerlingen weren of oppakken. Voor zover bekend is dit echter slechts sporadisch gebeurd. Het gebied Lenné-Dreieck behoorde tot de DDR, maar was alleen vanuit West-Berlijn toegankelijk, omdat de Muur via de Ebertstraße om dit stukje grond heen gebouwd was.

Val van de Muur in 1989
Het duurde ruim 28 jaar voor de inwoners van Oost-Duitsland zich door de Muur niet meer lieten tegenhouden. In mei 1989 werd in Hongarije het IJzeren Gordijn aan de grens met Oostenrijk geopend. De open grens daar zorgde in korte tijd voor een uitstroom van duizenden "permanente vakantiegangers". Er ontstond een ware volksverhuizing via Hongarije, even later ook via de West-Duitse ambassade in het Tsjechische Praag, en daarna ook via andere "gaten" in het IJzeren Gordijn. Ook de leiding van de DDR, die kort daarvoor nog trots het veertigjarig bestaan van de "socialistische heilstaat" hadden gevierd, moest de grenzen openen. Het einde van de Muur, en daarmee van de DDR, was onafwendbaar.
De Berlijnse Muur viel op 9 november 1989. Günter Schabowski, een van de hoogste partijleiders in de DDR, hield aan het begin van de avond een bijzondere persconferentie. Het was een unieke gebeurtenis, omdat hij bereid was zonder voorwaarden vooraf vragen van journalisten te beantwoorden. Dit was niet gebruikelijk in de DDR: journalisten kregen altijd van tevoren van de communistische partij te horen wat ze moesten vragen. Zelf vragen bedenken was verboden. In enigszins gebroken Duits stelde een Italiaanse journalist een vraag over een nieuwe reisregeling voor DDR-burgers, waar veel kritiek op was gekomen. Schabowski gaf een ingewikkeld antwoord waarin hij het beleid van de partij verdedigde. Maar toen zei hij plotseling: "Maar vandaag is, voor zover ik weet, een beslissing genomen... We hebben besloten dat iedere DDR-burger de grens over mag." Onmiddellijk volgde de vraag wanneer deze regel in werking zou treden. Schabowski bladerde in zijn papieren, keek op, en zei toen: "Dat geldt - voor zover ik weet - ... vanaf nu.".Het was 18.57 uur.
De verwarring over deze mededeling was groot. En onduidelijk was wat precies de bedoeling was: werd de grens tussen Oost- en West-Duitsland geopend voor alle Oost-Duitsers of gold het hier een regeling voor personen die de DDR voorgoed wilden verlaten? Het laatste bleek het geval, maar de maatregel had pas de volgende dag in werking mogen treden. Hoe groot de verwarring was, bleek op de West-Duitse televisie; in de uitzending van het nieuws van zeven uur die avond verschenen de beelden van Schabowski"s mededeling pas als zesde item in de uitzending. Pas om acht uur werd duidelijk wat de gevolgen waren: "De DDR opent de grens!" meldde de nieuwslezer van de Tagesschau. Een televisieverslaggever stond voor een nog steeds hermetisch afgesloten Muur en zei enigszins verbouwereerd: "Dus - als ik het goed begrijp - moet de Muur vannacht open gaan ...". Massaal trokken de Oost-Duitsers naar de Muur om te kijken of ze inderdaad naar West-Berlijn konden. De grenswachten bleken net zo overdonderd als alle anderen, richtlijnen ontbraken. Ze wisten niet wat ze moesten doen, net zomin als het leger en de geheime dienst, de Stasi. Zoals veel van zijn collega"s, had de bevelhebber van grensovergang Bornholmer Straße drommen mensen voor zijn hekken staan. Om 23.52 uur nam hij het besluit: “Ze (zijn leidinggevenden) bekijken het maar ... Ik gooi de grens open ... De DDR-burgers zijn vrij.” Kort hierop belde hij met een collega die zijn grensovergang eveneens opende, en al snel volgden er meer. Verbijsterd liepen de Oost-Berlijners naar de andere kant van de grens, waar ze veelal met applaus werden ontvangen. Het leger (NVA) had gevraagd om toestemming om de grens te verdedigen, maar het enige waar men toestemming voor kreeg was het bewaken van de eigen basis, die het vervolgens dag en nacht bewaakte.
Te midden van een grandioos volksfeest hakten velen een stuk beton uit het bouwwerk. De volgende dag sprak de West-Duitse bondskanselier Helmut Kohl de verenigde Berlijnse bevolking toe. Hij riep op tot kalmte. De oproep was niet alleen gericht aan DDR-burgers, maar ook aan Sovjetleider Gorbatsjov. Het was maar de vraag hoe de Sovjet-Unie zou reageren op de val van de Muur. Maar Moskou liet al snel blijken niet te zullen ingrijpen. De grens was definitief open en de Muur was gevallen.
De val werd tijdens de kerst van 1989 gevierd met een concert onder leiding van Leonard Bernstein. Elf maanden later was de hereniging van Duitsland een feit. In 1991 werden nagenoeg alle fysieke resten van de Muur afgebroken en werden brokken als souvenir verkocht. Enkele restanten staan er vandaag de dag nog, waaronder de "Gedenkstätte Berliner Mauer" en de "East Side Gallery".

Slachtoffers

Het aantal dodelijke slachtoffers aan de Berlijnse Muur is niet exact bekend. Een studie uit 2006 kwam tot een aantal van 125 identificeerbare slachtoffers en 81 gevallen waarover twijfel bestond. Volgens de laatste berekeningen van eind 2013 zijn er 138 slachtoffers gevallen aan de Muur. Zij zijn omgekomen bij een poging het vrije Westelijke deel van Berlijn te bereiken. Aan de kant van het Oost-Duitse regime vielen 8 dodelijke slachtoffers door vuurgevechten met (helpers van) vluchtelingen. Daarnaast heeft een aantal militairen van het Oost-Duitse regime bij de Muur zelfmoord gepleegd. Dit aantal is niet verwerkt in de eerder genoemde 138 slachtoffers. Buiten de vluchtelingen maakte de Muur nog andere slachtoffers: 5 West-Berlijnse kinderen tussen 5 en 8 jaar kwamen in de loop van de jaren in het water van de Spree terecht en konden door de West-Berlijnse reddingswerkers niet geholpen worden omdat de rivier ter plekke tot Oost-Berlijn hoorde. West-Berlijnse reddingswerkers liepen daar het risico te worden beschoten. Voordat Oost-Berlijnse hulp ter plaatse was waren de kinderen verdronken. Pas in 1976 kon na jarenlange onderhandelingen een overeenkomst worden bereikt tussen West- en Oost-Berlijn en konden West-Berlijnse hulpverleners in dergelijke situaties in actie komen.
Restanten[bewerken]

Overblijfselen van de Berlijnse Muur in de stad
Tegenwoordig is zelfs op plaatsen waar delen van de Muur behouden zijn weinig meer te merken van de impact die deze scheiding had. Door het samengroeien van de stad is het verloop van de vroegere grens vrijwel onzichtbaar geworden.
Het bekendste en langste (1316 meter) overgebleven fragment van de Muur staat langs de oever van Spree aan de Mühlenstraße in Friedrichshain, tussen het Ostbahnhof en de Oberbaumbrücke. Omdat de grens zich hier op de andere oever van de rivier bevond, was dit muurdeel geen onderdeel van de buitenmuur, maar van de zogenaamde Hinterland-Mauer, die het grensgebied aan de Oost-Berlijnse zijde afsloot. Een buitenmuur (aan de West-Berlijnse zijde) was er op deze plaats niet, aangezien de Spree een natuurlijke barrière vormde. In 1990 werd het muurfragment door kunstenaars uit meerdere landen beschilderd en kreeg het de naam East Side Gallery. In 1991 kreeg het de monumentenstatus.
En ander restant van de Muur, in dit geval wel van de buitenmuur, is te vinden aan de Niederkirchnerstraße in Berlin-Mitte, nabij de zetel van het Abgeordnetenhaus, het Berlijnse parlement. Ook dit deel van de Muur staat op de monumentenlijst. De grensbouwwerken bij het Muurmonument in de Bernauer Straße zijn daarentegen niet authentiek, maar werden ter bezichtiging opnieuw gebouwd.
Van de 302 vroegere wachttorens zijn er vijf behouden:
Bij het Schlesischer Busch in Treptow, nabij de Puschkinallee, staat een toren in de voormalige grenszone achter de Muur, die ter plaatse tot park is omgevormd. De wachttoren is ingericht als museum van verboden kunst.
In de Kieler Straße in Berlin-Mitte is een voormalige wachttoren inmiddels aan drie zijden omgeven door nieuwbouw.
In de Stresemannstraße, nabij de Potsdamer Platz, staat de enige overgebleven bewakingstoren van het slankere type. Deze toren staat echter niet meer op zijn oorspronkelijke plaats, aangezien hij in verband met bouwwerkzaamheden in de omgeving een aantal meter werd verplaatst.
Iets ten zuiden van Nieder Neuendorf, in de Brandenburgse stad Hennigsdorf, bevindt zich in een voormalige wachttoren een permanente tentoonstelling over de geschiedenis van de grenswerken tussen de beide Duitse staten.
Bij Hohen Neuendorf bevindt zich een toren in een heraangeplant bosgebied, dat ooit tot de grenszone behoorde. De toren en het omringende gebied worden gebruikt door de Deutsche Waldjugend.
In de jaren 1990 ontwikkelde de Berlijnse politiek een aantal plannen om het verloop van de Muur in het stadsbeeld zichtbaar te maken. Tot de ideeën die de revue passeerden behoorden rijen kinderkopjes in het plaveisel, bronzen banden en veelkleurige strepen, die de locatie van zowel de echte Muur als de Hinterland-Mauer zouden markeren. Het Berlijnse parlement besloot alle drie de varianten op proef uit te voeren op korte stukken. De kinderkopjes kregen uiteindelijk de voorkeur, waarna met name in het centrum van de stad ongeveer acht kilometer van de voormalige Muur door een dubbele rij stenen werd gemarkeerd.

2018-12-18 20:12:07

1979

2018-09-11 14:43:59

11-9-2001
Aanslagen op 11 september 2001

De aanslagen op 11 september 2001, naar de Amerikaanse datumnotatie (maand/dag) vaak aangeduid als 9/11 (Engels: nine eleven), omvatten een viertal terroristische aanslagen die op de ochtend van dinsdag 11 september 2001 door middel van gekaapte passagiersvliegtuigen in het noordoosten van de Verenigde Staten werden uitgevoerd. De Saoedi-Arabische multimiljonair Osama bin Laden en zijn terreurorganisatie Al Qaida worden voor deze aanslagen verantwoordelijk gehouden.
Op deze datum boorden zich twee vliegtuigen in de Twin Towers van het World Trade Center, gelegen op de zuidelijke punt van Manhattan in New York en een ander vliegtuig in het Pentagon, in de buurt van Washington D.C. Een vierde vliegtuig stortte neer in de buurt van Shanksville (Pennsylvania). Alle vier de passagierstoestellen vlogen binnen het normale dienstrooster. Twee toestellen waren eigendom van American Airlines en twee van United Airlines.
De aanslagen werden volgens officiële rapporten uitgevoerd door negentien uit het Midden-Oosten (vooral uit Saoedi-Arabië) afkomstige leden van Al Qaida.
Deze terroristische aanslagen worden beschouwd als de grootste uit de geschiedenis. Bij de aanslagen kwamen bijna drieduizend mensen, afkomstig uit meer dan 90 landen, om het leven. Van nog 24 vermisten wordt aangenomen dat ze overleden zijn.

Verloop van de aanslagen
Om 8.46 uur plaatselijke tijd (14.46 uur in België en Nederland) op de ochtend van 11 september vloog het gekaapte passagierstoestel American Airlines-vlucht 11 de noordelijke WTC-toren op vrij grote hoogte binnen. Bij de inslag ontstond een grote explosie, waarna er in de toren brand ontstond. De tanks van het toestel zaten nog vol met kerosine; het was kort tevoren opgestegen van Logan International Airport in Boston, met als bestemming de westkust van de VS.
Bijna twintig minuten later, om 9.03 uur, boorde United Airlines-vlucht 175 zich iets lager in de zuidelijke toren, waardoor eveneens brand ontstond. Aanvankelijk bleven beide torens staan, wat degenen die zich in de verdiepingen onder de inslaggebieden bevonden nog enige gelegenheid bood om te vluchten. De zuidelijke toren stortte om 9.59 uur als eerste volledig in, de noordelijke toren volgde om 10.28 uur na 102 minuten gebrand te hebben. Hierbij is vrijwel iedereen die zich op dat moment nog in de torens bevond om het leven gekomen. Enkele mensen overleden daarnaast later aan longaandoeningen als gevolg van de gigantische hoeveelheid vrijgekomen stof. Rond 17.20 uur stortte ook een derde gebouw van het WTC compleet in. Dit werd toegeschreven aan branden in het gebouw en de schade die dit gebouw als gevolg van het instorten van de Twin Towers had opgelopen. Daarnaast raakten ook de WTC-gebouwen 3 t/m 6 zwaar beschadigd, de meeste hiervan moesten achteraf worden gesloopt.
Men schat dat er iets minder dan 1400 mensen in de noordelijke toren aanwezig waren op het moment dat deze instortte. Onder de slachtoffers waren 348 brandweermannen en 62 politiemensen die direct na de inslagen te hulp waren geschoten. Vanwege de zeer dikke rook was het onmogelijk om te proberen met behulp van reddingshelikopters mensen van de daken van de torens te redden. Om aan de verbrandingsdood te ontsnappen lieten ten minste 200 mensen zich vanuit de torens naar beneden vallen. Van deze vallende mensen zijn verschillende foto- en video-opnames gemaakt waarvan er een bekend is geworden onder de naam The Falling Man.


Schade aan het Pentagon na de crash van American Airlines-vlucht 77
Iets meer dan een half uur nadat vlucht 175 in de zuidelijke toren was gecrasht, om 9.37 uur, boorde een derde vliegtuig, American Airlines-vlucht 77, zich in het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Pentagon, in Washington D.C.
Een vierde toestel van United Airlines, vluchtnummer 93, eveneens gekaapt, stortte die ochtend neer in een veld even buiten Pittsburg. Uit de transcriptie van opnames uit de cockpit valt volgens de FBI op te maken dat de passagiers hadden getracht het vliegtuig te heroveren – dankzij de mobiele telefoons wisten ze al wat er in New York was gebeurd en ze wisten dan ook dat ze niets te verliezen hadden. Een van de kapers zou toen de zelfmoordpiloot Ziad Jarrah geadviseerd hebben het vliegtuig te laten neerstorten. Aangenomen wordt dat dit heeft verhinderd dat het beoogde doel, wellicht het Capitool of het Witte Huis, werd bereikt.

Niemand van de inzittenden van de vier betrokken vliegtuigen, inclusief de kapers, overleefde de aanslagen. Van de 2977 personen die ten gevolge van de aanslagen omkwamen, heeft men er aanvankelijk slechts 1585 op basis van de gevonden menselijke resten kunnen identificeren. Van de in totaal 19.916 menselijke overblijfselen konden er 10.190 worden geïdentificeerd. Door toepassing van nieuwe technologieën worden sporadisch nog nieuwe identificaties verricht. Zo werd in september 2014 het enige Belgische slachtoffer geïdentificeerd.In augustus 2017, bijna 16 jaar na de aanslagen, werd er opnieuw een slachtoffer geïdentificeerd. De voorlopig laatste identificatie vond plaats in juli 2018. Hiermee staat de teller op 1.642 geïdentificeerde slachtoffers.
De Twin Towers en het gebouw aan 7 World Trade Center van het WTC-complex werden geheel vernietigd, de officiële verklaring meldde dat de gebouwen waren ingestort door brand, enkele andere gebouwen werden vanwege de aanzienlijke schade later gesloopt. Ook een klein deel van het Pentagon raakte zwaar beschadigd.
In de Verenigde Staten heerste na de aanslagen lange tijd een gevoel van nationale rouw. Over de hele wereld maakten de aanslagen buitengewoon veel indruk. De media speelden hierbij een grote rol. De aanslag met het vliegtuig dat de zuidelijke toren binnenvloog, was zelfs direct op de televisie te zien. Later bleek dat twee camera"s ook de eerste crash hadden vastgelegd. Verder had een webcam opnamen gemaakt van de nadering van het eerste vliegtuig en van de noordelijke toren vlak na de crash.

Verantwoordelijkheid


Osama bin Laden
Osama bin Laden, naast Ayman al-Zawahiri een van de leiders van Al Qaida, wordt door de Amerikaanse en andere westerse overheden voor de aanslagen verantwoordelijk gehouden. Zijn belangrijkste medeorganisator was Khalid Sheikh Mohammed. Aanwijzingen in verschillende onderzoeken wezen in de richting van Osama Bin Laden. Onder andere vond men een videocassette waarin Bin Laden pochte dat de aanslagen "beter" zouden zijn gelopen dan hij had gehoopt. Op 22 april 2005 zei de Marokkaanse Fransman Zacarias Moussaoui voor de rechtbank dat hij door Osama bin Laden was uitgekozen om het Witte Huis in te vliegen. Moussaoui werd op 3 mei 2006 tot levenslang veroordeeld wegens zijn betrokkenheid bij de aanslagen. Op 23 mei 2006 ontkende Osama bin Laden echter de betrokkenheid van Zacarias Moussaoui in een audioboodschap.
Aanvankelijk heeft Osama bin Laden de betrokkenheid bij de aanslagen ontkend. Niettemin vroegen de VS aan Afghanistan (waar hij zich al veel langer ophield) om zijn uitlevering. Na een ultimatum van de VS kwamen honderden Taliban-schriftgeleerden bijeen om te beraadslagen. Men verzocht Bin Laden Afghanistan te verlaten en wenste te onderhandelen met de VS. De VS gingen daar niet op in. Osama bin Laden liet weten alleen in een islamitisch land berecht te willen worden. Hij riep later per video op tot een jihad van alle moslims tegen "het zionisme en de kruistochten" en ook tegen de Verenigde Staten. Hij erkende in bedekte termen verantwoordelijk te zijn voor de aanslagen. De Verenigde Staten gingen daar ook niet op in.
Er zijn vele onderzoeken verricht naar de verantwoordelijkheid voor deze terreurdaad, met name door Amerikaanse en andere inlichtingendiensten. Het belangrijkste rapport was het 9/11 Commission Report van het Amerikaanse Congres. Verder waren er onder andere een document van de Britse regering getiteld Responsibility for the terrorist atrocities in the United States, 11 September 2001. Dit document is met name gebaseerd op informatie van inlichtingendiensten en is dan ook niet bedoeld voor de eventuele juridische vervolging. De Britse en de Amerikaanse regering concludeerden op basis van de onderzoeken dat Osama bin Laden en zijn terreurnetwerk voor de aanslagen verantwoordelijk waren.
Ook in oktober en november 2001 doken nog enkele video-opnamen op met toespraken en gesprekken van Osama bin Laden. Deze werden allereerst door de Arabische televisiezender Al Jazeera uitgezonden. De Saoediër heeft de aanslagen van 11 september daarin niet direct opgeëist, maar zijn betrokkenheid bij en instemming met de aanslagen lijken uit deze videobeelden opnieuw te kunnen worden gedestilleerd.
Kapers
Tijdens de kapingen konden sommige passagiers via hun mobiele telefoon contact maken met bekenden, waardoor er gegevens bekend werden. In elk van de vier gekaapte toestellen zaten vier à vijf kapers, slechts gewapend met messen; in totaal ging het om negentien kapers. Een onbekend aantal bemanningsleden werd neergestoken of gekneveld. De kapers maakten gebruik van stanleymessen, die toen in de VS nog niet verboden waren aan boord. Zo konden ze door de veiligheidscontroles komen.
Vermoedelijk was de kaper Mohammed Atta de leider van de operatie. Op 14 september 2001 kwam de FBI met een lijst van personen die geïdentificeerd waren als de kapers.

2018-08-25 10:43:50

Apollo 11 was de missie van het Apolloprogramma die voor het eerst mensen op de Maan zette. De bemanning van de Apollo 11 bestond uit de astronauten Neil Armstrong, Edwin "Buzz" Aldrin en Michael Collins.

President John F. Kennedy drukte op 25 mei 1961 zijn wens als volgt uit om binnen afzienbare tijd mensen op de Maan te laten landen: "I believe that this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the Moon and returning him safely to the Earth."Vertaald in het Nederlands: "Ik geloof dat deze natie zich moet verplichten om het doel te bereiken om, voordat dit decennium voorbij is, een mens op de Maan te laten landen en hem veilig terug te brengen naar de Aarde".
Bemanning van de Apollo 11

De bemanning bestond uit Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. In een bijeenkomst, die pas openbaar werd na de publicatie van Armstrongs biografie in 2005, werd het aan Armstrong overgelaten of Aldrin vervangen moest worden door Jim Lovell. Na er een nacht over geslapen te hebben, zei Armstrong dat hij Aldrin wilde aanhouden. Als reden gaf Armstrong dat hij met Aldrin altijd goed had samengewerkt. Een vervanging zou Lovell onofficieel het laagstgeklasseerde bemanningslid maken en Armstrong vond dat de voormalige commandant van Gemini 12 beter verdiende. Hij zei dat Lovell het recht had een volgende keer opnieuw commandant te zijn.
Armstrong aangesteld als eerste maanwandelaar
In maart 1969 besloot NASA dat Armstrong de eerste mens op de Maan moest worden, deels omdat de leiding hem zag als iemand zonder een groot ego. Op een persconferentie op 14 april 1969 werd het ontwerp van de maanlander als de reden gegeven waarom het Armstrong zou worden; het luik opende rechts naar binnen waardoor het voor Aldrin, wiens werkpositie rechts in de maanlander was, moeilijk zou zijn om als eerste het toestel te verlaten. Verder vond men - puur protocollair gezien, zo werd gezegd - dat de gezagvoerder de eerste moest zijn om de maanlander te verlaten.

2018-08-25 10:41:36

Neil Alden Armstrong (Wapakoneta, Ohio, 5 augustus 1930 – Cincinnati, 25 augustus 2012) was een Amerikaanse astronaut die in 1969 als eerste mens voet op de Maan zette. Hij was tevens gevechts- en testpiloot, luchtvaartkundig ingenieur en hoogleraar.

De bemanning bestond uit Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. In een bijeenkomst, die pas publiek werd na de publicatie van Armstrongs biografie in 2005, werd aan Armstrong gevraagd of Aldrin vervangen moest worden door Jim Lovell. Na er een nacht over geslapen te hebben, zei Armstrong dat hij Aldrin wilde aanhouden. Als reden gaf Armstrong dat hij met Aldrin altijd goed had samengewerkt. Een vervanging zou Lovell onofficieel het laagst geklasseerde bemanningslid maken en Armstrong vond dat de voormalige commandant van Gemini 12 beter verdiende. Hij zei dat Lovell het recht had een volgende keer weer commandant te zijn.[28]
Armstrong aangesteld als eerste Maanwandelaar[bewerken]
In maart 1969 besloot NASA dat Armstrong de eerste mens op de Maan moest worden, deels omdat de leiding hem zag als iemand zonder een groot ego.[29] Op een persconferentie op 14 april 1969 werd het ontwerp van de Maanlander als de reden gegeven waarom het Armstrong zou worden; het luik opende rechts naar binnen waardoor het voor Aldrin, wiens werkpositie rechts in de Maanlander was, moeilijk zou zijn om als eerste het toestel te verlaten. Verder vond men - puur protocollair gezien, zo werd gezegd - dat de commandant de eerste moest zijn om de Maanlander te verlaten.

2018-08-25 10:41:36

De vuurwerkramp in Enschede vond plaats op zaterdag 13 mei 2000 in de Nederlandse stad Enschede. Een opslagruimte met vuurwerk van het bedrijf S.E. Fireworks vatte vlam en ontplofte uiteindelijk. Er vielen 23 doden (onder wie vier brandweermannen) en ongeveer 950 mensen raakten gewond, 200 woningen werden verwoest.
De ontploffing was de grootste explosie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog.
Doden 23, Gewonden ongeveer 950 Schade 1 miljard gulden. (454 miljoen euro)

De ramp
S.E. Fireworks (afkorting van Smallenbroek Enschede Fireworks) importeerde Chinees vuurwerk dat werd gebruikt bij popconcerten. De brand begon rond drie uur "s middags, op het werkterrein van een pakhuis van S.E. Fireworks. In dit pakhuis lag ongeveer 900 kilogram vuurwerk opgeslagen. Het vuur verspreidde zich naar twee containers, die illegaal buiten het gebouw waren opgeslagen. De ter plekke gekomen brandweerploeg kon niet verhinderen dat een nog derde container vlam vatte. Deze ontplofte korte tijd later. Een kettingreactie van meer ontploffingen resulteerde tenslotte in de grootste ontploffing; die van de centrale bunker. Hierbij kwam 177 ton vuurwerk tot explosie.
De ontploffingen en branden vernielden het grootste deel van de woonwijk Roombeek. Ook omliggende bedrijven liepen grote schade op. Een gebied van circa 42 hectare werd geheel verwoest. De grootste ontploffing was op 60 kilometer afstand in Deventer te horen. De rookkolom die ontstond was in een omtrek van circa 70 kilometer van Enschede te zien. Tweehonderd woningen werden volledig verwoest; circa 1500 woningen buiten de wijk en circa 500 omliggende bedrijven raakten zwaar beschadigd; 1250 mensen raakten dakloos. De alarmcentrale had na de explosie niet meteen een goed beeld van de omvang van de situatie, maar sommige brandweerkorpsen reageerden al op eigen initiatief. Vele brandweer-, politie- en ambulance-eenheden uit Hengelo, Oldenzaal, Almelo en de verre omtrek trokken richting Enschede, inclusief Duitse brandweerkorpsen en hulpdiensten van Nordhorn, Gronau, Rheine en andere plaatsen vlak over de grens. Zelfs vanuit de Randstad werden ambulances en andere hulpdiensten naar Twente gedirigeerd.
Toen in de loop van de avond de ernst van de situatie doordrong werd de Nederlandse televisie-uitzending van het Eurovisiesongfestival afgebroken. Aan de stille tocht in Enschede, zes dagen later op 19 mei, namen ruim 100.000 mensen deel onder wie premier Kok en kroonprins Willem-Alexander. Eerder had koningin Beatrix het rampgebied bezocht. De oorzaak van de ramp is nooit helemaal duidelijk geworden. Acht minuten voor de grote explosie had de brandweer het sein "brand meester" gegeven. De materiële schade werd later geschat op ongeveer 1 miljard gulden (454 miljoen euro).

2018-08-24 15:18:12

Zaterdag 1 mei 1965 om negen uur "s morgens werd Beatrix bij kasteel Drakensteyn hand-in-hand gefotografeerd met een tot dan bij de Nederlandse media onbekende man die Claus von Amsberg bleek te heten. De foto"s werden gemaakt door freelance persfotograaf John de Rooy. Ze werden op 6 mei voor het eerst gepubliceerd door de Britse krant Daily Express, gevolgd door dagblad De Telegraaf.


Er ontstond grote commotie toen bleek dat Claus een Duitser was en lid was geweest van de Hitlerjugend. Een commissie onder leiding van historicus Loe de Jong van het toenmalige Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie onderzocht het oorlogsverleden van Claus. De uitkomsten werden als niet belastend beoordeeld. Door alle commotie voelde het stel zich geforceerd een versnelde beslissing te nemen en op 28 juni 1965 werd door koningin Juliana de verloving bekendgemaakt.
Beatrix en Claus bleken elkaar op oudejaarsavond 1962 voor het eerst ontmoet te hebben op een feestje in Bad Driburg. Anderhalf jaar later volgden ontmoetingen rond het huwelijk van prinses Tatjana zu Sayn-Wittgenstein en Maurits Prinz von Hessen. Nederlandse journalisten bespiedden Beatrix en Claus op een wintersportvakantie, maar omdat gedacht werd dat Claus voor een beoogde prins-gemaal een te lage maatschappelijke functie vervulde, werd er geen serieus werk gemaakt van zijn aanwezigheid.


Huwelijk (10 maart 1966)
De Nederlandse samenleving bleef verdeeld over de verloving met een Duitser, relatief kort na de Tweede Wereldoorlog. Toen bekend werd dat het huwelijk zou plaatsvinden in Amsterdam, vonden de drie Joodse kerkorganisaties in Nederland dit een belediging aan het adres van de Nederlandse Joden die tijdens de oorlog vooral vanuit Amsterdam naar Duitse concentratiekampen waren gedeporteerd.
Om aan alle commotie te ontkomen, spraken Beatrix en Claus de voorkeur uit hun voorgenomen huwelijksvoltrekking in Baarn te laten plaatsvinden. De regering wilde daarvan niets weten en gelastte de trouwerij te laten doorgaan in Amsterdam.
Op 10 maart 1966 werd het burgerlijke huwelijk in het stadhuis van Amsterdam voltrokken door de burgemeester van Amsterdam Gijs van Hall. Dezelfde dag werd het huwelijk kerkelijk ingezegend in de Westerkerk. De huwelijksgetuigen voor prinses Beatrix waren haar vriendinnen Renée jonkvrouw Röell en prinses Alexandra van Kent, oom Aschwin zur Lippe-Biesterfeld en voormalig politicus Willem Drees. De kerkdienst werd geboycot door de vertegenwoordigers van de drie Joodse kerkgenootschappen. Tijdens de twee rijtoeren met de Gouden Koets werden door omstanders rookbommen tot ontploffing gebracht als protest tegen het huwelijk.

2018-08-24 15:18:12

AMSTERDAM-HUWELIJK PRINSES BEATRIX-RIJTOUR Tijdens de twee rijtoeren met de Gouden Koets werden door omstanders rookbommen tot ontploffing gebracht als protest tegen het huwelijk.

2018-08-24 15:18:12

Bijlmerramp Amsterdam: een El Al Boeing 747 vrachtvliegtuig stort neer op de flatgebouwen Groeneveen en Klein-Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer. Bij de ramp komen 43 personen om. Nederland, 4 oktober 1992.

De Bijlmerramp is de benaming voor de vliegramp die op zondagavond 4 oktober 1992 plaatsvond. Een Boeing 747-vrachtvliegtuig, vlucht 1862 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al, stortte neer op de flats Groeneveen en Klein-Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer. De ramp kostte aan ten minste 43 mensen het leven, onder wie de driekoppige bemanning en de enige passagier van het vliegtuig.

Het vliegtuig, een Boeing 747-200 met registratienummer "4X-AXG", was op 4 oktober 1992 onderweg van New York naar Tel Aviv en maakte een tussenlanding op Schiphol. Tijdens de vlucht van New York naar Schiphol waren drie defecten waargenomen: fluctuaties in de snelheidsregelaar van de automatische piloot, een probleem met de kortegolfradio en fluctuaties in de elektrische spanning van generator 3.
Om 14.31 uur landde het toestel volgens schema op Schiphol. Op Schiphol werd een nieuwe lading in het toestel gebracht die door de douane was goedgekeurd maar (naar later bleek) niet fysiek was gecontroleerd. Het toestel werd met 80 tot 90 ton brandstof getankt, en de defecten werden provisorisch verholpen. Anat Solomon kwam aan boord. Zij was een El Al-medewerkster uit Amsterdam, die mee zou vliegen naar Tel Aviv om daar te trouwen met een andere El Al-medewerker.

De crash


Vermoedelijke situatie op het moment van neerstorten
Om 18.35 uur boorde het vliegtuig zich vrijwel verticaal vliegend met de rechtervleugel naar beneden door twee hoogbouwcomplexen in de Bijlmermeer, precies op het hoekpunt waar de galerijflat Groeneveen overging in Klein-Kruitberg. De gebouwen vlogen direct in brand en stortten gedeeltelijk in, waarbij ongeveer 100 appartementen vernield werden. De cockpit kwam oostelijk van de flats terecht, tussen de gebouwen en het viaduct van metrolijn 53.
Tijdens de laatste seconden van de vlucht deed de arrival-verkeersleiding verwoede pogingen om met het toestel in contact te komen. Om 18.35:45 uur meldde de luchtverkeersleiding in de verkeerstoren echter: Het is gebeurd. Op dat moment was vanaf de verkeerstoren op Schiphol een grote rookwolk boven Amsterdam zichtbaar. De arrival-verkeersleiders zitten niet in de toren maar in een gesloten gebouw op Schiphol-Oost. Zij zagen alleen het radarbeeld en niet de rookwolk. Na dit bericht gaf de verkeersleider door, dat hij het contact verloor op 1 mijl ten westen van Weesp. Meteen werden crashtenders richting Weesp gedirigeerd.
Op het moment van de crash waren twee politieagenten in de buurt een inbraakmelding aan het natrekken. Zij zagen het toestel neerstorten en sloegen onmiddellijk groot alarm. Snel na de inslag kwamen de eerste brandweer- en reddingsploegen aan op de rampplek. Ziekenhuizen in de omgeving werden gealarmeerd om honderden gewonden te kunnen opnemen. Aanvankelijk werd voor de levens van honderden personen gevreesd. Vooral omdat de flats ook bewoond werden door illegaal in Nederland verblijvende mensen, waren betrouwbare schattingen van het aantal slachtoffers de eerste avond moeilijk te geven.
In de getroffen flats zaten meerdere mensen vast. Sommigen sprongen vanaf de zevende verdieping om zichzelf in veiligheid te brengen.

2018-08-23 19:56:46

De moord op John Lennon – 8 december 1980

Op de foto: John Lennon tekent enkele uren voor de moord het album ‘Double Fantasy’ voor Mark David Chapman

Op 8 december 1980, 38 jaar geleden, werd muzikant John Lennon vermoord door Mark David Chapman. De moord schokte de wereld.
Wat de moordenaar bezielde om Lennon dood te schieten is nooit helemaal duidelijk geworden. Mark David Chapman was aanvankelijk juist een groot fan van de Beatles geweest en John Lennon was zijn grote held. Zijn bewondering ging zelfs zo ver dat Chapman net als Lennon (getrouwd met Yoko Ono) in het huwelijk trad met een Amerikaans-Japanse vrouw.

Bekend is dat Chapman psychische problemen had. Hij werd er ooit voor opgenomen in een psychiatrische inrichting. Toen zijn persoonlijke situatie verslechterde kreeg hij een hekel aan John Lennon.
De moordenaar had een grote fascinatie voor het boek The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Op het moment van de moord had hij het boek ook bij zich. Chapman identificeerde zich met hoofdpersoon Holden Caulfield die mensen in het boek herhaaldelijk nep noemt. Chapman gebruikte die bewoording ook als hij over Lennon sprak.
De moord werd om 22:50 uur gepleegd, voor Lennons huis aan 72nd Street in New York. Kort daarvoor had Lennon zijn moordenaar nog de hand geschud en op diens verzoek een handtekening gezet op het album Double Fantasy. Na deze korte ontmoeting bleef de toen 25-jarige Chapman rond de woning van Lennon hangen. Toen hij Lennon weer zag lost hij vijf schoten met zijn .38 Charter Arms Special-revolver. Vier kogels troffen doel. John Lennon werd nog in allerhaast met een politieauto naar een ziekenhuis gebracht, maar de muzikant bleek al teveel bloed te hebben verloren. Om 23.15 uur werd hij dood verklaard.

Chapman nam na de daad niet de benen. In afwachting van de komst van de politie haalde hij The Catcher in the Rye uit zijn zak en besloot hij een stukje te lezen. Tegenover de politie verklaarde hij later dat hij al een keer eerder naar New York was gekomen om John Lennon te vermoorden. Hij bekende schuld en wilde per se niet ontoerekeningsvatbaar worden verklaard.
In een artikel in de de Nederlandse krant Het Vrije Volk komt de portier van het gebouw waar Lennon woonde aan het woord. Hij zou als enige getuige zijn geweest van de moord. Na de dood vroeg hij de moordenaar: “Beseft u wat u gedaan heeft?”. Waarom Chapman volgens hem antwoordde: “Ik heb zojuist John Lennon doodgeschoten”.

De moordenaar kreeg een levenslange gevangenisstraf opgelegd en zit momenteel vast in de Attica State Prison in de buurt van Buffalo, in de staat New York. Sinds 2000 kan hij om de twee jaar om vervoegde vrijlating vragen. Chapman doet dit steevast maar de verzoeken worden keer op keer afgewezen. Inmiddels is dit al acht keer gebeurd. Lennons weduwe Yoko Ono verzet zich ook fel tegen vrijlating. Volgens de weduwe is Chapman nog steeds een bedreiging voor haar en haar familie.

2018-08-23 19:56:46

Opname van het overstroomde Oude Tonge op Goeree-Overflakkee vanuit een Amerikaanse legerhelikopter.

2018-08-23 19:56:46

Watersnood van 1953.

Een stormvloed kan aan de kust extra gevaarlijk zijn, als hij samenvalt met de vloed, of nog erger, met een springvloed, het tweewekelijkse getij waarin het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is. De (spring)vloed wordt dan verhoogd met de stormvloed. Dit was de oorzaak van de watersnood van 1953. Op zaterdag 31 januari stond er bij de Orkney-eilanden boven Schotland een storm met orkaankracht. Deze zware noordwesterstorm ontwikkelde zich in de loop van de dag over de volle lengte van de Noordzee en stuwde het water in de trechtervormige Noordzee op tot recordhoogte. In de avond en nacht was er sprake van een langgerekt stormveld uit noordwest tot noord, de gevaarlijkste richting. Bovendien duurde de storm erg lang, De Kooy bij Den Helder meldde zowel op de 31e als op de 1e een daggemiddelde windkracht 8. In Nederland begaven de dijken in het Deltagebied het op veel plaatsen en liepen een groot deel van de provincie Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en delen van West-Brabant onder water. Zo werd Nederland in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 getroffen door een van de grootste natuurrampen uit zijn geschiedenis, de grootste zelfs sinds 1570 (derde Allerheiligenvloed).

Voorgeschiedenis
Veel dijken, vooral in het deltagebied, waren te laag en te zwak. Rijkswaterstaat onderkende dit al in de jaren 20 en werkte aan plannen om binnenwateren van de zee af te sluiten door het aanleggen van nieuwe kunstwerken. De Afsluitdijk, die gereed kwam in 1932, was een eerste belangrijke aanzet daartoe. Pas na de crisisjaren en de oorlog werden de eerste werken in Zuidwest-Nederland uitgevoerd: de Botlek, de Brielse Maas (1950) en de Braakman (1952) werden afgedamd. Toch had de kustbescherming geen prioriteit. In 1950 werd het reeds bescheiden budget nog eens beperkt; de naoorlogse economische wederopbouw had voorrang. De ramp van 1953 leidde tot snelle en ingrijpende maatregelen en vormde de directe aanleiding tot de Deltawerken.

Schade

In Nederland kostte de ramp aan 1836 mensen het leven. Daarnaast veroorzaakte de vloed in Zuidwest-Nederland grote schade aan de veestapel, woningen, gebouwen en infrastructuur. Zo"n 100.000 mensen verloren hun huis en bezittingen. Tienduizenden dieren verdronken, 4500 huizen en gebouwen werden verwoest en 200.000 hectare grond kwam onder water te staan. Het Zuid-Hollandse dorp Oude Tonge was de plaats waar de meeste slachtoffers vielen: 305 doden. Voor veel overlevenden uit de getroffen gebieden vormen de herinneringen aan de ramp een levenslang trauma.
Ook in Engeland, België en Duitsland vonden overstromingen plaats en vielen honderden slachtoffers. Op zee verloren bij schipbreuken velen het leven. In de Ardennen ontstond een sneeuwlaag van twee meter ook omdat na de storm nog een aantal dagen een noordelijke stroming koude onstabiele lucht bleef aanvoeren.
Naam
De Watersnood van 1953 werd aanvankelijk ook wel aangeduid als "Sint-Ignatiusvloed", naar Sint Ignatius, wiens naamdag tot 1969 op 1 februari viel (maar sinds 1969 op 17 oktober). Met deze naam werd een traditie gevolgd om grote overstromingen in het Deltagebied te vernoemen naar de dag van de rooms-katholieke heiligenkalender. Onder meer de Sint-Elisabethsvloeden van 1404, 1421 en 1424, en de Allerheiligenvloeden van 1532 en 1570 zijn hier voorbeelden van. De naam "Sint-Ignatiusvloed" vond echter niet algemeen ingang. Protestants-christelijken spraken aanvankelijk liever van Beatrixvloed, omdat de watersnood plaatsvond in de nacht na de vijftiende verjaardag van prinses Beatrix. Deze tweede naam maakte nog minder opgang. Stormramp was een meer zakelijke term, maar te weinig specifiek. Later werd steeds vaker van "de Watersnoodramp" gesproken, of van "de Watersnood", of eenvoudig van "de ramp (van 1953)

2018-08-23 19:56:46

Watersnoodramp 1953..

De watersnood van 1953, meestal aangeduid als de watersnoodramp en aanvankelijk ook wel als Sint-Ignatiusvloed of Beatrixvloed, voltrok zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 De ramp werd veroorzaakt door een stormvloed in combinatie met springtij, waarbij het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee tot extreme hoogte steeg.
Het aantal doden bedroeg 1836 in Nederland, 307 in het Verenigd Koninkrijk, 224 op zee, waaronder 133 bij het vergaan van de Engelse veerboot Princess Victoria, en 28 in België. De ramp was aanleiding voor de ontwikkeling van sterk verbeterde kustverdediging met de bouw van uitgebreide stormvloedkeringen. De meest uitgebreide zijn de Deltawerken in Nederland, terwijl in Engeland onder meer de Thames Barrier en een stormvloedkering in de rivier Hull zijn gebouwd.

2018-08-23 19:56:46

Watersnoodramp 1953..

Verloop van de ramp in Nederland
Zaterdagavond 31 januari 1953 stond er een zware noordwesterstorm. Rond middernacht was het aan de zuidwestkust van Nederland laagwater. Het zou daar dus op zondagmorgen 1 februari tussen 4 en 6 uur hoogwater zijn.
De Stormvloedseindienst maakte vanaf zaterdagmorgen aan de op de dienst geabonneerde autoriteiten melding van de opkomende "zeer zware noordwesterstorm". Tijdens laagwater op die zaterdagavond stond het waterpeil ongeveer even hoog als het normaal bij hoogwater staat. Bovendien was het springtij, wat betekende dat het waterpeil nog extra zou stijgen. In de algemene weersverwachting werd die zaterdagavond gewaarschuwd voor "gevaarlijk hoogwater", toen de hoogst mogelijke staat van alarm. Deze waarschuwing werd echter door velen in het rampgebied niet gehoord of verkeerd begrepen. In deze tijd sloot de radio om middernacht en pogingen om deze in de lucht te houden mislukten. Ook de toen nog bemande telefooncentrales sloten in de avond.
De Grevelingen en Oosterschelde waren in 1953 nog geheel open zee-armen. Tijdens de rampnacht werd het water daar zeer hoog opgestuwd. Op de kop van het eiland Schouwen-Duiveland bereikte de waterstand het hoogste niveau van de gehele Nederlandse kustlijn. Meer landinwaarts, bij Bruinisse, kwamen het opkomende water uit de Grevelingen en de Oosterschelde samen. Zondagmorgen vroeg kwam het waterpeil daar tot NAP + 4,5 meter. Een ongeëvenaard record.
Tussen 4 en 6 uur "s morgens braken er overal dijken. Vooral de noord- en oostkant van de Oosterschelde (Stavenisse, Ouwerkerk, Nieuwerkerk), van de Grevelingen (Oude-Tonge en Nieuwe-Tonge) en van het Hollandsch Diep (Schuring en "s-Gravendeel) werden zwaar getroffen.
Op sommige plaatsen op Goeree-Overflakkee stroomde het water vervolgens zo hard de polders in, dat dorpen als Oude- en Nieuwe-Tonge binnen ongeveer een half uur twee tot drie meter onder water stonden. Elders verliep de overstroming geleidelijker en/of kwam het water niet zo hoog. Zo bereikte het water Ooltgensplaat, een dorp vlak bij Oude- en Nieuwe-Tonge, pas rond 7 uur "s morgens, en steeg het er tot een hoogte van zo"n twee meter. Op Duiveland werd de hoogste waterstand zelfs pas in de loop van de zondagmiddag bereikt.
Telefoon- en telegraafverbindingen waren door de overstroming beschadigd en onbruikbaar geworden. Enkele tientallen zendamateurs zetten binnen enkele uren een noodradionetwerk op. Ze werkten gedurende tien dagen en nachten om met hun zenders radiocommunicatie te verzorgen. Het was in die eerste dagen vrijwel de enige contactmogelijkheid tussen de overstroomde gebieden en de buitenwereld

2018-08-23 19:56:46

Winter van 1978-1979

Bioscoopjournaal uit 1979 over de strenge winter van dat jaar.
In Nederland was de winter van 1978–1979 van een opmerkelijk strenge aard. De winter kenmerkte zich door een flink aantal koude perioden, waarvan een met zeer strenge vorst (31 december 1978 – 6 januari 1979). De eerste koudeperiode viel reeds eind november/begin december; de laatste pas in maart 1979. Ongewoon waren verder vooral twee naar Nederlandse maatstaven zeer spectaculaire sneeuwstormen. Bijzonder was ook de vele keren dat het in deze winter heeft geijzeld.
De winter als geheel had een gemiddelde temperatuur van -0,8 °C, waarmee het in Nederland de op vijf na koudste winter van de 20e eeuw was.De winter had een koudegetal van 205,7

Sneeuwstorm van 30 december 1978
De sneeuwstorm die van 26 december tot 1 januari vooral in het zuidwestelijke Oostzee-gebied woedde trok op zaterdag 30 december ook over Nederland. Het opmerkelijkst was de temperatuurgrens. Voor het sneeuwfront uit nog boven nul na vrij veel regenval in de nacht, terwijl het in een uur tijd ineens hard ging vriezen. Sneeuw drong tussen de vensters en de kozijnen door zodat er ook binnen sneeuw lag. En in auto"s. Op 31 december 1978 was de maximumtemperatuur zelfs midden op de dag min 10 graden zodat er een nog veel lagere gevoelstemperatuur ontstond. Het vliegverkeer kon Schiphol een paar dagen lang niet meer bereiken en moest uitwijken naar o.a. Düsseldorf. De ergste schade was echter in Noord-Duitsland en Zuid-Denemarken. In Sleeswijk-Holstein hield deze sneeuwstorm ruim vier dagen aan.
Sneeuwstorm van 2 januari 1979
Nadat het op maandag 1 januari 1979 rustig weer was geweest werd het op dinsdag 2 januari, weer erg onstuimig. Er woedde in de loop van de dag weer een zware sneeuwstorm die in vrijwel het gehele land het verkeer maar ook het openbare leven lam legde. De daaropvolgende nachten werden gekenmerkt door zeer lage temperaturen door het aanwezige sneeuwdek.

2018-08-23 19:56:46

Schaatsen op straat
Op 24 januari 1979 kwam de temperatuur niet boven nul en liet de zon zich amper zien. Het vroor al weken en een dag eerder was er nog veel neerslag gevallen. De perfecte condities voor ijs dus! En die koude januaridag beperkte dat ijs zich niet tot open water, zo is te zien op deze foto. Hij is in het centrum van Boxmeer genomen. De straat is veranderd in een spekgladde ijsvloer. De meisjes links en rechts op de foto hebben hiervoor de oplossing: ze gaan schaatsend over straat.

2018-08-23 19:56:46

Laika was een Russische hond en het eerste wezen dat levend rond de aarde cirkelde. Al eerder waren er zowel door de Sovjet-Unie als door de VS dieren de ruimte ingeschoten maar die hadden geen omloop volbracht.
De naam Laika betekent letterlijk "blaffer" en is de naam van enkele jachthondenrassen. Laika was in Moskou van de straat gehaald. Laika was 3 jaar oud en woog ca. 6 kilogram. Ze reisde met de Spoetnik 2 die op 3 november 1957 vanuit Leninsk werd gelanceerd. Spoetnik 2 was niet ontworpen om weer te landen en verbrandde bij terugkeer in de atmosfeer op 14 mei 1958, maar Laika was lang voor dat moment al dood. Het plan was geweest haar voor die tijd door een vergif in het voedsel te laten sterven maar in oktober 2002 werd bekend dat Laika al na een paar uur in de ruimte was overleden aan oververhitting en stress, voordat de vierde omloop ten einde was.

2018-08-23 19:56:46

Memphis, Tennessee, 16 augustus 1977
ELVIS OVERLEDEN

Elvis Aaron Presley (Tupelo, Mississippi, 8 januari 1935 – Memphis, Tennessee, 16 augustus 1977) was een Amerikaans zanger en acteur. Hij wordt vaak The King of Rock and Roll of kortweg The King genoemd en geldt als een van de meest significante culturele iconen van de twintigste eeuw.
Presley is de enige levend ter wereld gekomen helft van een tweeling geboren in Tupelo in de staat Mississippi en verhuisde met zijn familie naar Memphis in Tennessee toen hij 13 jaar was. Daar begon zijn muzikale loopbaan in 1954, toen hij bij Sun Records een nummer opnam met producer Sam Phillips. Begeleid door gitarist Scotty Moore en bassist Bill Black werd Presley een vroege popularisator van de rockabilly, een uptempo-, door een backbeat aangedreven versmelting van country en rhythm-and-blues. Platenmaatschappij RCA Victor nam zijn contract over in een overeenkomst die was voorbereid door Colonel Tom Parker, die meer dan twee decennia als manager van de zanger zou fungeren.
Presleys eerste single That"s Allright kwam uit in juli 1954. Daarna kwam in januari 1956 Heartbreak Hotel uit, een Amerikaanse nummer 1-hit. Na een reeks van succesvolle televisieoptredens en platen die de top van de verkooplijsten bereikten, werd hij gezien als de vooraanstaande figuur van de rock-"n-roll. Zijn energieke interpretaties van liedjes en seksueel provocerende podiumoptredens, in combinatie met een opmerkelijk aansprekende versmelting van multi-etnische invloeden die samenviel met de opkomst van de burgerrechtenbeweging, maakten hem tegelijk enorm populair en controversieel.
In november 1956 debuteerde hij als acteur in de film Love Me Tender. In 1958 werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Twee jaar later hernam hij zijn platencarrière en produceerde een deel van zijn commercieel succesvolste werk, voordat hij het grootste deel van de jaren zestig wijdde aan het maken van films en de bijbehorende soundtrackalbums, waarvan de meeste door critici werden gekraakt. Na zeven jaar geen liveoptredens te hebben gegeven, keerde hij in 1968 terug op het podium in de televisiecomebackspecial Elvis, die resulteerde in een lange reeks concerten in Las Vegas en een serie van zeer winstgevende tournees. In 1973 trad Presley aan in het eerste via een satelliet wereldwijd uitgezonden concert, Aloha from Hawaii. Langdurig medicijnmisbruik ruïneerde zijn gezondheid en hij overleed op 16 augustus 1977 op 42-jarige leeftijd. Twee dagen na zijn dood werd hij op 18 augustus 1977 begraven.
Presley is een van de meest gevierde en invloedrijkste muzikanten van de twintigste eeuw. Commercieel succesvol in vele genres, waaronder pop, blues en gospel, is hij een van de bestverkochte soloartiesten in de geschiedenis van de muziekindustrie met een geschatte verkoop van ongeveer 600 miljoen platen over de hele wereld.[6] Hij werd tot 1978 14 maal genomineerd voor een Grammy Award en ontving er drie, alle drie voor zijn gospelopnamen. Op 36-jarige leeftijd werd hem de Bing Crosby Grammy Lifetime Achievement Award toegekend. Presley is de enige artiest die is opgenomen in zes muzikale Halls of Fame, namelijk de Rock and Roll, Rockabilly, Country, Blues, Gospel[7] en sinds 2015 in de R&B Music Hall of Fame

2018-08-23 19:56:46

Dallas 22 november 1963

De moord op president John F. Kennedy, de vijfendertigste president van de Verenigde Staten, vond op 22 november 1963 plaats te Dallas in de Amerikaanse staat Texas om 12:30 CST. Kennedy werd dodelijk gewond door geweerschoten toen hij in een open limousine over Dealey Plaza gereden werd. Zijn rijtoer was onderdeel van een publieksreis door Texas, mede georganiseerd met het oog op zijn eventuele herverkiezing in de Amerikaanse presidentsverkiezingen 1964. De van de moord verdachte Lee Harvey Oswald werd twee dagen later in Dallas neergeschoten door nachtclubeigenaar Jack Ruby. Oswald stierf later in het ziekenhuis.
Kennedy was de vierde Amerikaanse president die vermoord werd, en de achtste die tijdens de uitoefening van zijn ambt overleed. Twee officiële onderzoeken leidden tot de conclusie dat Lee Harvey Oswald, werkzaam in het Texas School Book Depository (schoolboekenmagazijn) aan Dealey Plaza, de moordenaar was.
Volgens het onderzoek door de Commissie-Warren, een door president Johnson geformeerde onderzoekscommissie met hoogwaardigheidsbekleders, handelde Oswald alleen en was er geen sprake van een samenzwering. Volgens het onderzoek door de onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden was er ten minste één andere schutter.[1] De moord op Kennedy is nog altijd onderwerp van speculatie en heeft stof geleverd voor vele samenzweringstheorieën.

Om 12:55 werd Kennedy door de dokters doodverklaard in het ziekenhuis,[4] en om 13:00 werd Kennedy officieel overleden verklaard. Rond 14:00 werd zijn stoffelijk overschot aan boord van het presidentiële vliegtuig gebracht. Om 14:38 werd vicepresident Lyndon B. Johnson aan boord van Air Force One beëdigd als de 36ste president van de Verenigde Staten. Vervolgens vertrok het vliegtuig naar Washington.
De lijkschouwing werd verricht in het Nationaal Medisch Centrum van de Amerikaanse Marine in Bethesda.[5] Hierna werd Kennedy"s lichaam klaargemaakt voor de begrafenis en overgebracht naar het Witte Huis, waar het 24 uur in de oostelijke kamer opgebaard lag. De volgende dag werd Kennedy begraven. Vertegenwoordigers van meer dan 90 landen, waaronder de Sovjet-Unie, waren bij de ceremonie aanwezig.

2018-08-24 14:32:46

Rotterdam na het bombardement

Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 rond 13:30 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos.
Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940.

Al op 10 mei, de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, landden er Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid. Al bij deze actie werden bommen op de stad geworpen en werd het Noordereiland bezet. De in Rotterdam gelegerde mariniers en eenheden van de Landmacht hielden echter stand bij de Maasbruggen, waardoor de Duitsers er niet in slaagden de stad geheel in handen te krijgen.
Torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen kreeg opdracht op te stomen naar Rotterdam. Fokker G.I toestellen stegen op vanaf Vliegveld Waalhaven en schoten diverse Duitse vliegtuigen neer. Voor de Duitsers bleek de oorlog in Nederland onverwacht traag te verlopen.
Generaal Rudolf Schmidt, bevelhebber van het 39e legerkorps, had al eerder van zijn superieur, generaal Georg von Küchler, opdracht gekregen het verzet in Rotterdam met alle middelen te breken. Het is aannemelijk dat Hitler, die zich op maandag 13 mei bezorgd toonde over het gebrek aan voortgang in Nederland, opdracht gaf het Nederlandse verzet harder en sneller aan te pakken.
Kampfgeschwader 54 werd uit het Belgische front teruggetrokken om in Nederland te worden ingezet. Dit betrof een eenheid zware bommenwerpers, naast de voor een tactische doorbraak noodzakelijke Stuka"s. Hitlers doel was dan ook, zoals dr. Loe de Jong in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog betoogt, niet een doorbraak over de Willemsbrug, maar de capitulatie van Nederland. Wanneer Nederland niet capituleerde, zouden ook Utrecht, Den Haag, Amsterdam, Haarlem en andere grote steden gebombardeerd worden. Tegen het volkenrechtelijk verweer dat Rotterdam een verdedigde stad was, kan dus ingebracht worden dat het bombardement onderdeel van een breder plan was.

Ultimatum[bewerken]
Op 14 mei 1940 tussen 9 en 10 uur stuurde generaal Schmidt een ultimatum naar kolonel Scharroo, de Nederlandse commandant van Rotterdam, en aan burgemeester Oud. Kolonel Scharroo ontving de drie Duitse militairen, die onder een witte vlag het ultimatum bezorgden, zonder Ouds aanwezigheid. Wel liet hij hem de brief lezen. De brief was ondertekend met de commandant van de Duitse troepen, zonder handtekening of rang.
Scharroo vond dit te vaag ("een vodje papier") om Rotterdam over te geven. Het ultimatum werd om 10:30 uur door Scharroo ontvangen en stelde dat twee uur na ontvangst, maatregelen tot vernietiging van Rotterdam getroffen zouden worden. Scharroo belde de Nederlandse opperbevelhebber op, generaal Winkelman, en zei dat hij niet van zins was "op dit vod te capituleren", maar erkende dat de bevoegdheid bij Winkelman lag. Militair gezien zag hij geen noodzaak tot capitulatie, er was pantserafweergeschut op weg naar de Willemsbrug, de vernietiging van de spoorbrug werd voorbereid, en Rotterdam-Noord was vrij van Duitse troepen.
Burgemeester Oud had moeite om met generaal Winkelman verbonden te worden, en gaf te kennen dat het landsbelang voor het belang van de stad Rotterdam ging. Hij voegde er echter aan toe dat als de Nederlandse verdediging toch hopeloos was, Rotterdam gespaard diende te worden.
Winkelman besloot tijd te winnen door Scharroos argument tot het zijne te maken. Hij liet Scharroo om een nieuw en nu netter geformuleerd ultimatum vragen. Dit verzoek kwam om 11:45 uur. Om 12:10 uur vertrok een van Scharroos stafofficieren met dit verzoek. Het ultimatum zou ondertekend moeten zijn en naam en rang van de Duitse officier moeten vermelden.
Een kwartier voor het verstrijken van het ultimatum werd dit aan Oberstleutnant Von Choltitz overhandigd. Omdat de stad niet in een half uur geëvacueerd kon worden, en ook omdat er nauwelijks vluchtmogelijkheden waren, besloot burgemeester Oud om de stad niet te laten ontruimen. Als iedereen open op straat opeengeklemd zou zitten, zou het aantal slachtoffers slechts toenemen.
Generaal Schmidt hoorde het rapport van zijn parlementair aan, en gaf bevel het geplande artilleriebombardement van 13:00 uur uit te stellen. Tevens liet hij Kampfgeschwader 54 opdracht geven het bombardement uit te stellen wegens overgaveonderhandelingen. Dit eskader steeg juist op van drie Duitse vliegvelden. De vluchtcommandanten was meegedeeld dat wanneer het bombardement geen doorgang zou vinden, vanaf het Noordereiland rode lichtkogels afgevuurd zouden worden.
Schmidt ontving door onbekende oorzaak echter geen bericht dat de Duitse vliegtuigen toch waren opgestegen en nam geen maatregelen om rode lichtkogels te laten afvuren. Hij liet een nieuw ultimatum opstellen, en ondertekende ditmaal wel met naam, rang en handtekening. Vóór 16:20 uur wilde hij Scharroos overgave ontvangen. Het was op dat moment 13:20 uur.

Reeds binnen enkele minuten verschenen Duitse Heinkel He 111-bommenwerpers. In paniek, uit angst voor "friendly fire", liet Schmidt witte rollen katoen uit een warenhuis uitrollen en volgens voorschrift rode lichtkogels afvuren om de positie van de Duitse grondtroepen in de stad aan te geven. Een vanuit het zuiden naderend eskader zag de rode lichtkogels, die afgevuurd werden van het Noordereiland recht voor zich, en zwenkte af. Vliegtuigen van dat eskader wierpen hun bommenlast af op gebieden die zich onder de vliegroute terug naar de vertrekbases bevonden, een gebruikelijke procedure om ontploffingsrisico"s bij de landing te vermijden. Het eskader boog af in westelijke richting, vloog over IJsselmonde vervolgens naar het zuidoosten en kwam ter hoogte van Oud-Beijerland het luchtruim boven Hoeksche Waard binnen. Daar kwamen geloosde bommen terecht bij het Spui achter huizen aan de Oostdijk die daarbij lichte schade opliepen. De Heinkels vlogen door in de richting van de Moerdijkbruggen en losten ook bommen boven Strijen en Strijensas. Bij deze letterlijke toevalstreffers vielen zeven doden en een aantal gewonden.[6]
De 54 vanuit het oosten naderende Heinkels hielden koers volgens plan en wierpen hun bommen af boven Rotterdam omdat ze geen rode lichtkogels waarnamen boven het door hen te bombarderen gebied. Rotterdam was op dat moment vrijwel verstoken van luchtverdediging. Wel klonk het luchtalarm minuten achtereen. De bevolking zocht een schuilplaats in gebouwen en kelders. In het jaar dat Rotterdam zijn 600-jarig bestaan zou vieren, werd de historische binnenstad op 14 mei 1940 door 97.000 kilo Duitse brisantbommen verwoest. De Duitse bommen vielen in een brede strook in het centrum en ten noorden ervan, van Kralingen tot station Hofplein. Wat in eeuwen was opgebouwd werd in zeer korte tijd volledig vernietigd. Het bombardement duurde nauwelijks een kwartier. Na afloop waren elektriciteit, gas, telefoon en water uitgevallen. Ook het gemeenteziekenhuis aan de Coolsingel werd getroffen en brandde uit. De brandweer kon de zich snel uitbreidende branden niet bedwingen.


Het handgeschreven capitulatiedocument
Na dit bombardement wist kapitein Bakker, die Schmidts tweede ultimatum bij zich droeg, door het centrum van Rotterdam bij kolonel Scharroos hoofdkwartier aan de Statenweg in Blijdorp te komen. Verbinding met generaal Winkelman in Den Haag bleek niet meer mogelijk. In overleg met burgemeester Oud, overste Wilson, en de aanwezige kapiteins, besloot Scharroo tot capitulatie van Rotterdam. Overste Wilson vertrok per auto naar Den Haag om goedkeuring van generaal Winkelman hierop te vragen.
Het bombardement had de Nederlandse verdedigingsposities bij de Willemsbrug niet geraakt, en was daarvoor ook niet bedoeld geweest. Scharroo meldde zich een half uur voor afloop van het tweede ultimatum bij de Duitse linies, om 15:50 uur. Hij had om 15:00 uur de Nederlandse troepen opdracht gegeven niet meer te vuren. Bij Schmidt aangekomen ondertekende hij met "angenommen".
Mogelijk met de hachelijke positie van generaal Von Sponeck in gedachten, gaf de Duitse veldmaarschalk Albert Kesselring opdracht tot een tweede bombardement tussen 19 en 20 uur. Hij gaf ook Schmidt opdracht tot doorbraak naar Von Sponeck. Drie groepen bommenwerpers zouden de stad bombarderen tenzij hij bericht kreeg dat de doorbraak een feit was. Zodra Schmidt om 17:15 uur dit bericht ontving, zond hij een ongecodeerd bericht dat het noorden van de stad in zijn handen was – hoewel dit strikt genomen nog niet het geval was. Hij vertrouwde op Scharroos handtekening.
Om 16:15 uur begonnen eenheden van generaal Kurt Students Fliegerdivision de Maas over te steken. In het begin van de avond werden details besproken in Scharroos hoofdkwartier met burgemeester Oud en generaal Kurt Student. Toen er buiten schoten klonken, stak Student zijn hoofd uit het raam om aan dat nutteloze geschiet een eind te maken. Hij werd geraakt door een balk nadat een verdwaald projectiel de commandopost raakte.Duitse soldaten begonnen Nederlandse burgers tegen de muur te plaatsen voor een massa-executie. Von Choltitz verhinderde deze massamoord en liet de burgers naar een kerk brengen. Student werd naar het Bergwegziekenhuis gebracht en daar geopereerd. De volgende dag bleken er alleen Duitse kogels in de muur van de kamer te zitten.

De bommenregen, die vroeg in de middag viel, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de branden die ontstonden, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 650-900 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de volgende dag de Duitsers dreigden op dezelfde manier ook Utrecht plat te gooien, was dit reden genoeg voor de capitulatie, op 15 mei 1940 getekend door generaal Winkelman e.a. te Rijsoord (gemeente Ridderkerk).
In Rotterdam was vrijwel het gehele centrum veranderd in een smeulende puinhoop. Aan de Coolsingel bleef een aantal belangrijke gebouwen gespaard: het Stadhuis, het postkantoor, het Schielandshuis, het beursgebouw (het huidige Beurs World Trade Center Rotterdam), Hotel Atlanta, het Erasmushuis en het Witte Huis. Ook het politiebureau aan het Haagseveer overleefde het bombardement. Tegelijk met de bezetting begon ook het puinruimen. De wateren Blaak en de Schie werden gedempt met een deel van het puin. (De rest van het puin werd verwerkt in de dijk van de destijds in aanleg zijnde Noordoostpolder. De naam Rotterdamse Hoek herinnert hieraan.)[ Reeds in 1940 werden er plannen gemaakt voor de wederopbouw.
De oude Willemsbrug was ook vernield. Het was in deze tijd, behalve de Hefbrug (De Hef) voor treinverkeer, die niet verwoest was, de enige brug over de Maas en deze moest dus snel worden hersteld.
Het bombardement van 14 mei was niet het laatste bombardement op de stad Rotterdam. Gedurende de Tweede Wereldoorlog onderging de stad honderden geallieerde luchtaanvallen. Het zwaarste bombardement ná 14 mei 1940 was het bombardement op Rotterdam-West van 31 maart 1943, waarbij 400 mensen om het leven kwamen en 16.500 mensen dakloos raakten.
Tot aan het einde van de 20e eeuw zouden de sporen van het bombardement op de binnenstad zichtbaar blijven. Door het bombardement heeft Rotterdam een heel ander stadsgezicht dan andere Nederlandse steden: het centrum bestaat voor een groot deel uit hoogbouw terwijl een oud historisch centrum ontbreekt.
Op de brandgrens-website staat een onvolledig namenregister (circa 550 namen) van de mensen die bij het bombardement zijn omgekomen. Vanaf 14 mei 2010 (70 jaar na het bombardement) is de gehele brandgrens permanent gemarkeerd met lampen in de grond in de vorm van rode vlammetjes.

2018-08-24 14:32:46

Rotterdam Station Blaak en de Laurenskerk

Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 rond 13:30 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos.
Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940.

Al op 10 mei, de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, landden er Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid. Al bij deze actie werden bommen op de stad geworpen en werd het Noordereiland bezet. De in Rotterdam gelegerde mariniers en eenheden van de Landmacht hielden echter stand bij de Maasbruggen, waardoor de Duitsers er niet in slaagden de stad geheel in handen te krijgen.
Torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen kreeg opdracht op te stomen naar Rotterdam. Fokker G.I toestellen stegen op vanaf Vliegveld Waalhaven en schoten diverse Duitse vliegtuigen neer. Voor de Duitsers bleek de oorlog in Nederland onverwacht traag te verlopen.
Generaal Rudolf Schmidt, bevelhebber van het 39e legerkorps, had al eerder van zijn superieur, generaal Georg von Küchler, opdracht gekregen het verzet in Rotterdam met alle middelen te breken. Het is aannemelijk dat Hitler, die zich op maandag 13 mei bezorgd toonde over het gebrek aan voortgang in Nederland, opdracht gaf het Nederlandse verzet harder en sneller aan te pakken.
Kampfgeschwader 54 werd uit het Belgische front teruggetrokken om in Nederland te worden ingezet. Dit betrof een eenheid zware bommenwerpers, naast de voor een tactische doorbraak noodzakelijke Stuka"s. Hitlers doel was dan ook, zoals dr. Loe de Jong in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog betoogt, niet een doorbraak over de Willemsbrug, maar de capitulatie van Nederland. Wanneer Nederland niet capituleerde, zouden ook Utrecht, Den Haag, Amsterdam, Haarlem en andere grote steden gebombardeerd worden. Tegen het volkenrechtelijk verweer dat Rotterdam een verdedigde stad was, kan dus ingebracht worden dat het bombardement onderdeel van een breder plan was.

Ultimatum[bewerken]
Op 14 mei 1940 tussen 9 en 10 uur stuurde generaal Schmidt een ultimatum naar kolonel Scharroo, de Nederlandse commandant van Rotterdam, en aan burgemeester Oud. Kolonel Scharroo ontving de drie Duitse militairen, die onder een witte vlag het ultimatum bezorgden, zonder Ouds aanwezigheid. Wel liet hij hem de brief lezen. De brief was ondertekend met de commandant van de Duitse troepen, zonder handtekening of rang.
Scharroo vond dit te vaag ("een vodje papier") om Rotterdam over te geven. Het ultimatum werd om 10:30 uur door Scharroo ontvangen en stelde dat twee uur na ontvangst, maatregelen tot vernietiging van Rotterdam getroffen zouden worden. Scharroo belde de Nederlandse opperbevelhebber op, generaal Winkelman, en zei dat hij niet van zins was "op dit vod te capituleren", maar erkende dat de bevoegdheid bij Winkelman lag. Militair gezien zag hij geen noodzaak tot capitulatie, er was pantserafweergeschut op weg naar de Willemsbrug, de vernietiging van de spoorbrug werd voorbereid, en Rotterdam-Noord was vrij van Duitse troepen.
Burgemeester Oud had moeite om met generaal Winkelman verbonden te worden, en gaf te kennen dat het landsbelang voor het belang van de stad Rotterdam ging. Hij voegde er echter aan toe dat als de Nederlandse verdediging toch hopeloos was, Rotterdam gespaard diende te worden.
Winkelman besloot tijd te winnen door Scharroos argument tot het zijne te maken. Hij liet Scharroo om een nieuw en nu netter geformuleerd ultimatum vragen. Dit verzoek kwam om 11:45 uur. Om 12:10 uur vertrok een van Scharroos stafofficieren met dit verzoek. Het ultimatum zou ondertekend moeten zijn en naam en rang van de Duitse officier moeten vermelden.
Een kwartier voor het verstrijken van het ultimatum werd dit aan Oberstleutnant Von Choltitz overhandigd. Omdat de stad niet in een half uur geëvacueerd kon worden, en ook omdat er nauwelijks vluchtmogelijkheden waren, besloot burgemeester Oud om de stad niet te laten ontruimen. Als iedereen open op straat opeengeklemd zou zitten, zou het aantal slachtoffers slechts toenemen.
Generaal Schmidt hoorde het rapport van zijn parlementair aan, en gaf bevel het geplande artilleriebombardement van 13:00 uur uit te stellen. Tevens liet hij Kampfgeschwader 54 opdracht geven het bombardement uit te stellen wegens overgaveonderhandelingen. Dit eskader steeg juist op van drie Duitse vliegvelden. De vluchtcommandanten was meegedeeld dat wanneer het bombardement geen doorgang zou vinden, vanaf het Noordereiland rode lichtkogels afgevuurd zouden worden.
Schmidt ontving door onbekende oorzaak echter geen bericht dat de Duitse vliegtuigen toch waren opgestegen en nam geen maatregelen om rode lichtkogels te laten afvuren. Hij liet een nieuw ultimatum opstellen, en ondertekende ditmaal wel met naam, rang en handtekening. Vóór 16:20 uur wilde hij Scharroos overgave ontvangen. Het was op dat moment 13:20 uur.

Reeds binnen enkele minuten verschenen Duitse Heinkel He 111-bommenwerpers. In paniek, uit angst voor "friendly fire", liet Schmidt witte rollen katoen uit een warenhuis uitrollen en volgens voorschrift rode lichtkogels afvuren om de positie van de Duitse grondtroepen in de stad aan te geven. Een vanuit het zuiden naderend eskader zag de rode lichtkogels, die afgevuurd werden van het Noordereiland recht voor zich, en zwenkte af. Vliegtuigen van dat eskader wierpen hun bommenlast af op gebieden die zich onder de vliegroute terug naar de vertrekbases bevonden, een gebruikelijke procedure om ontploffingsrisico"s bij de landing te vermijden. Het eskader boog af in westelijke richting, vloog over IJsselmonde vervolgens naar het zuidoosten en kwam ter hoogte van Oud-Beijerland het luchtruim boven Hoeksche Waard binnen. Daar kwamen geloosde bommen terecht bij het Spui achter huizen aan de Oostdijk die daarbij lichte schade opliepen. De Heinkels vlogen door in de richting van de Moerdijkbruggen en losten ook bommen boven Strijen en Strijensas. Bij deze letterlijke toevalstreffers vielen zeven doden en een aantal gewonden.[6]
De 54 vanuit het oosten naderende Heinkels hielden koers volgens plan en wierpen hun bommen af boven Rotterdam omdat ze geen rode lichtkogels waarnamen boven het door hen te bombarderen gebied. Rotterdam was op dat moment vrijwel verstoken van luchtverdediging. Wel klonk het luchtalarm minuten achtereen. De bevolking zocht een schuilplaats in gebouwen en kelders. In het jaar dat Rotterdam zijn 600-jarig bestaan zou vieren, werd de historische binnenstad op 14 mei 1940 door 97.000 kilo Duitse brisantbommen verwoest. De Duitse bommen vielen in een brede strook in het centrum en ten noorden ervan, van Kralingen tot station Hofplein. Wat in eeuwen was opgebouwd werd in zeer korte tijd volledig vernietigd. Het bombardement duurde nauwelijks een kwartier. Na afloop waren elektriciteit, gas, telefoon en water uitgevallen. Ook het gemeenteziekenhuis aan de Coolsingel werd getroffen en brandde uit. De brandweer kon de zich snel uitbreidende branden niet bedwingen.


Het handgeschreven capitulatiedocument
Na dit bombardement wist kapitein Bakker, die Schmidts tweede ultimatum bij zich droeg, door het centrum van Rotterdam bij kolonel Scharroos hoofdkwartier aan de Statenweg in Blijdorp te komen. Verbinding met generaal Winkelman in Den Haag bleek niet meer mogelijk. In overleg met burgemeester Oud, overste Wilson, en de aanwezige kapiteins, besloot Scharroo tot capitulatie van Rotterdam. Overste Wilson vertrok per auto naar Den Haag om goedkeuring van generaal Winkelman hierop te vragen.
Het bombardement had de Nederlandse verdedigingsposities bij de Willemsbrug niet geraakt, en was daarvoor ook niet bedoeld geweest. Scharroo meldde zich een half uur voor afloop van het tweede ultimatum bij de Duitse linies, om 15:50 uur. Hij had om 15:00 uur de Nederlandse troepen opdracht gegeven niet meer te vuren. Bij Schmidt aangekomen ondertekende hij met "angenommen".
Mogelijk met de hachelijke positie van generaal Von Sponeck in gedachten, gaf de Duitse veldmaarschalk Albert Kesselring opdracht tot een tweede bombardement tussen 19 en 20 uur. Hij gaf ook Schmidt opdracht tot doorbraak naar Von Sponeck. Drie groepen bommenwerpers zouden de stad bombarderen tenzij hij bericht kreeg dat de doorbraak een feit was. Zodra Schmidt om 17:15 uur dit bericht ontving, zond hij een ongecodeerd bericht dat het noorden van de stad in zijn handen was – hoewel dit strikt genomen nog niet het geval was. Hij vertrouwde op Scharroos handtekening.
Om 16:15 uur begonnen eenheden van generaal Kurt Students Fliegerdivision de Maas over te steken. In het begin van de avond werden details besproken in Scharroos hoofdkwartier met burgemeester Oud en generaal Kurt Student. Toen er buiten schoten klonken, stak Student zijn hoofd uit het raam om aan dat nutteloze geschiet een eind te maken. Hij werd geraakt door een balk nadat een verdwaald projectiel de commandopost raakte.Duitse soldaten begonnen Nederlandse burgers tegen de muur te plaatsen voor een massa-executie. Von Choltitz verhinderde deze massamoord en liet de burgers naar een kerk brengen. Student werd naar het Bergwegziekenhuis gebracht en daar geopereerd. De volgende dag bleken er alleen Duitse kogels in de muur van de kamer te zitten.

De bommenregen, die vroeg in de middag viel, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de branden die ontstonden, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 650-900 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de volgende dag de Duitsers dreigden op dezelfde manier ook Utrecht plat te gooien, was dit reden genoeg voor de capitulatie, op 15 mei 1940 getekend door generaal Winkelman e.a. te Rijsoord (gemeente Ridderkerk).
In Rotterdam was vrijwel het gehele centrum veranderd in een smeulende puinhoop. Aan de Coolsingel bleef een aantal belangrijke gebouwen gespaard: het Stadhuis, het postkantoor, het Schielandshuis, het beursgebouw (het huidige Beurs World Trade Center Rotterdam), Hotel Atlanta, het Erasmushuis en het Witte Huis. Ook het politiebureau aan het Haagseveer overleefde het bombardement. Tegelijk met de bezetting begon ook het puinruimen. De wateren Blaak en de Schie werden gedempt met een deel van het puin. (De rest van het puin werd verwerkt in de dijk van de destijds in aanleg zijnde Noordoostpolder. De naam Rotterdamse Hoek herinnert hieraan.)[ Reeds in 1940 werden er plannen gemaakt voor de wederopbouw.
De oude Willemsbrug was ook vernield. Het was in deze tijd, behalve de Hefbrug (De Hef) voor treinverkeer, die niet verwoest was, de enige brug over de Maas en deze moest dus snel worden hersteld.
Het bombardement van 14 mei was niet het laatste bombardement op de stad Rotterdam. Gedurende de Tweede Wereldoorlog onderging de stad honderden geallieerde luchtaanvallen. Het zwaarste bombardement ná 14 mei 1940 was het bombardement op Rotterdam-West van 31 maart 1943, waarbij 400 mensen om het leven kwamen en 16.500 mensen dakloos raakten.
Tot aan het einde van de 20e eeuw zouden de sporen van het bombardement op de binnenstad zichtbaar blijven. Door het bombardement heeft Rotterdam een heel ander stadsgezicht dan andere Nederlandse steden: het centrum bestaat voor een groot deel uit hoogbouw terwijl een oud historisch centrum ontbreekt.
Op de brandgrens-website staat een onvolledig namenregister (circa 550 namen) van de mensen die bij het bombardement zijn omgekomen. Vanaf 14 mei 2010 (70 jaar na het bombardement) is de gehele brandgrens permanent gemarkeerd met lampen in de grond in de vorm van rode vlammetjes.

2018-08-24 14:32:46

Rotterdam tijdens het bombardement

Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 rond 13:30 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos.
Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940.

Al op 10 mei, de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, landden er Duitse parachutisten in Rotterdam-Zuid. Al bij deze actie werden bommen op de stad geworpen en werd het Noordereiland bezet. De in Rotterdam gelegerde mariniers en eenheden van de Landmacht hielden echter stand bij de Maasbruggen, waardoor de Duitsers er niet in slaagden de stad geheel in handen te krijgen.
Torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen kreeg opdracht op te stomen naar Rotterdam. Fokker G.I toestellen stegen op vanaf Vliegveld Waalhaven en schoten diverse Duitse vliegtuigen neer. Voor de Duitsers bleek de oorlog in Nederland onverwacht traag te verlopen.
Generaal Rudolf Schmidt, bevelhebber van het 39e legerkorps, had al eerder van zijn superieur, generaal Georg von Küchler, opdracht gekregen het verzet in Rotterdam met alle middelen te breken. Het is aannemelijk dat Hitler, die zich op maandag 13 mei bezorgd toonde over het gebrek aan voortgang in Nederland, opdracht gaf het Nederlandse verzet harder en sneller aan te pakken.
Kampfgeschwader 54 werd uit het Belgische front teruggetrokken om in Nederland te worden ingezet. Dit betrof een eenheid zware bommenwerpers, naast de voor een tactische doorbraak noodzakelijke Stuka"s. Hitlers doel was dan ook, zoals dr. Loe de Jong in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog betoogt, niet een doorbraak over de Willemsbrug, maar de capitulatie van Nederland. Wanneer Nederland niet capituleerde, zouden ook Utrecht, Den Haag, Amsterdam, Haarlem en andere grote steden gebombardeerd worden. Tegen het volkenrechtelijk verweer dat Rotterdam een verdedigde stad was, kan dus ingebracht worden dat het bombardement onderdeel van een breder plan was.

Ultimatum[bewerken]
Op 14 mei 1940 tussen 9 en 10 uur stuurde generaal Schmidt een ultimatum naar kolonel Scharroo, de Nederlandse commandant van Rotterdam, en aan burgemeester Oud. Kolonel Scharroo ontving de drie Duitse militairen, die onder een witte vlag het ultimatum bezorgden, zonder Ouds aanwezigheid. Wel liet hij hem de brief lezen. De brief was ondertekend met de commandant van de Duitse troepen, zonder handtekening of rang.
Scharroo vond dit te vaag ("een vodje papier") om Rotterdam over te geven. Het ultimatum werd om 10:30 uur door Scharroo ontvangen en stelde dat twee uur na ontvangst, maatregelen tot vernietiging van Rotterdam getroffen zouden worden. Scharroo belde de Nederlandse opperbevelhebber op, generaal Winkelman, en zei dat hij niet van zins was "op dit vod te capituleren", maar erkende dat de bevoegdheid bij Winkelman lag. Militair gezien zag hij geen noodzaak tot capitulatie, er was pantserafweergeschut op weg naar de Willemsbrug, de vernietiging van de spoorbrug werd voorbereid, en Rotterdam-Noord was vrij van Duitse troepen.
Burgemeester Oud had moeite om met generaal Winkelman verbonden te worden, en gaf te kennen dat het landsbelang voor het belang van de stad Rotterdam ging. Hij voegde er echter aan toe dat als de Nederlandse verdediging toch hopeloos was, Rotterdam gespaard diende te worden.
Winkelman besloot tijd te winnen door Scharroos argument tot het zijne te maken. Hij liet Scharroo om een nieuw en nu netter geformuleerd ultimatum vragen. Dit verzoek kwam om 11:45 uur. Om 12:10 uur vertrok een van Scharroos stafofficieren met dit verzoek. Het ultimatum zou ondertekend moeten zijn en naam en rang van de Duitse officier moeten vermelden.
Een kwartier voor het verstrijken van het ultimatum werd dit aan Oberstleutnant Von Choltitz overhandigd. Omdat de stad niet in een half uur geëvacueerd kon worden, en ook omdat er nauwelijks vluchtmogelijkheden waren, besloot burgemeester Oud om de stad niet te laten ontruimen. Als iedereen open op straat opeengeklemd zou zitten, zou het aantal slachtoffers slechts toenemen.
Generaal Schmidt hoorde het rapport van zijn parlementair aan, en gaf bevel het geplande artilleriebombardement van 13:00 uur uit te stellen. Tevens liet hij Kampfgeschwader 54 opdracht geven het bombardement uit te stellen wegens overgaveonderhandelingen. Dit eskader steeg juist op van drie Duitse vliegvelden. De vluchtcommandanten was meegedeeld dat wanneer het bombardement geen doorgang zou vinden, vanaf het Noordereiland rode lichtkogels afgevuurd zouden worden.
Schmidt ontving door onbekende oorzaak echter geen bericht dat de Duitse vliegtuigen toch waren opgestegen en nam geen maatregelen om rode lichtkogels te laten afvuren. Hij liet een nieuw ultimatum opstellen, en ondertekende ditmaal wel met naam, rang en handtekening. Vóór 16:20 uur wilde hij Scharroos overgave ontvangen. Het was op dat moment 13:20 uur.

Reeds binnen enkele minuten verschenen Duitse Heinkel He 111-bommenwerpers. In paniek, uit angst voor "friendly fire", liet Schmidt witte rollen katoen uit een warenhuis uitrollen en volgens voorschrift rode lichtkogels afvuren om de positie van de Duitse grondtroepen in de stad aan te geven. Een vanuit het zuiden naderend eskader zag de rode lichtkogels, die afgevuurd werden van het Noordereiland recht voor zich, en zwenkte af. Vliegtuigen van dat eskader wierpen hun bommenlast af op gebieden die zich onder de vliegroute terug naar de vertrekbases bevonden, een gebruikelijke procedure om ontploffingsrisico"s bij de landing te vermijden. Het eskader boog af in westelijke richting, vloog over IJsselmonde vervolgens naar het zuidoosten en kwam ter hoogte van Oud-Beijerland het luchtruim boven Hoeksche Waard binnen. Daar kwamen geloosde bommen terecht bij het Spui achter huizen aan de Oostdijk die daarbij lichte schade opliepen. De Heinkels vlogen door in de richting van de Moerdijkbruggen en losten ook bommen boven Strijen en Strijensas. Bij deze letterlijke toevalstreffers vielen zeven doden en een aantal gewonden.[6]
De 54 vanuit het oosten naderende Heinkels hielden koers volgens plan en wierpen hun bommen af boven Rotterdam omdat ze geen rode lichtkogels waarnamen boven het door hen te bombarderen gebied. Rotterdam was op dat moment vrijwel verstoken van luchtverdediging. Wel klonk het luchtalarm minuten achtereen. De bevolking zocht een schuilplaats in gebouwen en kelders. In het jaar dat Rotterdam zijn 600-jarig bestaan zou vieren, werd de historische binnenstad op 14 mei 1940 door 97.000 kilo Duitse brisantbommen verwoest. De Duitse bommen vielen in een brede strook in het centrum en ten noorden ervan, van Kralingen tot station Hofplein. Wat in eeuwen was opgebouwd werd in zeer korte tijd volledig vernietigd. Het bombardement duurde nauwelijks een kwartier. Na afloop waren elektriciteit, gas, telefoon en water uitgevallen. Ook het gemeenteziekenhuis aan de Coolsingel werd getroffen en brandde uit. De brandweer kon de zich snel uitbreidende branden niet bedwingen.


Het handgeschreven capitulatiedocument
Na dit bombardement wist kapitein Bakker, die Schmidts tweede ultimatum bij zich droeg, door het centrum van Rotterdam bij kolonel Scharroos hoofdkwartier aan de Statenweg in Blijdorp te komen. Verbinding met generaal Winkelman in Den Haag bleek niet meer mogelijk. In overleg met burgemeester Oud, overste Wilson, en de aanwezige kapiteins, besloot Scharroo tot capitulatie van Rotterdam. Overste Wilson vertrok per auto naar Den Haag om goedkeuring van generaal Winkelman hierop te vragen.
Het bombardement had de Nederlandse verdedigingsposities bij de Willemsbrug niet geraakt, en was daarvoor ook niet bedoeld geweest. Scharroo meldde zich een half uur voor afloop van het tweede ultimatum bij de Duitse linies, om 15:50 uur. Hij had om 15:00 uur de Nederlandse troepen opdracht gegeven niet meer te vuren. Bij Schmidt aangekomen ondertekende hij met "angenommen".
Mogelijk met de hachelijke positie van generaal Von Sponeck in gedachten, gaf de Duitse veldmaarschalk Albert Kesselring opdracht tot een tweede bombardement tussen 19 en 20 uur. Hij gaf ook Schmidt opdracht tot doorbraak naar Von Sponeck. Drie groepen bommenwerpers zouden de stad bombarderen tenzij hij bericht kreeg dat de doorbraak een feit was. Zodra Schmidt om 17:15 uur dit bericht ontving, zond hij een ongecodeerd bericht dat het noorden van de stad in zijn handen was – hoewel dit strikt genomen nog niet het geval was. Hij vertrouwde op Scharroos handtekening.
Om 16:15 uur begonnen eenheden van generaal Kurt Students Fliegerdivision de Maas over te steken. In het begin van de avond werden details besproken in Scharroos hoofdkwartier met burgemeester Oud en generaal Kurt Student. Toen er buiten schoten klonken, stak Student zijn hoofd uit het raam om aan dat nutteloze geschiet een eind te maken. Hij werd geraakt door een balk nadat een verdwaald projectiel de commandopost raakte.Duitse soldaten begonnen Nederlandse burgers tegen de muur te plaatsen voor een massa-executie. Von Choltitz verhinderde deze massamoord en liet de burgers naar een kerk brengen. Student werd naar het Bergwegziekenhuis gebracht en daar geopereerd. De volgende dag bleken er alleen Duitse kogels in de muur van de kamer te zitten.

De bommenregen, die vroeg in de middag viel, duurde slechts een kwartier, maar de vernietigende uitwerking, mede door de branden die ontstonden, was gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 650-900 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Toen de volgende dag de Duitsers dreigden op dezelfde manier ook Utrecht plat te gooien, was dit reden genoeg voor de capitulatie, op 15 mei 1940 getekend door generaal Winkelman e.a. te Rijsoord (gemeente Ridderkerk).
In Rotterdam was vrijwel het gehele centrum veranderd in een smeulende puinhoop. Aan de Coolsingel bleef een aantal belangrijke gebouwen gespaard: het Stadhuis, het postkantoor, het Schielandshuis, het beursgebouw (het huidige Beurs World Trade Center Rotterdam), Hotel Atlanta, het Erasmushuis en het Witte Huis. Ook het politiebureau aan het Haagseveer overleefde het bombardement. Tegelijk met de bezetting begon ook het puinruimen. De wateren Blaak en de Schie werden gedempt met een deel van het puin. (De rest van het puin werd verwerkt in de dijk van de destijds in aanleg zijnde Noordoostpolder. De naam Rotterdamse Hoek herinnert hieraan.)[ Reeds in 1940 werden er plannen gemaakt voor de wederopbouw.
De oude Willemsbrug was ook vernield. Het was in deze tijd, behalve de Hefbrug (De Hef) voor treinverkeer, die niet verwoest was, de enige brug over de Maas en deze moest dus snel worden hersteld.
Het bombardement van 14 mei was niet het laatste bombardement op de stad Rotterdam. Gedurende de Tweede Wereldoorlog onderging de stad honderden geallieerde luchtaanvallen. Het zwaarste bombardement ná 14 mei 1940 was het bombardement op Rotterdam-West van 31 maart 1943, waarbij 400 mensen om het leven kwamen en 16.500 mensen dakloos raakten.
Tot aan het einde van de 20e eeuw zouden de sporen van het bombardement op de binnenstad zichtbaar blijven. Door het bombardement heeft Rotterdam een heel ander stadsgezicht dan andere Nederlandse steden: het centrum bestaat voor een groot deel uit hoogbouw terwijl een oud historisch centrum ontbreekt.
Op de brandgrens-website staat een onvolledig namenregister (circa 550 namen) van de mensen die bij het bombardement zijn omgekomen. Vanaf 14 mei 2010 (70 jaar na het bombardement) is de gehele brandgrens permanent gemarkeerd met lampen in de grond in de vorm van rode vlammetjes.